Ontmoeting met ex kringopziener Jehova Getuigen

Altijd eerlijk “de waarheid” onderzoeken

Als je overal zegt dat je de “waarheid” hebt en dat hetgeen je leert afkomstig is van God zelf, dan moet je ook altijd bereid zijn om die “waarheid” te onderzoeken. Zeker als je daar op aangesproken wordt. Als je werkelijk de waarheid hebt, dan is dat geen enkel probleem. Echte waarheid houdt stand en onderzoek betekent dan dat je er sterker uitkomt. ex kringopziener Jehova Getuigen.

Zo dachten ook de Jehova Getuigen Bas en Inge. Zij waren overtuigd en actief lid van de organisatie van Jehovah’s Getuigen en volgden de leringen van het wachttorengenootschap. Gelukkig dachten zij nog wel na over wat geleerd werd én bleven zij open staan voor “punten van overweging”.

Op huwelijksreis naar Rhodos

Het pasgetrouwde stel vertrok voor een huwelijksreis naar Rhodos. Het werd een zeer bijzondere week met evenzo bijzondere ontmoetingen en gesprekken. Het werd een vakantie die ze van te voren zeker niet zo bedacht hadden en die hun leven drastisch zou veranderen. Achteraf zijn Bas en Inge daar heel blij mee, maar toen was het niet eenvoudig.

Bas en Inge gaven gehoor aan wat in Johannes 8 : 31, 32 geschreven staat:

Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen;
En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Aan deze woorden van Jezus zelf is niets onduidelijks aan. In Zijn woord blijven, en in niets anders, zorgt ervoor dat de Waarheid verstaan wordt en dat Deze u echt vrij maakt. Bas en Inge, en gelukkig zovelen met hen, hebben dat mogen ondervinden. En soms gaat dat via een bijzondere route.


Ontmoeting met ex kringopziener Jehova Getuigen

Hoe een huwelijksreis naar Rhodos hun leven drastisch veranderde

Het is al ruim 25 jaar geleden dat Bas en ik elkaar leerden kennen binnen de organisatie van Jehova Getuigen. We waren beiden midden veertig en al enkele jaren lid van de organisatie. We werden verliefd op elkaar en de niet geringe afstand tussen onze woonplaatsen versnelde het plan binnen niet al te lange termijn te trouwen. Bas raakte me, omdat hij enerzijds een diepe geloofsovertuiging had en anderzijds zich niet in alles liet meeslepen wat de door de organisatie opgelegde regels betrof. Het leek alsof hij daar een goed onderscheidingsvermogen in had en beiden vonden we elkaar daarin.

Zo baden we zonder dat we dat van elkaar wisten dat, indien we niet in de goede organisatie zouden zijn, of God het ons wilde laten zien. Bas kon makkelijk bepaalde ontwapenende grapjes maken in een groep van soms wat starre of strenge geloofsgenoten en zo nu en dan kon hij daarbij bepaalde dingen op de korrel nemen. Ik genoot van die humor, het sprak me aan dat hij met zijn pure inzet, en zonder oogkleppen, niet klakkeloos alles aannam wat de organisatie oplegde. Tegelijkertijd zag en voelde ik zijn oprechtheid in het geloof als hij hardop bad.

Eerder was ik zelf al van enkele de regels van de organisatie geschrokken toen ik bijvoorbeeld bij de doop hoorde, dat we ter plekke moesten bevestigen dat we de organisatie trouw zouden blijven in wat deze ons opdroeg. Ik hoorde dit voor het eerst in het voorwoord een kwartiertje voor de groepsdoop van zo’n 20 personen en was verbaasd dat we dat we er tevoren niets over hadden gehoord. Dat was zo’n moment dat ik bijna letterlijk uit de groep dopelingen was gestapt en naar buiten wilde gaan. Ik wilde God trouw zijn en trouw blijven maar niet in de eerste plaats de organisatie. Dat waren immers mensen…

Omdat er meer ‘punten van overweging’ in hun leerstelling waren, die me twijfels gaven, had ik soms de neiging deze dingen door het snelle tempo van de studie wel eens te verdringen en wilde er alleen het goede uitfilteren. Als ik vragen daarover stelde bij de persoon die me studie gaf, moest ik wachten tot er tijd was voor een apart gesprek. Dat was niet ingebouwd in het studietijd. Soms duurde dat enkele weken, want ook de mensen die studie gaven hadden beperkte tijd. Soms moesten ze zelf lang in de boeken zoeken voor ze ergens een antwoord vonden. Weer iets later kreeg ik twijfels vanwege de documenten die ik van iemand onder ogen kreeg over de vele verkeerde voorspellingen die de organisatie al had gedaan in de vele jaren daarvoor. Al zo’n 10 tot 15 keer, sinds 1870 zou de wereld vergaan zijn. Ik had die papieren daarna aan een ouderling gegeven met de vraag wat hij ervan dacht. Ik kreeg ze na heel lange tijd terug met het antwoord dat hij er niets mee kon. Ik stelde me zo voor dat al die keren dat de wereld weer zou vergaan, er naar mijn conclusie bepaalde demagogische sferen geweest moesten zijn, waarbij mensen hun hele erfenis op de bank van de organisatie hebben gestort, uit angst toch zeker gered te worden. Dat zou o.a. grotendeels de rijkdom van de organisatie verklaren. Steeds kwamen er nieuwe ‘einde van de wereld ’data, omdat de voorgaande datum weer niet was uitgekomen. Het waren data waar bijna iedereen binnen de organisatie naartoe leefde en waar iedereen opnieuw weer in geloofde. Achteraf gaf men dat niet toe. Wat ik me zelf nog goed herinner was 1975. Hoe vaak kwamen de getuigen aan de deur met boekjes met enge angstaanjagende tekeningen op de voorkant. Er gebeurde dus niets in 1975… Als ik daarover begon, zei men dat maar enkele mensen dat hadden verteld en dat die mensen niet zo intelligent waren. Nou dat klopte dus echt niet.

