Ex Jehovah Getuige Gerard Noevers

Ex Jehovah Getuige Gerard Noevers. De bekende Praagse schrijver Franz Kafka doordrenkt zijn boeken met een voornamelijk een nachtmerrieachtige sfeer. Het individu wordt volledig ondergeschikt gemaakt aan wat blijkt een niet te stoppen systeem te zijn. Bureaucratie en een onpersoonlijke maatschappij krijgen steeds meer greep op het individu en houden dat ook. Omdat het op vele terreinen zo herkenbaar is, hebben we er de woorden “kafkaësk” of “kafkaiaans” aan overgehouden.

Een over-geperfectioneerde samenleving

Volgens Van Dale “zijn kafkaiaanse toestanden op raadselachtige wijze beangstigend, bedreigend (vooral door een over-geperfectioneerde samenleving, die zich aan de controle van het individu onttrekt, of waarover het machteloze individu geen controle meer heeft).” De mens in kwestie wordt vermalen door een doorgeslagen systeem, dat zichzelf tot grootheid heeft gemaakt. Niet langer gaat het over waarvoor het systeem in leven is geroepen, maar om het systeem zelf. Alles, ook mensen, wordt daaraan ondergeschikt gemaakt. Het is niet meer te stoppen. Zelfs niet door degenen waarvan gedacht is en verwacht wordt dat zij de macht zouden hebben om er iets aan te doen. Het systeem dendert maar door. Als een soort perpetuum mobilé, een zichzelf voortdurend in stand houdend systeem.

Slachtoffer van het systeem dat “organisatie van Jehovah’s Getuigen” heet

Dit zijn de gedachten die onvermijdelijk opkomen bij het aanhoren van wat Gerard Noevers te vertellen heeft. Hij is, net als veel anderen, slachtoffer van het systeem dat “Organisatie van Jehovah’s Getuigen” heet. Kansloos vanaf het begin in een over-geperfectioneerde samenleving, waarover het machteloze individu geen controle meer heeft. Ex Jehovah Getuige Gerard Noevers wil zijn verhaal vertellen. Niet eens om zijn gelijk te halen, want dat zal “het systeem” niet toelaten. Het is vooral zijn bedoeling om te informeren en te waarschuwen, net zoals deze website dat wil. Waarschuwen om wel heel erg goed na te denken vóórdat iemand zich onderwerpt aan “het JG-systeem”.

Het gaat hem om het informeren van onwetende Jehovah Getuigen, voormalige mede-broeders en -zusters, zodat ze wellicht de vaak moeilijke stappen kunnen maken om aan het wachttorengenootschap (WTG), dat achter het systeem “Organisatie van Jehovah’s Getuigen” de controle in handen heeft, te kunnen ontsnappen. Ook Gerard Noevers zegt: “Pas op voor de organisatie van Jehovah’s Getuigen!”


Ex Jehovah Getuige Gerard Noevers

Gerard Noevers

De 71-jarige Gerard Noevers komt uit Rotterdam. Als 18-jarige kwam hij voor het eerst in aanraking met Jehovah’s Getuigen (JG). Hij vertelt: “Ik kreeg informeel getuigenis van een Jehovah Getuige die bij mij op de schildersvakschool zat. Ik was wel geïnteresseerd in geschiedenis en de boodschap van de JG leek mij wel wat. Een speciale pionier gaf mij vervolgens studie uit het boekje “De waarheid die tot eeuwig leven leidt”. Officieel was ik nog Rooms-Katholiek, al deden we daar thuis niet zoveel aan. Dat de boodschap van de JG flink afweek van die van de RK, zag ik wel. Het was voor mij een bevestiging dat dit wel de waarheid moest zijn. Het zat logisch en aantrekkelijk in elkaar. Met veel aandacht voor de mens, vond ik toen. En dus ging ik verder, vooral omdat ik wilde blijven leven en als Jehovah Getuige zou dat mogelijk zijn. Echt heel kritisch op de leringen was ik niet en zo werd mijn overtuiging dat ik de waarheid had gevonden steeds sterker. In april 1969 – ik was toen 20 – ben ik in Utrecht gedoopt.”

