Ex Jehova Getuige Ferry vertelt

Elke ex jehova Getuige heeft zijn of haar verhaal en uiteraard zijn er verschillen en overeenkomsten, afhankelijk van de plaats waar je bent opgegroeid, de omstandigheden (ouders e.d.) en wat je zoal meegemaakt en ervaren hebt. Zo blijkt uit het volgende verhaal dat de plaatselijke omstandigheden flink konden en kunnen verschillen. In Amsterdam was het kennelijk vrijer dan op veel andere plaatsen in het land. Niet verwonderlijk eigenlijk, want dit komt niet alleen bij de Jehovah’s Getuigen voor. Ex Jehova Getuige Ferry vertelt.

De schrijver van het artikel – Ferry – schrijft in de begeleidende e-mail: “Eén ding hebben we gemeen, we zijn eruit en daar zijn we beiden blij mee.” En dat is absoluut waar. Een aantal dingen zijn anders beleefd, maar uit het verhaal blijkt dat we wel meer dan dat ene gemeen hebben met elkaar.

Ferry kwam 15 jaar nadat hij eruit stapte niet in een kerk. De laatste 15 jaar is hij verbonden aan de Baptistengemeente Meerkerk in Hoofddorp, alwaar hij als gitarist in de band speelt. 

Ex Jehova Getuige Ferry vertelt

Mijn vader werd Jehova Getuige toen hij klein was. Hij was geboren in 1930 in Amsterdam en ergens halverwege de jaren ’30 werden mijn opa en oma Jehova Getuige. In de jaren ’50 leerde mijn vader mijn moeder kennen op de wandelvereniging. Ook zij is geboren in Amsterdam. Mijn moeder was van de “Vergadering der gelovigen” toen. Mijn vader wilde niet met mijn moeder trouwen tenzij ze ook Jehova Getuige werd. Mijn moeder stemde toe en werd Jehova Getuige.

Ik ben geboren als tweede zoon in 1964. Mijn broer is van ’62 en mijn zus werd in 1967 geboren. Mijn vader overleed in 1970 ten gevolge van een ongeluk op zijn werk. Vanaf toen stond mijn moeder er alleen voor met drie kleine kinderen. Ze voedde ons op in Jehovah’s Getuigen, ging trouw twee keer in de week naar de koninkrijk zaal en één keer in de week naar de bijbelstudie (= boekstudie) bij iemand thuis. Mijn moeder deed ook trouw velddienst, maar hield het bij een paar uur per maand.

Mijn moeder was fanatiek genoeg om erbij te horen maar niet zo erg dat het ons hele leven beheerste. We vierden uiteraard geen verjaardagen, kerst, pasen en zo (wel oud en nieuw) waardoor het contact met familie heel erg beperkt was. De kledingeisen bij ons in de gemeente waren best losjes. Een colbert met stropdas en een nette broek waren eigenlijk alleen verplicht als je op het podium moest staan. Voor de dames een niet al te korte rok, maar verder werd dat geheel aan onszelf overgelaten. De jonge meiden liepen er, ook in de zaal, soms best sexy bij.

Prima jeugd gehad

Ik had veel vrienden en vriendinnen van mijn leeftijd als vrienden in de gemeente waar ik veel tijd mee doorbracht. We kwamen vaak bij elkaar over de vloer en deden leuke dingen. Met de hele groep naar Spaarnwoude om te voetballen en de BBQ-en. We gingen met de hele groep op dansles in het plaatselijke buurthuis. Over dat laatste werden door de ouderlingen wel wat wenkbrauwen opgetrokken, maar na een kort gesprekje over de gevaren stonden ze het toe. Veel van mijn vrienden zaten op voetbalclubs en gingen mee op meerdaagse schoolreisjes. Ook stappen in het centrum van Amsterdam op vrijdag, zaterdag en zondag avond deden we. In de disco’s en clubs op het Leidseplein.