Als een dergelijke generatie gepasseerd was, wisten de kinderen of tenminste de kleinkinderen niets (meer) van de voorspellingen die destijds gedaan waren. En indien wel, werd over de zogenaamde vergissingen niet meer gesproken. Als iemand het aanhaalde, zwegen de toehoorders, bang om de organisatie in een kwaad daglicht te stellen. Als je bleef doorvragen, omdat je er meer over wilde weten, werd het gebagatelliseerd. Dat klopte niet, vond ik en ik begon me af te vragen hoe eerlijk de organisatie was. Daarnaast begon ik me bijna schuldig te voelen over mijn twijfel en dat voelde al bijna als een soort ontrouw.

Bas en ik bleven beiden bidden voor het juiste antwoord indien we in de verkeerde organisatie zouden zijn. We vonden elkaar daarbij ook in de gezamenlijke twijfels en dat sterkte ons. Om er beiden uit te stappen, daar stonden we nog niet sterk genoeg voor in de schoenen en daar dachten we zelfs nauwelijks aan. Alleen de gedachte al voelde alsof je van de aardbol donderde. Drie keer per week hetzelfde horen, dat je bij Gods organisatie zat, gaf je het gevoel dat het nergens beter was, dat je nergens beter kon vertoeven. En natuurlijk werkt dat als hersenspoeling, of als hypnose.                                    

We trouwden en gingen op huwelijksreis naar Rhodos. Twee dagen na de aankomst besloten we om deze zondagochtend de koninkrijkzaal van Jehovah’s Getuigen te bezoeken. We vroegen de receptioniste van het hotel om een taxi te bestellen. Tijdens het wachten aan de balie, viel het ons op dat de telefoniste nogal lang moest bellen voor het bestellen van een taxi. Doordat ze Grieks sprak, konden we geen woord verstaan. Bas viel haar daarom op een bepaald moment in de rede, want we dachten aan de tijd die ons nog restte om niet te laat in de zaal te komen. ‘Just a moment,’ antwoordde ze vriendelijk en opvallend gehaast praatte toch nog enkele minuten door. Net toen Bas zijn geduld begon te verliezen, omdat hij dacht dat ze privé aan het bellen was, sloot ze haar gesprek af en zei, terwijl ze haar blik afwendde, dat de taxi binnen 3 minuten zou komen. En dat klopte. We gingen alvast naar buiten, terwijl we ons afvroegen waarom dit gesprek zolang moest duren. Een half uur later zouden we het weten.

We stapten in de taxi en de oudere wat gezette taxi chauffeur bracht ons zwijgend naar het centrum van de stad. Daar aangekomen, bleef hij tergend langzaam rondjes rijden zoekende naar het voor hem juiste pand. We keken elkaar vragend aan, want meestal ligt een zaal van Jehovah’s Getuigen niet in een druk winkelcentrum, alleen al vanwege de hoge huurkosten. De chauffeur stopte ergens voor een kledingzaak en vroeg ons een moment te wachten. Nerveus stapte hij uit en liep snel, wat voorovergebogen in een van de een kledingwinkels binnen. We dachten dat hij de weg niet kon vinden en het daarom in die zaak  ging vragen. Bas, die al nooit uitblonk in geduld, begon nu behoorlijk geïrriteerd te raken, want nu zouden we helemáál te laat komen. De chauffeur kwam na 5 minuten terug. Hij sprak geen Engels of deed alsof hij het niet verstond, dus het had geen zin om de irritatie dat naar hem te ventileren. Hij deed het portier wat zenuwachtig open en zei dat we die speciale kledingzaak moesten ingaan. We dachten op dat moment dat een kleine zaal misschien achter een van de panden gevestigd zou zijn. Bas betaalde en informeerde, maar de man maakte een gebaar dat het enige wat hij wist was, dat we daar naar binnen moesten gaan. Het was zijn houding en de “ík ben onschuldig blik’’ van de taxi chauffeur die ons even uit balans bracht terwijl we een minuut later wat onzeker de zaak binnenliepen.                                                                         