Armageddon in 1975

Gerard ontmoette Maria. Uiteraard was zij ook Jehovah Getuige, al ruim langer dan Gerard. Ze trouwden in 1972 en betrokken een huis in Vlaardingen. Hun JG-leven trok “kabbelend” aan hen voorbij, zo vertelt Gerard. De aanhoudende verwijzingen van het wachttorengenootschap naar het mogelijke “einde van dit samenstel van dingen in Armageddon”, de voorspelde wereldvernietiging, waarbij alleen Jehovah’s Getuigen zouden overblijven, hadden niet zo heel veel invloed op Gerard. Heel erg zeker was hij niet van de berekeningen van het wachttorengenootschap. Het echtpaar kocht in 1975 zelfs een huis in Capelle aan de IJssel. De mede-broeders hadden daar geen begrip voor en lieten dat zien in het ontnemen van de functie van “dienaar in de bediening”. “Ik had een slecht geloof getoond, zo werd tegen mij gezegd. Uiteraard vond ik dat zeer teleurstellend. In ’76-’77 werd ik toch weer aangesteld. De grote verwachting rondom 1975, vanuit het WTG, werd steeds minder. Men had het niet meer over mijn vermeende “gebrek aan geloof”.”

Dienaar in de bediening en ouderling

Twee dochters kregen Gerard en Maria. Zij groeiden op in de organisatie van Jehovah’s Getuigen. Vanzelfsprekend. Als dienaar in de bediening heeft hij vele jaren gediend. Eigenlijk alle taken gedaan, die bij de status van ouderling horen, maar niet onder die naam. “Mijn werk en gezin waren voor mij ook belangrijk. Ik wilde voldoende tijd voor deze dingen hebben, zeker in het weekend. Ouderling zijn zou dat teveel tegenwerken, vond ik.” In 2003 werd Gerard dan toch ouderling in Capelle a/d IJssel, gemeente Middel-Watering. Hij was wachttorenstudieleider, deed de theocratische school, hield lezingen in en buiten Capelle. Alleen in de hoogste positie als ouderling, die van PO (Presiderend Opziener) had hij geen trek.

“Ons leven als Jehovah Getuige in Capelle was wat ik noem een a-b-c-leven. Geen strubbelingen, daar kan ik niks negatiefs overzeggen. Ik deed de dingen gewetensvol, omdat ik dacht dat ik dat allemaal voor Jehovah God deed. Hoewel ik zeker wel wist dat ik mij aan de regeltjes van het wachttorengenootschap moest houden om strubbelingen te voorkomen. Maar we hadden een fijne club broeders waar ik mee samenwerkte. Daar was niks mis mee. De opvoeding van onze kinderen “in de waarheid” was ook goed gegaan en ze waren met JG-partners goed terechtgekomen in de organisatie. Tenminste zo dacht ik toen. We waren in ieder geval een modelgezin, denk ik. In 2009 kwamen dochter Thirsa en haar toenmalige man op tv en maakten daar reclame voor de organisatie, voor Jehovah ook. Dat zag er op zich goed uit.”

De bloedkwestie…

De aanleiding tot het tv-programma was echter niet zo goed. Het onderzoeksprogramma Netwerk besteedde namelijk aandacht aan het weigeren van bloed door dochter Thirsa bij de bevalling van haar eerste kind. Het ging maar net goed. Zij woonde toen al in Uden. “Ik stond toen wel achter haar beslissing. Zo was het ons geleerd door het WTG. Ik heb er wel ontzettend moeite mee gehad. Als ze wel gekozen had voor bloed, dan had ik haar zeker niet afgekeurd, zoals dat wel gedaan wordt door de organisatie. Ze sluiten je niet uit, als je bloed gebruikt hebt, omdat ze daar afspraken over gemaakt hebben, maar je krijgt wel een “stempel” opgedrukt. Je kunt uitgesloten verklaard worden, omdat je door bloed te nemen jezelf uitgesloten zou hebben uit de organisatie van Jehovah’s Getuigen. We weten allemaal dat het effect hetzelfde is. Alleen door het politieke correcte gegoochel met woorden en vormen, ziet het er wat anders uit.”