Als we in de zomer gingen zwemmen droegen de meisjes gewoon bikini’s. Niemand in de gemeente die daar iets van zei. Toen ik een auto kreeg, reed ik met groepen van onze gemeente half Nederland door om de vele vrienden en vriendinnen te bezoeken. Of te werken als vrijwilliger in de kringhal in Wageningen of het hoofdkantoor in Emmen. Dat was altijd enorm leuk.

We hadden een hele leuke en gezellige gemeente, met veel van mijn leeftijd. En door andere jongeren die we ontmoeten kregen we veel vrienden verspreid over Nederland (Zeeland, Veghel, Wageningen). Bereleuk en gezellig allemaal. Al met al heb ik een prima jeugd gehad op wat kleine dingen na.

Ik heb nooit problemen gehad of gevoeld met het feit dat wij geen verjaardagen vierden, of kerst/sinterklaas/pasen. Op school werd daar niet moeilijk over gedaan. Niet door de leerkrachten, maar ook niet door de klasgenoten. Ik heb mij nooit een buitenbeentje gevoeld. Ik werd op de lagere school wel eens gepest, maar dat had niets met mijn Jehova Getuige zijn te maken. En dat is ook nooit heel erg geweest. Ex Jehova Getuige Ferry vertelt

Onze gemeente was duidelijk bij lange na niet zo streng als andere gemeentes.

Waarom ben ik er dan uit gegaan, als ik het er zo naar mijn zin had?

Nou, het was natuurlijk niet allemaal rozengeur en maneschijn.

Sociale druk en verplichte velddienst

Ik heb de sociale druk die er altijd was om bepaalde dingen te doen, altijd als enorm vervelend ervaren. De druk om altijd trouw de vergaderingen te bezoeken, velddienst te doen en mezelf voorbereiden op die dingen. Dat kostte me, naast mijn school, veel tijd. Tijd die ik liever besteedde aan ontspanning. Het feit dat ik elke maand, op straffe van een pittig gesprek, een briefje moest inleveren met daarop het aantal uren dat ik in de velddienst had gestaan, stuitte mij giga tegen de borst. Vaak zette ik er meer uren op dan dat ik gedaan had om geen gezeur te krijgen. Maar lekker voelde het niet.

Het waren leugens om bestwil. De schijn een beetje ophouden. Dat houd je een tijdje vol, maar het ging mij meer en meer tegen staan. De velddienst was een “verplicht” ding, die ik deed om niet buiten de boot te vallen, en ik was altijd weer blij als het voorbij was. Ik sleepte me daar altijd doorheen. Ook de “plicht” om elke zoveel weken een lezinkje te houden op het podium was altijd weer een drama. Ik deed het, maar niet omdat ik het zo graag wilde. Weer die druk om dingen te “moeten”.

Naast dit allemaal speelde de zaak van mijn tante, de zus van mijn vader. Ze was al in de jaren ’70 uitgesloten en mijn moeder weigerde met haar om te gaan. Maar mijn tante wilde ons (mijn broer, mijn zus en mij) wel graag zien. Zo graag zelfs dat ze zich weer herstelde en dus niet meer uitgesloten was. Toen stemde mijn moeder ermee in dat ze met ons omging. Dat hersteld zijn van haar duurde niet lang. Een paar jaar daarna werd ze weer uitgesloten, omdat ze rookte. Mijn moeder had zo wie zo nooit veel op met mijn tante en verbrak weer elk contact, maar wij niet.

Wij bleven erheen gaan. Ze woonde in Zuid Limburg, dus we gingen met de trein en later met de auto. Gelukkig woonde ze ver weg. Niemand had in de gaten dat we haar gewoon zagen. Maar op gegeven moment kwam een van de ouderlingen (die ook onze toeziend voogd was) erachter en hield er een gesprekje over met mij. Maar toen hij merkte dat ik niet van plan was het contact te verbreken liet hij het daarbij. Mijn zus was er toen al uit, ik was inmiddels wel gedoopt.