Bij de toonbank stond een aardige, goed uitziende, jongeman, van ongeveer begin 20. Hij groette ons vriendelijk, liep rustig enkele meters onze richting in en stelde zich voor als Nathan V. Zijn stem was zacht bescheiden en hij sprak ons, elk woord overwegende langzaam in het Engels toe. Op de hoek van de toon ban lag een bijbel. Hij vertelde dat hij en zijn hele familie hun leven lang Jehovah’s Getuige waren geweest. Bas en ik keken elkaar een moment twijfelend aan. Even dachten we: zijn we in de val gelokt? We lieten hem toch uitpraten, waarschijnlijk omdat we hem zo aardig vonden. De regels van de organisatie waren dat we nooit mochten praten met een ex-Jehova Getuige, maar het feit dat we dat nu beiden wel deden, was, dat we het onderscheid hadden geleerd in wat God verbood en wat de organisatie verbood. En vele Jehovah’s getuigen zien de regels van de organisatie als regels van God zelf. Want… ze zijn ervan overtuigd dat God door hun organisatie spreekt, omdat dat wekelijks in de studie herhaald wordt.

Nathan vertelde dat zijn vader jarenlang tot de laatste week dat hij in de organisatie was, opziener was. Hij vroeg of we akkoord gingen dat hij hem zou bellen. Hij zou vandaag ruim de tijd hebben met ons te willen praten. Bas en ik keken elkaar opnieuw aan. We dachten beiden hetzelfde en we spraken dat bijna gelijktijdig uit; als we denken dat we dé waarheid hebben, moet die waarheid tegen alles bestand zijn. Dus we stemden beiden na overleg toe… En als we ontdekken dat hij fout zit, zeiden we tegen elkaar, kunnen we ons inspannen hem te overtuigen wáár hij fout zit. Tegelijkertijd wisten we dus dat wat we deden binnen de organisatie verboden was. We mochten niet praten met mensen die waren uitgetreden. Bas mompelde nog iets tegen me van dat zo’n verbod niet in de bijbel stond en ik dacht er hetzelfde over. Hoe vreemd en overrompelend was deze tweede dag van de huwelijksreis. Ons eerdere plan was eigenlijk Korfoe geweest, maar dat lukte door allerlei oorzaken maar niet. Rhodos was een voor de hand liggende keuze geworden. En nu gebeurde dit… 

Nathan liep daarna meteen naar de telefoon achter in de zaak en belde zijn vader. Zijn vader vroeg of we a.u.b. even wilden wachten, dan zou hij ons komen ophalen. Nathan bleef met ons praten, gelukkig waren er geen klanten in de zaak en het voelde alsof het zo moest zijn. De manier hoe hij ons te woord stond, hoe hij ons benaderde, had iets van rust, intelligentie en diep respect en dat maakte dat we er nog geen seconde aan dachten weg te gaan. Tien minuten later kwam zijn vader de zaak binnen lopen. Zijn dunne grijzende krullen bedekten de helft van zijn oren en omzoomden zijn smalle gezicht. Hij had iets aristocratisch en tevens iets van leiderschap in zich. Hij gaf ons een hand en begroette ons ernstig, maar tegelijk ook vriendelijk en stelde na enkele minuten voor dat we met hem meegingen. 

Met zijn vrouw en zoon Nathan woonde hij in een luxe villa even buiten de stad. Na de kennismaking met zijn bijzonder aardige en bescheiden vrouw waarvan ik de naam kwijt ben, deelde hij ons mee dat we uitgenodigd waren voor een heerlijke warme maaltijd en toen we toestemden vertrok ze naar de keuken. George nam ons mee naar een ander deel van hun mooie huis en wat me eerst opviel waren de enorm grote glanzende vloertegels waar je eerder op zou willen schaatsen dan lopen. Zijn vrouw kwam meteen daarna met een dienblad thee en koffie en daarna begon hij voorzichtig met e.e.a. over zichzelf te vertellen.

We konden merken dat zijn stap uit de organisatie niet zonder pijn was gegaan. Hij was dus jarenlang kringopziener geweest. Zo’n functie houdt in dat iemand van een bepaald district boven de ouderlingen staat en hun leiding geeft, toezicht op hen heeft. Toen was het George ter ore gekomen dat iemand uit de hoogste top van Jehovah’s Getuigen uit Brooklyn, van de een op de andere dag uit de organisatie was gezet, letterlijk op straat was gezet. Het was een vooraanstaand man met een destijds bekende naam, hoog in de top. Een gezalfde die de organisatie zijn leven lang trouw had gediend en veel goed werk had gedaan.  George wilde er meer van weten en tijdens die pogingen ontdekte hij dat hij zelfs al kringopziener er niets van mocht weten, alles werd geheim gehouden en in de doofpot gestopt. Dat klopte volgens hem niet. Daar was dus destijds bij hem e.e.a. mee begonnen en daarmee begonnen vervolgens enkele twijfels te ontstaan. Die twijfels en vragen groeiden en tussentijds deed hij extra onderzoek naar het verschil tussen de bijbel van de Getuigen en de gewone originele bijbel. 