Ongeveer zes jaar na de traumatische bevalling, diende zich het tweede kindje van Thirsa aan. De bevalling was nóg zwaarder en moeizamer en weer mocht er geen bloed aan te pas komen. Dat geluid (o.a. wijzend op de sancties) was vanuit de organisatie duidelijk te horen. Een hemoglobinegehalte van 1,7 (wat normaal gesproken niet kan) had vrij eenvoudig opgelost kunnen worden met bloed. Nu moest er een ander experimenteel middel aan te pas komen. Een week coma en een intens spannend en verdrietig proces, dat maar op het nippertje de goede kant op ging, werd uiteindelijk “levend” afgesloten. Kantje boord was het. Een langdurig revalidatieproces volgde. Thirsa was voor 80% afgekeurd voor haar werk en daarbij had ze de extra zorg voor haar zoontje met het syndroom van Down. Hoog tijd voor “zorgactie” van hun kant, vonden Gerard en Maria Noevers. Dat kon, want Gerard ging met pensioen. Ze verkochten de bezittingen in Capelle a/d IJssel en vonden een woning in Uden. Het was hard nodig om bij Thirsa en haar kinderen te zijn. Heel hard nodig, zo was in de jaren ervoor duidelijk geworden.

Huiselijk geweld en hoe de Jehovah’s Getuigen daarmee omgaan

Gerard vertelt: “We hadden inmiddels al wel meegekregen dat er binnen het “modelgezin” van Thirsa sprake was van huiselijk geweld. Alleen hadden we de intensiteit daarvan nog niet door. Maar toen we verhuisd waren naar Uden werd dat toch wel pijnlijk duidelijk. Al vrij snel ook. Ik dacht dat ik daar bij zou kunnen helpen vanuit mijn positie als ouderling in Uden. Ik zou dat namelijk daar weer worden, tenminste zo was de bedoeling. Maar de huiselijk-geweld-zaak, waar ik hier verder niks over zeg, omdat dit aan mijn dochter is om er wel of niet over te vertellen, had in ieder geval wel voor grote problemen gezorgd tussen de groep ouderlingen van de gemeente Bitswijk in Uden en het individu Thirsa, die het toch al heel zwaar had. Ik viel midden in die problemen en het werd aanleiding om mij niet ouderling te maken. Ik moest namelijk opkomen voor de belangen, ja zelfs de rechten, van mijn kind en dat wordt niet gewaardeerd als dat niet past binnen het “systeem”.”

Thirsa wat het niet eens met de manier waarop de ouderlingen haar behandelden, in wat toch een duidelijk en door de autoriteiten erkend geval van grof huiselijk geweld bleek te zijn. Ze had als slachtoffer juist steun verwacht, maar kreeg die niet. De sympathie ging uit naar de dader, die daar nadrukkelijk naar op zoek was. Dat gebrek aan steun, aan mededogen, aan compassie en het feitelijk ontkennen dat de dader gestraft moest worden conform “de wetten van Jehovah”, heeft ze bekend gemaakt aan de ouderlingen in de gemeente Bitswijk in Uden. Ze verweet hen goedpraten van wat totaal fout was. De mannen van dienst in Uden waren daar niet van gediend. Ze maken namelijk zelf wel uit wat goed en kwaad is. Daartoe zijn ze immers “aangesteld”, zeggen ze zelf. En toen begon de “kafkaiaanse soap” in het normaal zo rustige Uden pas goed. Niet alleen voor Thirsa, maar ook voor Gerard en Maria. Een rollercoaster aan ellende volgde.