Contact verbreken

Een paar jaar later toen ik 23 was (in de tijd dat ik al besloten had eruit te gaan) had ik een vriendin waar ik verkering mee had in Veghel. Zij was pas een jaar Jehova Getuige en dus super fanatiek. Op een avond na de boekstudie nam diezelfde ouderling ons samen apart en begon weer over het contact dat ik had met mijn tante. Mijn vriendin wist niet dat ze uitgesloten was en was totaal geschokt. Toen ook zij hoorde dat ik niet van plan was het contact met mijn tante te verbreken verbrak ze a-la-minuut onze relatie. Dat brak mijn hart! Het lef dat die ouderling had om dit zonder waarschuwing te bespreken waar mijn vriendin bij was voelde als verraad! Woedend was ik.

Uiterlijk vertoon

Even terug naar toen ik een jaar of 20 was. Veel van wat ik deed was toen al uiterlijk vertoon. Dat is er langzaam in geslopen en ik had het niet in de gaten in eerste instantie, maar toen ik 20 was realiseerde ik het me. Wat er toen ook gebeurde was dat ik twijfels kreeg over een voor Jehova Getuige fundamentele leerstelling: De terugkeer van Jezus. Ik las toevallig in de bijbel dat Jezus tegen zijn discipelen zei dat niemand de tijd wist waarop hij zou terug komen, ook hijzelf niet. Alleen de Vader wist dat. Ik dacht na over deze tekst. Ik wist dat er ergens anders staat dat niemand de geschriften beter kende dan Jezus.

We hadden net een boekstudie gehad over hoe Jehovah’s Getuigen berekend hadden dat Jezus in 1914 terug was gekomen. Ging over Nebukadnezar, tijd, tijden en een halve tijd, gecombineerd met nog iets anders. Weet het niet meer precies, maar alles kwam uit het OUDE testament. Geschriften die in Jezus’ tijd al bestonden! Die Jezus dus KENDE! Als wij, in deze tijd, kunnen uitrekenen wanneer Jezus terugkeer zou zijn, dan kon Jezus dat veel beter! Dat bewees dat die berekening NIET klopte! Het is gewoonweg niet uit te rekenen. Het was een leugen! Toen ik me dat realiseerde viel alles in elkaar. Er hangt bij Jehovah’s Getuigen nogal wat aan vast aan die leerstelling namelijk. Ineens klopte er niets meer van. Waar liegen ze nog meer over?? Dat was het moment dat ik besloot ermee te stoppen.

Mijn vertrek bij Jehovah’s Getuigen

Mijn besluit stond vast, ik wilde eruit. Alleen hoe? Ik had veel gelezen over het sociale gat waarin mensen vielen als ze de Jehovah’s Getuigen verlieten. Omdat een ‘goede’ Jehova Getuige eigenlijk alleen maar contact had met andere Getuigen. Ineens zijn ze alle vrienden kwijt. Van de ene op de andere dag! Dat gold voor mij ook als ik dat op dat moment zou doen. Dat wilde ik niet! En dan mijn moeder, als zij elk contact weigerde met mijn uitgesloten tante, hoe zou zij mij dan behandelen??? Ik besloot nog even te blijven. De schijn op te houden, maar nu voor de volle 100%. Want ik stond er niet meer achter. Ik maakte een plan…

Het plan was: eerst genoeg vrienden maken “in de wereld”. Daar trok ik een paar jaar voor uit. Mijn zus was er al uit. Ik heb altijd al een goede relatie gehad met mijn zus. Ze was vanaf mijn geboorte mijn beste vriendin en dat is ze nu nog steeds. Vier handen op één buik. We deden alles samen en zo kreeg ik veel vrienden “in de wereld”. Maar het probleem hoe mijn moeder zou handelen bleef bestaan. Ik was haar enige hoop, omdat ik nog het enige kind was dat nog steeds Jehova Getuige was. Hoe moest ik het haar vertellen zonder haar hart te breken? Zou ze alle contact verbreken met mij? Ik bleef het uitstellen. Bang voor wat er zou gebeuren. Drie jaar ging er voorbij – ik was nu 23 – en toen gingen dingen ineens heel snel.

