Jezus de eerste schepping van God?

Is Jezus de eerste schepping van God? Is de leerstelling van het wachttorengenootschap (WTG) over Openbaring 3 : 14, dat Jezus de eerstgeborene of eerste schepping van God is, correct?

Op het internetplatform Reddit (sub: exJW) kwam ik dit bericht tegen. Een inhoudelijke verhandeling n.a.v. Openbaring 3 : 14. Ik was blij verrast en daarom heb ik het als basis gebruikt voor dit artikel. Waarbij ik het e.e.a. aangepast, geschrapt, aangevuld en – naar mijn mening – verduidelijkt heb. Het is daarmee wel anders geworden dan het origineel, maar door het zo te doen, spreek ik mijn waardering uit voor het goede werk dat de schrijver van dit artikel gedaan heeft.

Openbaring 3 : 14

Jehovah’s Getuigen (JG) willen via Openbaring 3 : 14 proberen te bewijzen dat Jezus het eerste wezen (ding) is dat Jehovah God heeft geschapen. De Nieuwe Wereldvertaling (NWT) geeft dit vers zo weer:

Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zijn de dingen die de Amen zegt, de getrouwe en ware getuige, het begin van de schepping door God.

In hun eigen Kingdom Interlineair Translation of the Greek Scriptures (KIT) wordt het Griekse deel, dat het WTG in de vertaling geplaatst heeft als “het begin van de schepping DOOR God”,  (“he arche tes ktiseos tou theou”) als volgt weergeven. De Griekse grondtekst heeft het woord “door” niet staan:

the ἀρχὴ beginning τῆς of the κτίσεως creation τοῦ of the θεοῦ, God,

De Statenvertaling:

En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:

Het wachttorengenootschap legt haar eigen vertaling, die dus niet overeenstemt met de Griekse grondtekst als volgt uit. Ik heb er wat commentaar en verwijzingen bij gevoegd.

Gods eerstgeborene, het begin van de schepping

Ontwaakt!, maart 2006, “Was Jezus echt de zoon van God?”:

De bijbel geeft te kennen dat er een tijd is geweest dat God alleen was. In zijn liefde besloot hij de gave van het leven met anderen te delen door vader te worden — maar niet op de manier waarop een mens vader wordt. Nee, door middel van zijn onmetelijke scheppingskracht vormde Jehovah een levend, met verstand begaafd geestelijk schepsel — „het begin van de schepping door God” — dat we nu kennen als Jezus Christus (Openbaring 3:14; Spreuken 8:22). Omdat Jezus rechtstreeks door God werd geschapen toen God nog helemaal alleen was, wordt hij terecht de „eniggeboren zoon” en „de eerstgeborene van heel de schepping” genoemd. — Johannes 1:14; Kolossenzen 1:15.

Het is dus duidelijk dat Jezus, als de allereerste van Gods scheppingen, niet de Schepper, „de enige God”, kan zijn (1 Timotheüs 1:17). Aan de andere kant heeft God zijn Zoon veel voorrechten verleend. God heeft bijvoorbeeld door bemiddeling van Jezus „alle andere dingen” geschapen, zelfs de engelen. Deze engelen worden „zonen Gods” genoemd; Jehovah is dus ook hun Levengever. — Kolossenzen 1:16; Job 1:6;38:7.

In dit artikel op deze website “Jezus Christus is schepsel volgens Jehovah’s Getuigen” wordt uiteengezet dat het woordje “andere” in “alle andere dingen” (Kolossenzen 1 : 16) totaal niet in de Griekse grondtekst staat. Het is een eigen invoegsel – uiteraard onterecht – van het wachttorengenootschap.

Nadat God de aarde voor menselijke bewoning had gereedgemaakt, zei hij, kennelijk tegen zijn eerstgeboren Zoon: „Laten wij de mens maken naar ons beeld” (Genesis 1:26; Spreuken 8:22-31). Jehovah schiep dus ook zijn eerste menselijke zoon, Adam, door bemiddeling van het geestelijke schepsel dat later Jezus zou worden. — Lukas 3:38.