Beschuldigingen van beschimpen en meer

Het werd een gevecht. De ouderlingen hadden merkbaar een hekel gekregen aan die “vervelende Thirsa”. Alzo werd het een persoonlijke zaak tussen “de plaatselijke leiding binnen het systeem” en het bij voorbaat kansloze individu. En dat in een groep die roept dat God – Jehovah – in “hun midden zou zijn”. Gerard wilde maar wat graag de zaak oplossen, maar hij mocht zich er niet mee bemoeien! Dat deden zij zelf wel, was de mededeling. Alleen lag daar juist het probleem. De ouderlingen daar waren zo partijdig geworden dat van een goede afloop voor zijn dochter geen sprake kon zijn. Gerard: “Ik zag de bewijzen en er was geen enkele twijfel over dat Thirsa 100% gelijk had. Dat de beschuldigingen dat zij een “beschimper is, die geen respect voor de ouderlingen heeft en dus ongehoorzaam was “, onzinnig zijn. Ineens ging het ook niet meer om de inhoud (huiselijk geweld, het niet bekommeren om het slachtoffer en recht doen) maar om de “toon” van Thirsa. Alsof zij emotieloos had moeten ondergaan wat haar allemaal aangedaan werd door wat “haar herders” hadden moeten zijn. Maar ik mocht niks doen. En dat was voor mij toch teveel gevraagd door “het systeem”, door de organisatie. Ik kon mijn dochter zo niet laten zitten en ben brieven gaan schrijven en gesprekken voeren. Maar het leverde niks op. Ik werd volledig genegeerd.”

Gerard zag gebeuren dat er zowaar een hetze ontstond tegen zijn dochter. Tegen zijn geliefd kind, dat tot twee keer toe haar leven had gegeven inzake de bloedkwestie. Een oprechte en actieve getuige van Jehovah, vermorzeld door ego’s die op het gebied van trouw zijn aan Jehovah niet hetzelfde hebben moeten bewijzen. Mannen die plaatselijk een eigen “koninkrijkje” bestieren en hun eigen regels bepalen, ondanks het lidmaatschap van een wereldwijde organisatie, onder directe leiding van God Zelf. Dat kan niet anders dan zwaar frustrerend zijn. Het kan evenmin betekenen dat Gerard er zich bij neer zou leggen, het maar aanvaardde, “ter wille van de Naam van Jehovah”, zoals zo vaak wordt gezegd als er iets in de doofpot moet verdwijnen. “Jehovah zal het wel oplossen op zijn tijd”, is zo’n wereldwijde dooddoener waarmee de monden van individuele Jehovah Getuigen zo ontzettend vaak gesnoerd zijn. Maar dat is niet meer dan een religieuze versie van: “je moet je mond houden en opzouten!” Dat was Gerard echter niet van plan. En terecht. Maar wat nu?

Aanklagers, rechters en uitvoerders van het vonnis

Het is toch Jehovah’s organisatie, dacht Gerard toen nog. Dus alles maar voorleggen aan de degenen die zichzelf “gezalfde broeders van Jezus” noemen. En daarmee ging de volgende ronde in de kafkaëske soap van start. De bureaucratie van het grote wereldwijde systeem werd ingeschakeld. Eerst in Nederland en later de top van het eigen bouwwerk dat organisatie van Jehovah’s Getuigen heet. Wat dat laatste betreft, kunnen we heel kort zijn. Op de negen brieven die Gerard Noevers in de afgelopen jaren naar de absolute top in de Verenigde Staten stuurde, kreeg hij geen enkele reactie. Zijn vragen om hulp en gerechtigheid vonden geen gehoor. Hij werd niet aangemerkt als klokkeluider en daarvoor bedankt, omdat het wachttorengenootschap zo “de organisatie rein kon houden” in het Nederlandse Uden en omstreken. Niets van dat alles. Volkomen negeren van het voetvolk, is een specialisme geworden in deze organisatie. De hoogste top geeft daarin het voorbeeld.

