1 Korinthe 12 Jezus de Heere

1 Korinthe 12 Jezus de Heere. In het artikel “Jehovah en Jezus is 1!” wordt uiteengezet dat de Naam Jehovah geërfd is door Jezus van Nazareth. Bij Zijn opstanding ontving Hij rechtmatig deze hoogste Naam, tezamen met de titel “Christus” (Messias in het Hebreeuws). Sindsdien is de volledige Naam van het “uitgedrukte Beeld Gods” (Hebreeën 1): Here (Jehovah) Jezus Christus.

Gelovigen in Christus hebben uiteraard geen enkele moeite om deze Naam te gebruiken en om te erkennen dat dit de hoogste Naam is, die ons gegeven is. Dat er geen andere naam is dan deze, weten zij en daar handelen zij ook naar. (Handelingen 4 : 12)

Wedergeboren tot kind van God

Wie vanuit het hart in Hem gelooft, is wedergeboren tot Nieuwe Schepping in Christus. Zo iemand is opnieuw geboren, “van boven geboren”, van “God geboren”. Dus niet uit hetzelfde water waarin de geboorte in het aardse vlees plaatsvond. Net als de gehele Nieuwe Schepping is de nieuwe geboorte, de wedergeboorte, van een geheel andere orde dan wat aards is. De wedergeboorte – op grond van geloof – is uit “geestelijk water” (“water en geest” is een hendiadys). Dat vertelde de Here Jezus Zelf aan Nicodémus (Johannes 3). Dit nieuwe leven is niet met onze ogen waar te nemen, want “geest” is per definitie onzichtbaar. Maar het is er wel degelijk. Het brengt ook iets voort. Dat leven uit “geestelijk water” is actief. Net als de wind. Johannes 3:

Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Nicodémus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, nu oud zijnde? Kan hij ook andermaal in zijner moeders buik ingaan, en geboren worden?
Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.
Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest.
Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.
De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een ieder, die uit den Geest geboren is.

De Here Jezus stelt hier heel duidelijk de geboorte uit het aardse vruchtwater tegenover de geboorte uit geestelijk water. Zodat er geen enkel misverstand zou zijn over het verstaan van dit vergelijk. Het is geen een of ander vaag verhaal. Bijvoorbeeld bedoeld om te illustreren dat de mens, in een soort van “wedergeboorteproces”, moet veranderen tijdens zijn  leven, zoals een Jehovah Getuige (JG) mij eens vertelde. Het is wezenlijke informatie over wat absoluut noodzakelijk is om Nieuw (eeuwig) Leven te kunnen ontvangen. Net als de geboorte uit een moeder de enige weg is om deel te gaan hebben aan het aardse leven, in het vlees, in het oude leven, is wedergeboorte uit God Zelf de enige weg om deel te gaan hebben aan het Nieuwe Leven, dat uit God is.

Apostel Petrus over wedergeboren zijn

De Apostel Petrus begint zijn brieven met de wedergeboorte. In 1 Petrus 1 zegt hij in vers 2 en vers 23:

Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren, tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.

Die wedergeboorte uit “water en geest”, uit het “Woord van God”, was dus, volgens de Here Jezus, pure noodzaak om het toen aanstaande Koninkrijk Gods te kunnen “zien”, te kunnen beleven. Om er deel aan te kunnen krijgen. Zonder wedergeboorte is het niet mogelijk dat onvergankelijk Koninkrijk in te gaan. Wie daar in gaat, heeft die onvergankelijkheid ook. Ontvangen bij zijn geboorte als kind van God. Bij zijn wedergeboorte dus. De Apostel Johannes heeft het in zijn brieven op diverse plaatsen over “uit God geboren” zijn. Dat is hetzelfde als wedergeboren zijn:

Een ieder, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een ieder, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is.