Enkele jaren tijd later kwam een dik boek uit van deze ex-gezalfde, met de titel Gewetensconflict”. Daarin vertelde ex-toplid Raymond Franz dat hij eruit was gezet, omdat zijn geweten begon op te spelen doordat hij steeds meer dingen binnen de organisatie ontdekte die niet helemaal zuiver waren. Dat bijvoorbeeld de mensen die intern woonden in het  Brooklyn wachttoren-gemeenschap niet in de bijbel mochten lezen en indien ze dat toch deden kregen ze een waarschuwing of werden ze ontslagen als ze daar mee doorgingen. Ze mochten wel studeren op de door de organisatie aangegeven tijd en dan met een leider van Jehovah’s Getuigen uit Brooklyn erbij. Dat vonden ze natuurlijk vreemd en sommigen vormden uit liefde voor hun geloof, toch kleine studiegroepjes. Zij werden later uit de organisatie gezet. Het kwam erop neer dat de touwtjes in handen moesten blijven van de leiding en dat de bewoners van Brooklyn zelf niets konden beslissen, maar leefden in totale afhankelijkheid van hun meerderen. Studiepunten werden door de leiding gekozen, zelf mochten ze geen onderzoek doen.

Broeder Franz was opgevallen hoe de vele anderen die in de organisatie zaten steeds bijna wekelijks werden uitgezonden naar allerlei landen, dus verre vliegreizen moesten maken, dat tot zelfs 52 keer per jaar. Ze kwamen zelf daardoor niet aan studie toe en waren vanwege tijdgebrek niet in staat kritisch te worden. Hij ontdekte nog meer vreemde dingen en toen hij die, na lang beraad, voorzichtig ter discussie wilde stellen, ontstonden de problemen en ontstond er vijandschap i.p.v. hulpvaardigheid. Toen hij niet opgaf werd hij van de een op de andere dag eruit gezet. Niemand van de groep leidinggevenden mocht nog met hem spreken. Hij stond er volledig alleen voor en is uit noodzaak dagelijks als tuinman gaan werken om in zijn broodwinning te voorzien. Nooit een beroep uitgeoefend, geen pensioen opgebouwd, omdat hij zijn leven lang in de organisatie was geweest en daarop had vertrouwd.

George pakte de bijbel er steeds bij tijdens het urenlang onderricht wat hij ons gaf, om daar, waar de organisatie gefaald had door teksten te verdraaien of totaal anders uit te leggen in de boekjes ons daarvan getuige te laten zijn. Om te beginnen pakte hij Johannes 1: Het Woord was bij God en het Woord was God. Jehovah’s Getuigen bijbel: Het Woord was bij God en het Woord was EEN GOD. Net dat ene woordje EEN verdraaide de hele tekst.

Zo liet George V. ons keer op keer getuige zijn van de vele veranderde  teksten uit de door de organisatie zelf vertaalde bijbel, waarvan sommige teksten daardoor met opzet net iets anders betekenden, nu gericht naar hun eigen leer. Het waren subtiele verdraaiingen waar de lezer soms ongewild overheen leest, maar met de originele bijbel ernaast zag je de bedoeling ervan. George vertelde dat een artikel over hem in de krant had gestaan en liet dat zien. Er was een hele pagina  aan zijn interview gewijd en dat had nogal opschudding in Rhodos veroorzaakt. Vele getuigen stapten daarna uit de organisatie. Nu begrepen we het lange telefoontje van de receptioniste. Ze had geprobeerd de taxi-chauffeur over te halen ons niet naar de zaal, maar naar George te brengen. Dat was blijkbaar niet meteen gelukt. Ze had doorgezet en daar waren we haar later ons leven lang dankbaar voor.

Aan het einde van de middag kreeg ik heftige hoofdpijn. Bas was gewend de hele dag Engels te spreken, vanwege zijn lange verblijf in het buitenland, mij lukte dat jammer genoeg niet. Ik nam niets meer op en wilde even buiten lopen. Bij nader inzien vonden we het beter te stoppen en zeker toen we hoorden dat George ons de volgende dag weer uitnodigde. We namen die graag aan en opnieuw zaten we de hele dag uren en uren te luisteren, te praten, verbaasd te zijn, ontzet te zijn. Beiden hadden we het soms emotioneel moeilijk, want we hadden zoveel vertrouwen gehad in de organisatie. En nu bleek alles voor niets te zijn, het was pure misleiding geweest dus. Maar met welk doel? Waarschijnlijk de macht van het geld, want aan de top zaten enkele mensen die de touwtjes in handen hadden en die hun gang konden gaan. Ook de gezalfde broeders hadden weinig inspraak.

Het was voor ons soms heftig, zo nu en dan vroegen we George even te stoppen. De verontwaardiging, de teleurstelling, was shockerend. Dan ging hij weer verder. George vroeg op een bepaald moment wat we ervan dachten; Spreekt God door de organisatie of… Spreekt God NIET door de organisatie… We hadden geleerd dat het Gods organisatie was.  Maar niet of God door de organisatie sprak, dat was namelijk essentieel. Maar wij wisten het antwoord nu 100% zeker. We wisten nu dat God NIET door de organisatie sprak, alleen al gezien de vele foute voorspellingen die de organisatie al had gedaan. Zou God door de organisatie spreken, dan zou niets fout zijn voorspeld en zou alles kloppen. Dus onze conclusie was nu: nee. We hadden daar gek genoeg tevoren nooit bij stilgestaan. Terwijl we bijna wekelijks leerden dat we Gods organisatie waren. Indien God niet door de organisatie spreekt, dan is het dus NIET Gods organisatie, maar een organisatie van mensen!