De centrale vraag van Gerard was steeds: “Kunnen de ouderlingen die zich beschimpt voelen zelf aanklagers, rechters (gerechtelijk comité) en uitvoerders van het vonnis (uitsluiting) zijn?” Want Thirsa was inmiddels uitgesloten uit de gemeenschap. Buiten de organisatie gegooid. Verstoken van eeuwig leven en de mogelijkheid om levend door Armageddon te komen. Want dat doodvonnis wordt er uitgesproken als een gedoopte Jehovah Getuige wordt uitgesloten. Wie niet in de organisatie is en niet aan haar voorwaarden voldoet, overleeft Armageddon niet en krijgt geen eeuwig leven. Uitsluiting maakt dat onmogelijk. Dit is de leer van het WTG en niet wat de Bijbel leert, maar in de ogen van de Jehovah’s Getuigen is het zo en daar gaat het nu om. Thirsa was dood verklaard door het WTG, door het systeem, maar eigenlijk alleen maar door de paar ouderlingen in het plaatsje Uden, waarmee zij een conflict had. Alle JG waren verplicht haar te mijden, hoe onmenselijk deze eis ook is. Inclusief haar ouders, maar dat deden zij gelukkig niet.

Pure partijdigheid wordt niet aangepakt

De centrale vraag van Gerard stellen is ‘m beantwoorden. Men hoeft niet zwaar rechten gestudeerd te hebben om te weten dat dit niet kan in een geciviliseerde maatschappij. Laat staan in een organisatie die claimt onder directe leiding te staan (wat uiteraard niet zo is…) van de Rechtvaardige God. De hoogste top van de organisatie wilde het eenvoudige antwoord op de vraag van Gerard niet geven. De Nederlandse “top”, op het bijkantoor in Emmen had er ook duidelijk geen zin in. Een zo overtuigende zaak van pure partijdigheid zou men toch zo snel als mogelijk willen rechtzetten? Dat laat je toch niet sudderen, om van kwaad tot erger te gaan? Dat is toch verschrikkelijk voor Jehovah’s goede Naam? Dat kun je een gewaardeerd lid van de organisatie toch niet aandoen? Wat fout is gegaan, moet toch recht gezet worden? Dat zou je denken, maar zo werkt het niet bij de organisatie van Jehovah’s Getuigen, onder leiding van het wachttorengenootschap.

Hoe frustrerend is het als je een brief stuurt aan de hogere instantie in de eigen organisatie, over een probleem met de leiding op lokaal niveau, waarbij die “hogere macht” herhaaldelijk terugverwijst naar die leiding op lokaal niveau? Inderdaad, zeer frustrerend, maar dat is wel wat steeds aan antwoord werd gegeven aan Gerard. “Zoek het maar uit met elkaar. Je moet dit met de ouderlingen van jouw gemeente bespreken”. Huh? Snapt dan niemand dat dit niet kan, omdat zij juist het probleem zijn. Daarom het beroep op wat boven de partijen staat! Het is deze “loop”, waaruit niet te ontsnappen valt, die zo frustreert. Vandaar de benaming “kafkaëske soap”. Het is een zinloos heen-en-weer sturen van brieven geworden, zonder dat er ook maar iets aan het werkelijke probleem gedaan wordt. Uitzichtloos!

Er wordt een mediator ingeschakeld

Nog vóór de uitsluiting van dochter Thirsa leek er overigens een positieve wending te komen. Na veel gedoe werd er dan toch een mediator ingeschakeld. En deze keer niet iemand uit de directe omgeving. Het werd broeder Ivan Lesage uit Bussum. Hij sprak als eerste met de ene “partij”, de familie Noevers, en daarna met de andere partij, de ouderlingen van de gemeente Bitswijk in Uden. “Zo had het wel gemoeten,” reageert Gerard. “Maar zo is het niet gegaan. Lesage ging eerst naar de ouderlingen. Daarna hadden wij een afspraak. Wij zouden elkaar spreken in de koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen in Uden. Wij waren keurig op tijd. Mediator Lesage niet. Hij kwam helemaal niet opdagen. Zonder opgaaf van redenen. Boos en vol onbegrip over wat ons nu weer overkomen was, bleven wij verslagen achter.”