Een ieder die gelooft dat Jezus is dé Christus

“Iedereen die gelooft dat Jezus is dé Christus”. Dit wil zeggen: geloven (aanvaarden) dat Hij de Verlosser is voor een ieder die gelooft. Dat Hij de beloofde Messias (Christus) is. Dat Hij de Hoogste en de enige Naam is tot behoud en tot zaligheid. Dat Hij God Zelf is, Die de wereld met Zich zou verzoenen, in Christus. 2 Korinthe 5 : 19:

Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; …

Iedereen die dat doet, ís uit God geboren. En is daarin dus niet alleen. Hoe komen de Jehovah’s Getuigen (de “gewone”, niet de “144.000”) dan toch op het idee dat dit niet voor hen is? Eenvoudig: ze geloven Gods Woord niet, maar vertrouwen op wat het wachttorengenootschap hen leert. Nogmaals, beide leringen kunnen niet waar zijn. Wat het WTG zegt en wat de Bijbel leert over wedergeboorte, “uit God geboren” zijn, staat recht tegenover elkaar. Maak uw eigen keuze welke woorden de waarheid zijn. Dat is heel belangrijk. Niets minder dan ons leven is er mee gemoeid.

Note: Jehovah’s Getuigen zouden zich er van bewust zijn dat hun ontkenning van het feit dat iemand in de huidige tijd wedergeboren moet zijn om “het Koninkrijk te zien”, betekent dat men een Koninkrijk predikt, op straat en langs de deur, waar men zelf niet in gaat! Dat is niet niks. Denk daar nog eens goed over na, alstublieft. Geloof niet de leer van het wachttorengenootschap dat een “gewone Jehovah Getuige” niet wedergeboren hoeft te zijn om Gods Koninkrijk in te gaan. De Bijbel leert het precies andersom. De Here Jezus legt dat persoonlijk en heel duidelijk uit. Nu is de vraag aan u: wie gelooft u? Het wachttorengenootschap of de Here Jezus? Allebei tegelijk gaat niet, want ze leren allebei iets anders over de wedergeboorte en het ingaan in Gods Koninkrijk.

Heilige Geest

Voor God is de oude schepping juridisch al weggedaan aan het kruis van Golgotha. Bij de kruisdood van de Here Jezus. De rest volgt op de “Jongste Dag”. Hij rekent niet meer met de oude schepping, die lang geleden werd “nedergeworpen”. (O.a. 1 Petrus 1 : 20) Hij werkt niet aan de oude mens en probeert die dus ook niet te verbeteren. Zijn Geest stort Hij alleen uit over de Nieuwe Schepping. Over wedergeboren kinderen Gods dus. Die voedt Hij op, tot volwassen “zonen” (erfgenamen), als het aan Hem ligt. Paulus zegt daarover o.a. dit in Filippenzen 2:

Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

Om Zijn Geest te ontvangen, ook bekend als de Heilige Geest (Christus Die niet zichtbaar is), moet iemand lid zijn van Zijn Nieuwe Schepping. Anders kan Die Geest niet werkzaam zijn. Hij doet niet “het willen en werken” in de oude mens, alleen in de Nieuwe Mens. In het wedergeboren kind van God.

1 Korinthe 12 vertelt dat gelovigen verantwoordelijkheid ontvangen

Terug naar 1 Korinthe 12. Naar de eerste verzen van het hoofdstuk. Daarin vertelt Paulus aan de Korinthiërs dat gelovigen in de Gemeente Gods (er is er maar Één) verantwoordelijkheid ontvangen. Het is hun door God gegeven om actief te zijn in het Lichaam van Christus. Ons is een taak, een verantwoordelijkheid, gegeven. Dat heet een gave. Wij mogen iets dóen. Daar is de Geest (Heilige Geest) bij betrokken. Zonder die Geest Gods kan er niks gegeven worden. Die Geest is cruciaal. Daarom wil Paulus de Korinthiërs daarover niet in onwetendheid laten.