Verraden

Eerst was er het incident met die ouderling en mijn vriendin waar ik eerder al over schreef in het voorjaar van 1987. Daarnaast rookte ik stiekem. Een paar maanden later kwam mijn mijn moeder daar achter en die stapte achter mijn rug om naar de ouderlingen; wat mij een pittige preek opleverde… Ik was verraden door mijn eigen moeder! Het voelde als een dolksteek in mijn rug. Het was de druppel die mijn emmer deed overlopen. Ik vroeg mijn moeder wat ze zou doen als ik zou worden uitgesloten, recht op de man af. “Ik zou het vreselijk vinden, maar je blijft mijn zoon. Ik zal je nooit verstoten.” Toen viel er een giga last van mijn schouders en besloot ik in die seconde: dit is het. Ik ga er niet meer heen. Het was augustus 1987.

Ik wilde gewoon stilletjes verdwijnen. Na enkele weken begonnen de telefoontjes van de ouderlingen. WEKELIJKS. Waarom ik niet meer kwam. Dat ze met me wilde praten. Ik zei: laat me nou maar effe. Dat zei ik elke keer en kapte het gesprek af. Elke keer weer, elke week. Maanden achter elkaar. Maar de telefoontjes bleven komen. Ze lieten me niet met rust. Het was inmiddels januari 1988. Ik had inmiddels weer een leuke vriendin, waar ik ook sex mee had. De wekelijkse telefoontjes kwamen nog steeds. Ik was ze zo vreselijk zat, dat ik de botte bijl erin gooide! Ik stemde in met een gesprek.

Het gesprek, het comité en uitsluiting

Ik moest naar de zaal komen, op maandagavond. Ze waren met z’n drieën: het comité. Ze begonnen over roken. Nou was het geval dat mijn nieuwe vriendin allergisch was voor sigaretten en ik was voor haar gestopt. Dat vertelde ik ze en dat was de waarheid. Ik zag de opluchting bij hen. Toen begonnen ze over mijn nieuwe vriendin en vroegen me of ik al met haar naar bed geweest was. Daar zei ik volmondig ja op. Ook dat was de waarheid, een waarheid die mij zou bevrijden uit het juk van Jehovah’s Getuigen, want er stond uitsluiting op!

Ze deden nog één poging: Als ik er spijt van had werd ik niet uit gesloten. Ik gooide mijn kont tegen de krib en zei dat ik daar nooit spijt van zou hebben. Toen was het gedaan. De volgende dag al, op dinsdagavond, werd vanaf het podium meegedeeld dat ik was uitgesloten.

Datzelfde jaar vierde ik voor het eerst mijn verjaardag in mei, gewoon in mijn moeders huis (mijn moeder ging weg die avond). En mijn eerste kerst bij mijn tante in Zuid Limburg. Het voelde alsof ik was bevrijd! Ik stortte me met alles wat ik had op dat soort dingen. Ik LEEFDE voor het eerst in mijn leven. Ik kon doen waar ik zin in had zonder me voor alles en nog wat te moeten verantwoorden.

Nancy

Er was nog een zeer heftige tijd toen ik nog Jehova Getuige was. Zo heftig dat ik er nu nog mee zit. Ten dele heeft het te maken met het feit dat ik Jehova Getuige was, en dat was Nancy. Ik ontmoette Nancy in het september 1981. Ik was net 18 en zij ook. Prachtig meisje met lang blond haar en vanaf de eerste seconde liefde op het eerste gezicht. De vonken spatten er vanaf. Stapel dol waren we op elkaar. Maar, er was een probleem, ze was geen Jehova Getuige.