Op het einde van de tweede dag vroeg George of we de volgende dag weer terug wilden komen, maar omdat ik zelf totaal niets meer opnam, had ik nu toch echt meer zin in een dagje ontspanning. Bovendien waren we op huwelijksreis. We spraken af over enkele dagen terug te komen. Op de hotelkamer baden we eerst beiden en daarna ieder voor zich. We baden voor wijsheid en inzicht, voor duidelijkheid en rust.  Voor de echte waarheid of God ons die a.u.b. zou willen laten zien. Ik bad zelfs voor een teken van God, want ik herinner me het nog als de dag van gisteren, die vreselijke onzekerheid, dat niet te omschrijven gevoel van belazerd zijn en geen kant op kunnen, van geen grond meer onder de voeten te voelen. Het was zo’n veilig gevoel geweest, te denken bij Gods organisatie te horen en nu… Ik lag de hele nacht te woelen en ook Bas kon niet slapen. We worstelden beiden met hetzelfde gevoel. Dit alles gaf van een kant een schaduw over iets wat een blije honeymoon week had moeten worden, maar we wisten beiden dat als dit de waarheid was, dat het dan de moeite waard was om er nu achter te komen. Zo niet, dan zouden we een sterkere strijd voor dit geloof kunnen leveren als daarvoor. We zouden voorop de bres staan en nog harder werken voor de waarheid dan daarvoor.

Hoewel nu van een kant dat afschuwelijke gevoel te hebben langs een ravijn te lopen, was er een ander gevoel of inzicht wat nog niet goed genoeg doordrong, maar het stond op de kier, het was iets van: ga door, hier kom je uit… het leek bijna een stem van boven. Dat gevoel van verlatenheid moesten we immers voelen, dat was nodig om te ontdekken waar Gods echte waarheid lag. De echte waarheid die vrijer maakte dan wat dan ook. Dat verschil moest voelbaar zijn, maar bij dat gevoel konden we nog niet komen, we moesten a.h.w. eerst door een sluis heen om daarna, pas als we het begrepen hadden, de vrijheid te voelen waar de bijbel, het nieuwe testament, over spreekt. Bas pikte alles sneller op, mede door zijn ervaring met de Engelse taal. Ik bleef zo nu en dan wat langer in de emotie hangen, had iets meer tijd nodig om de dingen te verwerken en stelde Bas voor om de volgende dag iets ontspannends te gaan doen. Mezelf kennende, had ik even een dagje nodig om terug in balans te komen. Bovendien was het de derde dag en we hadden maar een weekje. We besloten dus een leuk stadje bezoeken in combi met een natuurwandeling even daarbuiten en namen de bus die er een half uur over zou doen. Beiden waren we stiller dan gewoonlijk, we hadden afgesproken het er vandaag even niet over te hebben, maar de gedachten erover liet ons beiden blijkbaar niet los. Hoe vreemd ook, maar ik herinner ik me niets wat we die dag ondernamen, het enige wat ik me wel nog herinner is dat we op het einde van de dag op een bankje zaten om op de bus te wachten. Op het zelfde bankje zat een leuk jong stel, van ongeveer 25-30 jaar. Bas las wat in een van de boekjes van de organisatie die hij altijd bij zich had en ik herinner me nog dat ik het wat onnodig vond dat hij dat boekje zo hoog hield. Ik schaamde me er absoluut niet voor, maar hierdoor was vaak alle kans voor een leuk gesprek met anderen bij voorbaat al afgesneden.

Het stel naast ons keek enkele keren naar het boekje en ze spraken rustig en zachtjes onder elkaar in het Engels verder. Ik concludeerde dus dat ze er wellicht kritisch over waren en een oordeel hadden, gezien hun afwerende blik. We kregen geen contact, ook niet toen ik de dame even aan wilde kijken en een gesprek wilde beginnen. Bas was immers aan het lezen en ik had zin om even wat te kletsen. Het was inmiddels weer 20 minuten later en de bus kwam maar niet opdagen. We werden nu wat ongeduldig, want hij had er al lang moeten zijn. Ik vroeg het stel naast ons iets over het feit dat het zo lang duurde, of hun dat ook opviel, ze knikten maar bleken geen zin in een gesprek te hebben. Ik concludeerde opnieuw dat ze door het zien van het boekje van de organisatie, wellicht de voor hun gepaste afstand hadden genomen. Na tien minuten kwam er een man naar ons toe lopen. Hij zei dat hij ons al een tijdje op de bus zag wachten en hij stelde een gezamenlijke taxi-rit voor een voordelige prijs t.o.v. de bus. Hij vroeg welke kant we op moesten en het bleek dat we met z’n vieren dezelfde kant op moesten en dat hun einddoel niet ver van ons hotel was. Wat een toeval… De chauffeur stelde voor ons er naar toe te brengen. We gingen allen na overleg akkoord en stapten in.