En van de geestelijke gaven, broeders, wil ik niet, dat gij onwetende zijt.
Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar dat gij geleid werdt.
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door den Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest.

Het gaat hier om de “gaven des Geestes”, de geestelijke gaven, de gaven vanuit de Heilige Geest. Aan “broeders” uiteraard, want er wordt louter tot gelovigen gesproken. “Broeders” is de aanduiding van een ieder die wedergeboren is tot kind van God en daarmee toegevoegd is aan Hem. Levend onder het Nieuwe Verbond. Vóór dit moment in hun leven waren zij kennelijk van andere “aard”. Zij werden toen geleid tot “stomme afgoden”. Afgoden die niet spreken; niets te zeggen hebben, niets vermogen. Waaraan niemand iets heeft.

Spreken door de Geest Gods

Wat is dan het verschil tussen vroeger en nu? Het verschil zit in de “stomme afgoden” en het “spreken door de Geest Gods”. De gaven des Geestes “spreken”. Deze zijn niet “stom” (leeg), omdat die door de Geest Gods “gesproken” worden. Ze komen uit Hem voort. Niet uit de mens of uit “afgoden”, zoals vóór de wedergeboorte. Wie door de Geest Gods spreekt, de “geestelijke gaven” beheert, noemt Jezus dus géén “vervloeking”. De Joden die niet tot geloof in dé Christus, dé Messias der Schriften, waren gekomen “vloeken” Jezus. Zij ontkennen dat Hij de “ik Ben” is, zoals Hij tijdens Zijn prediking aan het Joodse volk en met name de leidslieden, had verkondigd. Zij noemen Jezus op die manier wel een vervloeking. Ergo: zij spreken dus niet door de Geest Gods. Zijn niet wedergeboren. 

Jehovah’s Getuigen “vloeken” de Here Jezus Christus ook. Dat lijkt misschien niet zo. Ze gebruiken Zijn Naam, geven hem eer. Maar …, Jehovah’s Getuigen zetten de Here Jezus Christus niet op de allerhoogste plaats. Zij erkennen niet dat Hij de Ware God is. Zij aanbidden Hem niet. Zij erkennen daarmee evenmin dat de evangelieboodschap van de Apostel Paulus over dé Christus en Zijn Genade, de enige boodschap is die verteld zou mogen worden. In plaats daarvan komt men met een “eigen evangelie”. Dat is niet het Evangelie van Christus. Paulus gebruikt voor degenen die dit doen ook het woord “vervloekt”. Hij zegt aan het begin van zijn brief aan de gelovigen te Galatië:

Ik verwonder mij, dat gij zo haast wijkende van dengene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, overgebracht wordt tot een ander Evangelie;
Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.
Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.
Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt.

Jezus den Heere

De laatste zin van vers 3 van 1 Korinthe 12 luidt: “… niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest.“ Of andersom gezegd: “Alléén als hij de Heilige Geest heeft, alleen dan kan iemand zeggen dat Jezus Jehovah is.” Dat Jezus God Zelf is, aangesteld bij Zijn opstanding tot Hoogste Naam en tot dé Christus. Dit betekent ook dat wie dit niet kan zeggen, wie niet kan proclameren dat déze Jezus, Die gekruist werd en opstond van “tussen de doden uit”, God Zelf is, bekend onder de Naam “Here Jezus Christus”, de Heilige Geest dus níet heeft. Een andere conclusie is niet mogelijk.

De Jehovah’s Getuigen kunnen niet zeggen dat de Here Jezus Christus de Ware God is. No way! Vraag het hen zelf maar.

Wie dit niet kan, ontvangt uiteraard niet de “gaven des Geestes”. Zo iemand is dan niet wedergeboren; geen kind van God geworden. De Heilige Geest kan Zijn werk in hem niet doen. Er is geen contact, geen communicatie. De Heilige Geest kan zo iemand evenmin rondleiden in Zijn Woord om dat te openbaren. Zo iemand kan niet gevoed worden door Christus. Niet met de melk voor pasgeborenen en uiteraard ook niet met “vast voedsel”. Zo iemand maakt geen deel uit van Zijn Lichaam.