Hoe is het in hemelsnaam mogelijk? Je schakelt een “onafhankelijke” bemiddelaar in om de partijen te horen en wellicht bij elkaar te brengen. Dat kon toen nog… En vervolgens blijkt de man zo partijdig te zijn dat er van enige “bemiddeling” nooit en te never sprake kan zijn. Dat dit bizarre scenario kan, bewijst het wachttorengenootschap in de zaak Noevers in Uden. Het is ook bij deze ene “mediator” gebleven. Na dit opzichtelijk debacle is er geen andere bemiddelaar gekomen.

Familie Noevers brengt het conflict in de openbaarheid

Dan maar alle broeders en zusters informeren over wat gaande is en welk een onrecht ons aangedaan is, redeneerde Gerard en zo werden brieven met uitleg thuisbezorgd of via de app doorgegeven. Thirsa reed naar Bussum om de brief bij Lesage te bezorgen. Daar werd de man boos om en laat dat weten aan Bethel. De roep om een comité-zaak klinkt, vanwege de “druk die Gerard en Thirsa uitoefenden op Lesage om onpartijdig onderzoek te doen”. Thirsa en Gerard werden gewaarschuwd dat ze uitgesloten konden worden. Thirsa werd ook niet lang daarna uitgesloten. Voor Gerard zou het nog even op zich laten wachten. Er moesten in ieder geval verontschuldigingen komen voor de “toon” van de familie Noevers richting het plaatselijk en hoger “gezag”. Over de inhoud ging het al lang niet meer…

Maar Gerard laat het daar niet bij zitten. Hij gaat door met brieven schrijven en schakelt de kringopziener in. Deze komt tenslotte niet voor niets elk halfjaar naar de gemeente toe om te kijken hoe het gaat en om problemen op te lossen. Tenminste dat dacht Gerard, ondermeer op basis van zijn ervaringen in Capelle aan de IJssel. “Wij waren toen al gevlucht uit de gemeente Bitswijk en overgestapt naar de andere gemeente in Uden, namelijk Kersenland. Misschien zou het hier beter worden. Ik heb hen uiteraard ook de zaak breeduit voorgelegd en aangetoond dat de uitsluiting van Thirsa volkomen onterecht was. Het enige dat het opleverde was dat er gezegd was dat ik mijn recht niet zou kunnen halen en dat ik maar het oordeel van de ouderlingen moest accepteren. Ik moest maar stoppen met mijn pogingen om de uitsluiting van Thirsa ongedaan te maken. Ik moest ook zwijgen over deze zaak. Mocht mij niet verweren en er met niemand meer over praten. Je wordt monddood gemaakt.”

Kringopziener Willem Dolman lost ook niks op

Terug naar de kringopziener van dienst, Willem Dolman, die ook voorzitter van het congrescomité in Nederland is. Hij gaf dan eindelijk antwoord op de centrale vraag van Gerard: “Kunnen de ouderlingen die zich beschimpt voelen zelf aanklagers, rechters (gerechtelijk comité) en uitvoerders van het vonnis (uitsluiting) zijn?” Dolman reageert met de conclusie, die ook niet anders kan zijn dan: “Nee, dit kan uiteraard niet.” Wie nu denkt: “Ah, gelukkig, nu komt het goed”, die komt bedrogen uit. Er veranderde niks. De uitsluiting van Thirsa werd niet teruggedraaid. Gerard: “Ja, ze kon terugkomen, maar dan via de “geëigende route van het systeem”. Dat betekent dat zij moet aangeven dat ze terug wil komen in de organisatie en dat ze berouw moet tonen van waar ze voor uitgesloten is. Bizar toch? Hoe kun je berouw hebben van iets wat je niet gedaan hebt? Dat is toch geen oplossing!”

De organisatieregels bleven leidend en een groots mea culpa volgde niet. Geen sorry, sorry, wat zijn wij fout geweest, vergeef het ons. Niks van dat alles. Wel veel woorden waarmee gepoogd werd recht te praten wat krom is. Gerard: “Het kwam er op neer dat wij het wel niet goed gehoord of begrepen hadden wat de ouderlingen gezegd hadden. En dat terwijl ik de gesprekken en beschuldigingen aan ons adres, onder andere dat wij “aards, dierlijk en demonisch” zouden zijn, had opgenomen.”