Bas en ik zaten achter, de jonge vrouw Linda, tussen ons in. Haar lange slanke man, die zich voor had gesteld als Jeff, zat voorin op de passagiersstoel. Ze gaven de indruk een intelligent stel te zijn. De taxichauffeur startte de auto en we reden al een tijdje zonder dat iemand iets had gezegd. Ik wilde iets zeggen, het was moeilijk om met Bas te praten zo voorlangs de vrouw heen. Maar ik had zin in wat luchtige conversatie en vroeg aan haar, om de stilte te doorbreken, uit welk land ze kwamen ‘Amerika’, zei ze zonder mimiek en haar toon nodigde niet uit voor nog meer vragen. Mijn vrouwelijke intuïtie zei  door te gaan met zo nu en dan iets te vragen, want haar afwerende houding maakte me zelfs nieuwsgierig. Uit welk deel van Amerika? vroeg ik met de nodige uit beleefdheid uitgestelde seconden. ‘Brooklyn,’ antwoordde ze. Ik voelde meteen dat ze dat liever niet had gezegd en ik realiseerde me dat ik nog twee keuzes had: Niets meer vragen en de taxi-rit in stilte voortzetten, of tóch vragen om te achterhalen waarom ze zo afstandelijk deed. Mijn wat brutale nieuwsgierigheid naar deze houding won het opnieuw. Ik was het bovendien niet gewend, omdat de meeste mensen ons altijd vriendelijk en open te woord stonden. Ik zei daarom na haar korte antwoord wat overdreven enthousiast; Oh daar is onze organisatie gevestigd, we zijn Jehovah’s Getuigen. (Ik vermoedde al dat ze het wist, gezien haar blik op het boekje en haar afstandelijke houding op het bankje.) Linda knikte… ze had het dus al gezien en dat kwam, dacht ik, van het ’’iets te hoog in de lucht gestoken boekje van Bas’’. Maar hoe dan ook, veel later was ik en bleef ik Bas hier zo dankbaar voor, anders had het gesprek in de taxi waarschijnlijk niet meer dan een oppervlakkige noot gekregen. Juist daardoor kreeg alles een andere wending, want… Totaal niet enthousiast antwoordde Linda enkele seconden later; ‘Wij wonen in het gebouw van de Wachttoren, we zijn ook Jehovah’s Getuigen.’

Bas en ik waren nu even sprakeloos. Waarom was er dit zwijgen naar soortgenoten, medegelovigen, gelijkgestemden. Het gesprek kwam nu op gang. Jeff vertelde dat hij architect was binnen de organisatie en Linda vertelde dat zij intern ander werk deed, zoals een deel administratief en een deel schoonmaak werk. Ze waren nu hier in Rhodos met vakantie. Ze vertelden er wel over, maar ik voelde geen drive of enthousiasme. Het kon allerlei reden hebben, misschien voelde een van hen zich niet lekker en hadden ze gewoon geen zin om met anderen te praten. Even later voelde ik, ondanks alles, een gevoel opkomen van nu of nooit en vroeg aan Bas: Wil je eens vragen of ze vinden dat het Gods organisatie is of niet? Linda keek me zijdelings vanuit haar ooghoeken aan alsof ze vanwege de toonzetting die ik gebruikte doorhad dat het nu om iets specifieks zou gaan. Het viel me op dat ze nauwelijks bewoog, nauwelijks mimiek had en me niet echt aankeek. Het ging me nu verder om wat de essentie van dit gesprek zou moeten worden, want de taxi rit zou maar een half uur duren. Bas vroeg het aan Jeff die voorin zat. Mag ik je wat vragen Jeff? ‘Yes of course.’ Wat vind jij? Bevinden wij Jehovah’s Getuigen ons wel of niet in God’s organisatie? Jeff: ‘Jazeker.’ Oké, zei Bas, dan heb ik nog een vraag Jeff: Spreekt GOD ZELF door de organisatie? Even was het stil voordat Jeff antwoordde. Hij herhaalde de zin langzaam: Spreekt… God… door… de… organisatie… en wachtte 5 tot 6 seconden met antwoorden. Daarna zei hij opnieuw: ‘Jazeker.’ Jeff had er blijkbaar ook nooit op deze manier over nagedacht, net zoals Bas en ik onszelf deze vraag tot voor enkele dagen terug nooit gesteld hadden. Bas vroeg aan Jeff of hij daarvan ten volle overtuigd was gezien de vele vergissingen van door de organisatie gestelde data:  dat de wereld steeds zou vergaan, dat Armageddon zou komen. Bas zei het niet aanvallend, maar juist uiterst vriendelijk. Ook haalde hij daarbij aan, dat bepaalde visies uit de organisatie steeds weer veranderden, visies, leerstellingen die jarenlang aan de getuigen waren aangeboden voor studie. Dat boekjes plotseling van de een op andere dag niet meer werden uitgegeven en dat men het advies kreeg die te vernietigen.