De tegenstelling tussen leven in oude mens of in Christus

Het is dus nogal fundamenteel wat hier staat. Aan de Korinthiërs werd de keuze tussen het leven in de oude mens en het leven in Christus voorgehouden. Dat doet Paulus constant en ook hier is het niet anders. Het oude leidt tot “stomme afgoden”. Het Nieuwe leidt tot de Here Jezus Christus, de Ware God. De Waarachtige God, zoals Johannes het benoemt in Johannes 5 : 20:

Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.

Bedenk dat de gaven aan gelovigen rechtstreeks van de Ware God komen. Ga er dan ook zo mee om. Neem ze zeer serieus, wetend dat al wat je doet voor de Heer is. Maar vóór dit moet de in “Adam geboren mens” tot wedergeboorte komen. Wedergeboren tot kind van God, in Christus. Anders kan de Heilige Geest Zijn werk niet doen.

Geest, Heere, God, gaven, bedieningen, werkingen

Dan gaat de Apostel verder in 1 Korinthe 12 met “Geest” en “Heere” en dus ook met God. Hij zet het op een rijtje waarbij meteen duidelijk is wat die “gaven” dan zijn. Prachtig in taal vormgegeven.

En er is verscheidenheid der gaven, doch het is dezelfde Geest;
En er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere;
En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.

Heel duidelijk, zeker als je het even onder elkaar zet:

Verscheidenheid der gaven – Geest
Verscheidenheid der bediening – Heere (Heer / Jehovah)
Verscheidenheid der werkingen – God

Gaven zijn bedieningen. Gaven zijn werkingen. De Geest is de Heere. De Geest is God. De Heere is God. “Die (God) alles in allen werkt.”

Er is maar Één God, Één Heere, Één Geest

Er is maar Één God, Één Heere, Één Geest. De Geest, de Heilige Geest, de Here Jezus Christus. Het is Één Ware God. Één Wezen. Deze God werk alles in allen. De Geest, de Heere, God, doet Zijn werk in de gelovigen. Die “werkingen” zijn een bediening voor de gelovige die zich openstelt voor Gods werk. Een bediening, een werk, wordt aan de gelovige gegeven. Wat dat ook moge zijn. Klein of groot, een ieder naar z’n vermogen. Het enige wat van die gelovige wordt gevraagd is dat men, na het aanvaarden van die gave (bediening), trouw zou zijn in de uitvoering ervan. Trouw aan God Zelf. Trouw aan Zijn Woord. Te allen tijde.

Mijn oproep aan Jehovah’s Getuigen die oprecht God willen dienen is om tot persoonlijk geloof te komen in de Here Jezus Christus, God Zelf. Dan ben je wedergeboren tot kind van God en kan de Heilige Geest Zijn werk doen. Dan pas leer je Zijn Evangelie kennen en kun je opgroeien in Zijn Woord. Eerder niet. Via het wachttorengenootschap kom je niet tot kennis van de Ware God. Die aardse organisatie heeft haar “eigen waarheid”, die sterk afwijkt van wat de Bijbel leert. Denk daar alstublieft goed over na. Onderzoek die dingen.

1 Korinthe 8: God, Vader, Heere Jezus Christus

Tot slot de woorden van Paulus in 1 Korinthe 8. Daar had hij de Korinthiërs al uitgelegd dat er Eén Ware God is:

… wij weten, … dat er geen ander God is dan Eén.
Nochtans hebben wij maar één God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en (= namelijk) maar één Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.


1 Korinthe 12 Jezus de Heere

1 Korinthe 12 Jezus de Heere

Een reactie

  1. Frits van Pelt 16/10/2019

Geef een reactie

Translate »