Niet het allereerste begin

De zinsnede in de WTG-verklaring: “Nadat God de aarde had voorbereid op menselijke bewoning” is uitermate vreemd in het licht van hun eerdere bewering dat er over Jezus staat dat Hij “het begin van de schepping door God” is. Dat zou toch betekenen dat er al iets gedaan werd vóór dat moment. En daarmee is Jezus in de praktijk níet het állereerste begin van de dingen die door God geschapen zijn. Dus niet “alle andere dingen door bemiddeling van Jezus” (hoe dat er ook moge uitzien)…

Wanneer in het verslag van Genesis 1 : 1-25 schiep Jehovah – volgens het WTG – dan Jezus? Waar hielden de “voorbereidingen op menselijke bewoning” op, waarna Jezus geschapen zou zijn, als zoon in “biologische” zin? Na vers 3? Of pas aan het eind van de 5e dag? De Bijbel zegt er uiteraard helemaal niks over. Dit is puur eigen verzinsel van het wachttorengenootschap. Wie dit accepteert staat al direct op het verkeerde been. Zeker als je daarna de foute verklaring omtrent Genesis 1 : 26 accepteert. Daar wordt, tot genoegen van het WTG, ineens over “ons” gesproken, alsof het een tweegesprek zou zijn. Wat het uiteraard niet was, maar daarvoor moet je wat beter naar de materie kijken. Zie ook het artikel: “Laat ons mensen maken”.

Vanaf dat moment zou God “door middel van het geestelijke schepsel dat Jezus zou worden” (hoe vaag wil je een formulering hebben) Adam geschapen hebben. De vraag is dan: schiep Jezus nou, óf was het toch Jehovah, maar dan “door Jezus heen”? Hoe moet ik mij zoiets dan voorstellen? Er staat echter steeds “God schiep”. Maar Wie deed het nou? Jehovah of Jezus? Het JG-beeld van “Jehovah God als Schepper door Zijn Eerstgeborene, Jezus” is niet te bevatten. Dat kan ook niet anders, omdat het onzin is.

De volgende verklaring van het WTG, Redeneren aan de hand van de Schrift, “Drieëenheid”, p. 409:

Openb. 1:1; 3:14, NBG: „Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft . . . En schrijf aan den engel der gemeente te Laodicéa: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin [Grieks: arʹche] der schepping Gods.” (GNB, LV, SV en NW gebruiken woorden van dezelfde strekking.) Is die weergave juist? Sommigen zijn van mening dat hier bedoeld wordt dat de Zoon ’de beginner van Gods schepping’ was, dat hij de ’oorspronkelijke bron’ ervan was. Maar volgens Liddell en Scotts Greek-English Lexicon is de eerste betekenis van arʹche „begin” (Oxford, 1968, blz. 252). De logische conclusie is dat degene wiens woorden in Openbaring 3:14 worden aangehaald, een schepping is, de eerste van Gods scheppingen, dat hij een begin had. (Vergelijk Spreuken 8:22, waar, zoals veel bijbelcommentators beamen, naar de Zoon wordt verwezen als de gepersonifieerde wijsheid. Volgens GNB, LV en WV zegt degene die daar spreekt, dat hij ’geschapen’ is.)

Reageren op het misbruik van Openbaring 3 : 14

Er zijn verschillende grote problemen met de JG-interpretatie van Openbaring 3 : 14. Geen enkele betrouwbare vertaling geeft de Griekse zin “he arche tes ktiseos tou theou” weer als “het begin van de schepping DOOR God”. Bij het onderzoeken van meer dan een dozijn Engelse bijbelversies van de Heilige Schrift (waarvan er hieronder een aantal worden genoemd), vertaalt geen van hen de genitief (= tweede naamval) “tou theou” als “door God”. Ze gaven deze uitdrukking uniform weer als “VAN God”, zoals blijkt uit de volgende voorbeelden:

And unto the angel of the church of the Laodiceans write; These things saith the Amen, the faithful and true witness, the beginning of the creation of God; Authorized (King James) Version (AV)

And to the angel of the church in Laodicea write: ‘The words of the Amen, the faithful and true witness, the beginning of God’s creation.” Revised Standard Version (RSV)

And to the angel of the church in Laodicea write: ‘The words of the Amen, the faithful and true witness, the beginning of God’s creation.” (ESV – Tyndale)

Hupo tou theou

Als de geïnspireerde auteur “door God” had willen zeggen, dan had hij dit kunnen doen door het voorzetsel te plaatsen “hupo” vóór de woorden “tou theou”, net zoals we in de volgende twee gevallen aantreffen, 1 Korinthe 1 : 4 (NBG):

… die ons troost in al onze druk, zodat wij hen, die in allerlei druk zijn, troosten kunnen met de troost, waarmede wijzelf door God (hupo tou theou) vertroost worden.