Linda luisterde alleen naar wat er gezegd werd en reageerde niet. Jeff zei even later; Nee, ik denk, nu ik het zo bekijk, dat we niet kunnen zeggen dat God zelf door de organisatie spreekt. Linda zei niets. Beiden wisten natuurlijk niet, dat dit voor Bas en mij al enkele dagen een cruciaal punt was geweest, een punt waar je na dit inzicht, na deze heldere conclusie niet meer omheen kon. Dat hiermee alleen al het totaal plaatje ging wankelen.

Bas verder tot Jeff: Als we tot de conclusie komen dat God niet door de organisatie spreekt, kan je het dan wel Gods organisatie noemen? Jeff: ‘Ik kan daarop even niet duidelijk antwoord geven, het zijn toch twee verschillende zaken. We zagen dat Linda weer echt ging zitten en we weten niet of ze via het spiegeltje oogcontact hadden, maar het belangrijkste was voor ons ingevuld. Dat met deze door hun eerste aanvullende conclusie, Jeff en Linda als twee intelligente interne Jehovah’s getuigen binnen het Wachttorengenootschap, beiden met een goede schoolopleiding en met genoeg studieachtergrond wat de leer van Jehovah Getuigen betrof, de essentie van het eerste antwoord hierover gezegd was en dat men er niet meer omheen kon. Of hij spijt had van zijn uitspraak wisten we niet, maar één ding was waar. Hij had op de eerste vraag rustig de tijd genomen om antwoord te geven. Er viel daarna even een stilte. Bas stelde voor, als we arriveerden bij de eindbestemming nog even samen wat te drinken. Ze zeiden dat ze eigenlijk de avond al gepland hadden, maar dat ze die plannen enkele uren wilden opschuiven om met ons een deel van de avond door te brengen. Bij aankomst in de stad waar we logeerden gingen we naar een horecagelegenheid waar we een gezamenlijke warme maaltijd namen. We vertelden toen van de wonderlijke ontmoeting met George. We vertelden de belangrijkste dingen die hij ons had gezegd. ex kringopziener Jehova Getuigen

Buiten dat de conversatie rustig, maar ook een beetje afstandelijk verliep, viel het me op dat we steeds nauwelijks echt antwoord kregen op de specifieke onderwerpen die bij George boven water waren gekomen. Dus ook een menig hunnerzijds bleef weg. Ik besloot nu de koe bij de horens te pakken, anticiperend op de nog weinig resterende tijd. Indien ik dat niet zou doen, zag ik ons al bij voorbaat onvoldaan op deze avond terugkijken. Dus vroeg ik: wat vinden jullie nu van de dingen waarover Bas en ik jullie hebben verteld. Wat zouden jullie ermee doen als jullie dit was overkomen. Het was lang stil, Linda ging langzaam iets meer rechtop zitten, waarbij het leek of ze nadacht voor het juiste antwoord. Ze keek ons niet aan, wel naar beneden naar haar bijbel die geopend op haar schoot lag en zei langzaam: ‘Wat heeft deze man jullie te bieden?’ Bas en ik waren nu sprakeloos. We konden even niet antwoorden. Waar sloeg deze vraag op? Was dit alles wat ze kon zeggen? Jeff die naast haar zat zei nu niets. Betekende dit dat ze er niet van terug hadden. Ik merkte dat ze wel steeds over de bijbel wilden praten, over de leer die Bas en ik al uitgebreid kenden, dat ze teksten naar voren haalde, maar dat ze niet wilden ingaan op wat George had verteld. En dat was nu net wat Bas en ik wél wilden. Thuis hadden we immers genoeg  studies, die hoefden we op dit moment even niet. Wat Linda zei was niets nieuws. Het ging ons nu om hun menig. We wilden delen, we wilden emotie delen, de dingen van alle kanten zien. Hoe dachten ze hierover? Hoe stonden ze daar tegenover, wat vonden ze ervan?

Opnieuw vroeg ze: ‘Wat heeft deze man jullie te bieden?’ Nou, hij bood ons nieuwe items aan die we heel graag met jullie hadden willen bespreken zei Bas. Bijvoorbeeld: hoe jullie daarover denken, hoe jullie daar tegenover staan. Maar we merkten opnieuw dat we tegen een muur opliepen. Ze hielden beiden grotendeels hun mond en wat daar wel uit kwam wat dit onderwerp betrof was krachteloos, het had geen body. Waren we andere Jehovah Getuigen tegengekomen, hadden we dat aangerekend als te weinig kennis. Deze mensen waren echter intern, hadden gekozen voor geen eigen huis, maar hadden hun hele hebben en houwen, zelfs hun toekomst gegeven voor de organisatie. Studeerden daarom dus behoorlijk wat uren in de leer die hun van bovenaf werd doorgegeven. Een betere of directere ontmoeting wat betrof Jehova Getuigen had ik me op dat moment niet kunnen voorstellen. Het hoogtepunt zakte, we merkten dat er niets meer uit kwam, of uit zou komen. Het was als uitgeblust vuur. Ze hielden een schild voor zich, het schild dat wij immers kenden en wat we zouden gebruiken tegen de ongelovige buitenwereld als we verbaal aangevallen zouden worden. Binnen een half uur namen we afscheid en wisselden adressen uit.