Gesprekken zijn opgenomen op door Gerard Noevers

Kringopziener Dolman ging al snel op in het systeem waar hij zelf kennelijk niet meer uit kan ontsnappen. Hij zei letterlijk: “Ik heb het aan beide broeders (Iddo Brekelmans en Ruel Roemer, gemeente Kersenland red.) gevraagd, en luister nu goed naar mij, dat hebben de broeders niet gezegd en ik geloof de broeders, dat hebben de broeders niet gezegd. Je moet vertrouwen hebben in de broeders”. Ook deze woorden heeft Gerard Noevers op een geluidsdrager opgenomen. Wie de zaak serieus en eerlijk wil onderzoeken en het zelf wil horen, kan bij hem terecht. Er is nog veel meer te vertellen en te laten zien, dat onmogelijk in dit verslag opgenomen kan worden. Bijvoorbeeld over de onder druk ontvangen verontschuldigingen van de ouderlingen in Bitswijk, waarbij zij verklaarden dat zij dingen verkeerd hadden gedaan. Ook dat betekende overigens geen herstel voor Thirsa. Het “systeem” greep niet in, maar denderde door met waar men mee bezig was. Gerard: “Of over het bezoek aan de politie van Uden, omdat er de door de JG in Uden geklaagd was dat ik zoveel brieven had rondgestuurd. Ongelooflijk maar waar. Gelukkig was de politie na mijn uitleg snel klaar met die klachten.”

Gerard Noevers moet uitgesloten worden

Kringopziener Dolman is nog niet klaar met zijn missie. Hij gaat de zaak oplossen! Echt? Ja, hij stuurt twee ouderlingen uit Helmond en één uit Mierlo naar Uden. De opdracht is duidelijk: zorg dat Gerard Noevers uitgesloten wordt uit de organisatie van Jehovah’s Getuigen. Hij is zeer lastig en wil niet inbinden. Wil zich niet neerleggen bij het “rechtssysteem” dat de organisatie van Jehovah’s Getuigen hanteert, in Naam van Jehovah. Gerard moet eruit. Dat dit – in de ogen van de JG – een regelrechte doodsveroordeling is, maakt niks uit. Weg met Gerard! Het “systeem” moet door! Niets kan dat tegenhouden, ook Gerard Noevers niet.

De drie gaan voortvarend te werk. De opdracht van hogerhand moet immers uitgevoerd worden. Een kwestie van “befehl ist befehl”. Gerard: “Ik had wel tien keer zoveel gezondigd dan de ouderlingen die “vermeend” iets fout gedaan hadden, zeiden ze. Alleen al dat ik ouderlingen leugenaars genoemd had, was reden tot uitsluiting. Want… ouderlingen liegen niet. Die kun je daarvan niet beschuldigen. Dat dit wel heel duidelijk gedaan was, zoals vastgelegd is, maakte de “inquisiteurs van het systeem” niet uit. Ze wilden de waarheid niet horen. Van tevoren stond de uitslag van deze bijzondere “rechtszaak” vast. En zo bereikte het willens en wetens liegen en bedriegen hun hoogtepunt in mijn uitsluiting op 26 maart 2018. Omdat ik mij met alle kracht en energie die in mijn is verzette tegen onrecht en machtsmisbruik, werd ik geslachtofferd. Ik ben een paria geworden. Maar dan wel een die bevrijd is van de leugens en het bedrog van de organisatie van Jehovah’s Getuigen.”

Alles, maar dan ook alles, is ondergeschikt aan het systeem

Gerard is vermalen door het systeem. Maria ook. Zij is weliswaar niet uitgesloten, maar iedereen snapt hoe moeilijk het voor haar moet zijn. Ze heeft alles in al die jaren van zo dichtbij en zo intens meegemaakt en weet hoe het zit. Gerard is ter dood veroordeeld door “het systeem dat organisatie van Jehovah’s Getuigen heet”. Zijn dochter Rosa, die het wachttorengenootschap gehoorzaam is, en dus gehoor geeft aan het bevel om niet met haar vader om te gaan, mist hij heel erg. Evenals haar twee kinderen, die hij niet ziet. En waarom? Ja, waarom eigenlijk? Wat is er zo zwaarwegend dat je familiebanden zo uit elkaar kunt trekken? Het antwoord van de Jehovah’s Getuigen is: “Ons systeem moet gehandhaafd blijven. Alles, maar dan ook alles, is ondergeschikt aan wat wij denken dat goed is in de ogen van God en wat mensen voor hem zouden moeten doen en laten.”