Hoe vertelde ik het mijn moeder? Ik was zo bang voor haar reactie dat ik niets zei. Ik was toch al veel weg, dus het viel niet op dat ik bijna elke avond en het hele weekend bij haar was. Ik zei dat ik naar mijn Jehova Getuige vrienden ging, maar in plaats daarvan was ik bij haar. Onze relatie was een extreme rollercoaster. Ook hadden we mega heftige seks, deden leuke dingen. Gingen overal heen op mijn brommer. Negen maanden lang leefde ik twee levens. En NIEMAND wist ervan! Een droomzomer rechtstreeks uit een roman! Als we samen waren, waren we compleet en zielsgelukkig. Tot die dramatische dag op 28 mei 1982.

Ik was net 10 dagen op vakantie geweest in Spanje, met een Jehova Getuige vriend. Ik had Nancy al ruim een week niet gezien en kon niet wachten haar weer in mijn armen te sluiten. We spraken af om 19.00 uur bij de “lantaarnpaal”. Voor de flat waar ze met haar moeder woonde op de hoek bij het kruispunt stond een lantaarnpaal, waar we altijd afspraken als we gingen rijden op mijn brommer. Ik had toen een Yamaha en ik wist dat die altijd slecht startte. Ook weer die vrijdagavond. Ik was al ietsje te laat en dan wilde dat kreng ook nog eens niet direct aanslaan! Uiteindelijk kwam ik 5 minuten te laat aan bij het kruispunt.

Ik zag haar staan en zwaaide breed. Ze stond met haar rug tegen de paal op de stoep links van het kruispunt. Zij zwaaide terug en toen ging alles ineens heel snel. Een auto kwam van achter mij, haalde mij in en stuurde op het kruispunt flauw naar links. Ik hoor haar nog gillen toen ze de auto in volle vaart op haar af zag komen. Ze kon geen kant op. Met een klap knalde de auto op de paal met Nancy ertussen.

Vanaf dat moment weet ik niets meer. Vier uur ben ik nog steeds kwijt. Alleen die “foto” in mijn geheugen van Nancy liggend op de totaal gedeukte motorkap met haar blonde haar rood van het bloed. Ik schijn zonder te kijken het kruispunt te zijn overgereden, mijn brommer neergegooid en haar vastgepakt te hebben. De politie heeft me van haar afgetrokken. In die ene seconde stortte mijn wereld in. Ze was op slag dood.

Een meisje uit “de wereld” en door angsten gedwongen te liegen

Waarom vertel ik dit? Omdat mijn angst voor de gevolgen bij Jehova Getuige mij dwongen te liegen, dingen te verzwijgen, mijn grootste geluk en diepste verdriet niet te kunnen delen. Want mijn moeder wist nog steeds niet van het bestaan van Nancy af. Het was een meisje uit “de wereld”. Daar hoor je geen liefdesrelatie mee aan te knopen. Dus ik zei nog steeds niets. Droeg mijn verdriet alleen. Pas twee jaar daarna heb ik verteld aan mijn moeder wat er was gebeurd. Ik ging eraan kapot, kon het niet verwerken, omdat ik er niet over kon praten.

En net zoals jaren later de reactie van mijn moeder me totaal verraste toen ze zei: “Je blijft mijn zoon”, verraste ze me toen ook. Ze was helemaal niet boos. “Had het me maar verteld, dan had ik je kunnen helpen en steunen.” Ze veroordeelde me niet. Ik heb gejankt als een klein kind en zo zat ik op haar schoot. Doordat ik er niet over durfde te praten uit angst voor de gevolgen, heb ik het allemaal totaal verkeerd verwerkt. Heb ik jaren rond gelopen en het weggestopt. Dat is wat Jehovah’s Getuigen mij heeft aangedaan. Wat ik mezelf heb aangedaan door niet voor mezelf op te komen. Dat is één van de dingen die Jehovah’s Getuigen met mensen kan doen.

Ex Jehova Getuige Ferry vertelt

Ex Jehova Getuige Ferry vertelt

6 reacties

  1. Marvin 21/07/2016
  2. Mariet. 20/12/2016
    • Enrico 16/09/2017
  3. qkroeze 22/03/2017
  4. Anne 21/08/2017
  5. Enrico 16/09/2017

Voeg uw reactie toe

Translate »