De daarop volgende dag bezochten we George en zijn vrouw. We namen ook van hen afscheid, want we wilden nog even ontspannen van de huwelijksreis genieten en o.a. een boottocht maken. Ze zwaaiden ons hartelijk uit en zeiden dat we altijd welkom waren, wanneer dan ook. De nog enkele dagen daaropvolgend in Rhodos vlogen voorbij. Het was niet zo dat we alles wat we nu geleerd hadden, de nieuwe inzichten die we gekregen hadden, meteen konden toepassen op ons dagelijks leven. Het had zijn tijd nodig om e.e.a. te verwerken, je gedachten te veranderen. Je hele leven stond eigenlijk op z’n kop. Het bleek dat we zo gehersenspoeld of geprogrammeerd waren dat het niet makkelijk was om meteen anders te gaan denken. Bij thuiskomst werden we beiden ziek, het duurde bijna week voor we weer op gang kwamen. Maar weer door te blijven bidden en kracht en steun vragen, gebeurden er wonderlijke dingen.

Nu stonden we voor het punt; wat doen we? wanneer zeggen we het? We besloten nog enkele weken door te gaan met de zaal te bezoeken en we hielden onze mond naar de andere getuigen, anders zouden we meteen op straat worden gezet. Er moesten nog dingen geklaard worden. Er zouden gesprekken volgen met de ouderlingen, we wilden de vrienden die we binnen de organisatie hadden nog even enkele weken zien, voordat we wisten dat ze straks nooit meer met ons mochten spreken. Dit definitieve afscheid had tijd nodig om alles te verwerken. Het was niet alleen de shock van wat we hadden gehoord in Griekenland, het was daarna, wat er met ons zou gebeuren als we door de organisatie volledig aan de kant zouden worden gezet. Want dat wisten we al tevoren, het voelde als een soort doodsvonnis, want al onze vrienden en kennissen in de organisatie zouden we verliezen. We bezochten de bijeenkomsten in de zaal met opzet nog enkele weken om nog met mensen af te kunnen spreken en enkelen die we vertrouwende in het geheim het e.e.a. te kunnen vertellen. Hierna volgde een nieuwe tijd, die absoluut niet makkelijk was, want we moesten ermee leren omgaan dat we niet meer begroet werden door de mede getuigen, dat we geen bezoek meer zouden krijgen van onze vrienden binnen de organisatie. Dat we totaal opnieuw moesten beginnen met ons leven. De basis die we dachten te hebben, bleek nu achteraf geen stabiele basis te zijn, hoewel dat destijds zo voelde.                                                                                         

Over hoe het verder ging wat de leer betrof, daarover wil ik nog schrijven, want ik wil niets liever dan andere ex-getuigen helpen om verder te komen. De meesten die eruit stappen kunnen nergens terecht en vallen van hun geloof af. Maar wij ontdekten dat er nog een weg was, een weg van het voortzetten van bijbelstudies en langzaam weer in dat gevoel komen dat je absoluut niets verloren hebt door eruit te stappen, maar dat er een ander leven is van geloven, van relatie hebben met God, van vrijheid en blijheid. Dat we vrij zijn, dat er voor ons betaald is, dat we niet meer onder de wet leven. Dat we zelf mogen denken en mogen kiezen voor wat we wel en niet willen en dat er maar één zonde is: Niet geloven.


Ontmoeting met ex kringopziener Jehova Getuigen

ex kringopziener Jehova Getuigen

37 Reacties

  1. will. Swinkels 06/10/2021
  2. Will 14/03/2021
  3. vincent protin 03/10/2019
    • vincent protin 08/10/2019
  4. Vincent Protin 25/09/2019
    • Wachttorenkijker 25/09/2019
      • Vincent Protin 26/09/2019
        • Wachttorenkijker 26/09/2019
    • Joffrey 25/09/2019
      • Vincent 02/10/2019
        • Joffrey 04/10/2019
    • Moshe Sassoon 27/09/2019
      • Vincent 02/10/2019
        • Moshe 09/10/2019
  5. Will 16/09/2019
  6. berend 03/09/2019
  7. will Swinkels. 03/10/2018
  8. Marco Heringa 22/08/2017
  9. Co Meijer 11/08/2017
  10. Frits van Pelt 19/05/2017
    • cj p 30/05/2017
      • Willy 23/02/2023
  11. Marco Jansen 10/05/2017
    • Frits van Pelt 19/05/2017
    • Carmen 05/06/2018
  12. Jan niet mijn echte naam 11/03/2017
    • Marco Jansen 17/05/2017
  13. Dokter diamond 21/07/2016
    • Wachttorenkijker 21/07/2016
    • Joffrey 26/09/2019
  14. Marvin 21/07/2016
  15. Ferry 04/06/2016
    • Carmen 05/06/2018
      • Eddy Tempel 17/03/2019
        • Wachttorenkijker 18/03/2019
  16. Boaz 16/03/2016

Geef een reactie

Translate »