“Gelukkig kunnen we er wel zijn voor Thirsa, Daan en Nino,” weet Gerard. “Thirsa heeft ons nodig. We waren er voor haar, stonden voor haar op, gingen de strijd aan voor haar en dat zullen we altijd blijven doen. Ik heb geen spijt van wat ik gedaan heb. Het heeft wel een heel grote impact gehad op mij. Het is bizar waar ik in terecht gekomen ben. Achteraf bezien is het treurig dat ik zo lang een bijdrage heb geleverd aan dit verrotte systeem. Maar ik deed het oprecht, ik had vertrouwen in de organisatie, omdat ik dacht dat dit Jehovah’s organisatie was. Van dat idee ben ik inmiddels wel af. Door schade en schande heb ik geleerd dat de Ware God niet werkt door deze organisatie. Dus mag ik ook niet verwachten dat de leden de dingen doen zoals ze in de Bijbel staan.”

Is er nog geloof in God overgebleven voor Gerard?

Is er nog geloof in God overgebleven voor Gerard? Hij antwoordt: “Mijn geloof in God is niet verdwenen. Ik kan dat gelukkig scheiden, want ik zie wel in dat Jehovah er niks mee te maken heeft. De truc van de organisatie, dat alles wat men zegt en oplegt aan de leden, aan Jehovah wordt toegeschreven, doorzie ik inmiddels heel goed. Het is niets anders dan een gemene babbeltruc. Dus geef ik Hem niet de schuld van de ellende die is ontstaan. Ik leef mijn leven en ben aan het opkrabbelen, mezelf aan het “uitvinden”. Onder andere door uit te zoeken hoe het dan wel zit. Dat is heel leerzaam en het brengt mij bij Christus Zelf.”

Dat is fijn om te horen uit de mond van de man die weliswaar keihard geslagen is door het onrecht van een rigide systeem, maar die zich niet kapot heeft laten maken. Heel veel anderen zijn niet zo gelukkig geweest. Diepe ellende en zelfdoding komen onder (ex) Jehovah’s Getuigen meer voor dan je lief is. Gerard Noevers zit op de weg omhoog. Los van de organisatie kan het alleen maar beter worden. Zeker als dochter Rosa de door de Schepper ingestelde familiebetrekkingen hoger zal gaan achten dan het verbod op omgang met haar eigen vader, dat haar door het wachttorengenootschap volkomen onterecht dwingend is opgelegd.

Niets kan ons scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus

Dan wil ik graag besluiten met de geweldige verzekering die de Apostel Paulus geeft aan iedereen die in Christus gelooft. Aan iedereen die Hem (niet iets of iemand anders) tot persoonlijk Verlosser heeft aangenomen. Het zijn de woorden uit Romeinen 8, de laatste verzen:

Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard? Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.

Gerard, Maria, Thirsa en Rosa, wees verzekerd dat hélemaal niets (dus ook het WTG niet) ons kan scheiden van de liefde Gods. Als we maar ín Christus zijn. In Hem alleen. Over een organisatie van Jehovah’s Getuigen heeft de Bijbel het nooit. Ga daarom tot Hem, Die het Leven in Zichzelf heeft. Tot Hem alleen. Ontvang Zijn genade en vrede. Leef het Nieuwe Leven dat Hij geeft aan een ieder die ín Hem is. Geniet daarvan in alle vrijheid.


Ex Jehovah Getuige Gerard Noevers

2 Reacties

  1. Frits van Pelt 09/02/2020
  2. P. Brands 09/02/2020

Geef een reactie

Translate »