… Maar, gelijk wij van (= door) God (hupo tou theou) beproefd zijn geweest, dat ons het Evangelie zou toebetrouwd worden, alzo spreken wij, niet als mensen behagende, maar Gode, Die onze harten beproeft. (1 Thessalonicenzen 2 : 4)

Er is een subtiel verschil tussen het weergeven van “tou theou” als “DOOR God” en als “VAN God”. Het eerste betekent “de schepping, die God gemaakt heeft”. Het tweede kán die betekenis hebben óf kan verwijzen naar de schepping die aan God toebehoort. Omdat het wachttorengenootschap nu eenmaal wil dat Jezus (al vóórdat Hij mens werd) gezien wordt als het eerste schepsel Gods, vertaalt ze met “door God”. Het is dus niet eenvoudigweg een klein verschil in “vertaalinterpretatie”, maar een zeer bewuste actie om er de betekenis aan te kunnen geven die men zelf voor ogen heeft en koste wat het kost in stand wil houden. Als enige vertaalt het WTG Openbaring 3 : 14 met “het begin van de schepping door God”. Ze staan daarin volledig alleen, omdat het eenvoudigweg niet correct is. In krachtigere woorden: het is een falsificatie!

Het woord “arche”

Het woord “arche” wordt in Openbaring 21 : 6, 7 op God de Vader toegepast. Logisch omdat hier over “geven” gaat en in de Bijbel is het de Vader die geeft, waarbij de Zoon ontvangt. Waar gegeven wordt, moet een “ontvanger” zijn. Als dat spreekt over God die geeft, dan gaat dat in de Bijbel in de bewoordingen: Vader en Zoon. Dat handelt niet over biologie, zoals wij vader en zoon kennen, maar over bepaalde verhoudingen tot elkaar. De verhouding van Gever tot Ontvanger.

En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin (he arche) en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet. 
Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.

Er is geen eerlijke Jehovah’s Getuige die zou beweren dat het gebruik van “arche” hier bewijst dat de Vader een begin had of dat hij werd geschapen. Het is duidelijk wat met de uitdrukking wordt bedoeld. Namelijk dat God er vanaf het aller, allereerste begin van de schepping is geweest. Híj is Degene die ALLE dingen heeft geschapen. Alle titels in Openbaring, waaronder Alfa en Omega, Begin en Einde, Eerste en Laatste, worden echter op de Here Jezus Christus van toepassing gebracht. De Vader heeft deze aan Hem (de Zoon) gegeven.

Openbaring 22 : 12, 13, 16, 20

En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij, om een ieder te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn.
Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.

Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.

Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!

De context is expliciet duidelijk dat Degene die zichzelf identificeert als de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde, de verrezen en verheven Christus is. Dit blijkt uit het feit dat de Spreker zegt dat hij Jezus Christus is. Zelfs Johannes besluit dit hoofdstuk door te bevestigen dat Degene die komt niemand minder is dan de verrezen Here Jezus Christus. Maar zo kennen de Jehovah’s Getuigen Hem niet. Voor de Jehovah’s Getuigen bestaat Jezus in feite niet meer. Hij is volgens hen teruggegaan naar de naam die Hij vóór Zijn komst naar de aarde had: Michaël, de aartsengel. Een Wachttoren-artikel zegt daarover:

Aartsengel Michaël

Alle hiermee in verband staande schriftuurplaatsen getuigen dus eenstemmig dat Michael niemand anders is dan Christus Jezus, zowel voordat hij een mens werd, zoals in Daniël 10:13, 21 en Judas 9, als na zijn hemelvaart, zoals in Daniël 12:1 en Openbaring 12:7.

En in Inzicht in de Schriften:

De aanwijzingen in de Schrift geven te kennen dat de naam Michaël betrekking had op Gods Zoon voordat hij de hemel verliet om Jezus Christus te worden, en ook na zijn terugkeer.

Uiteraard staat deze zelfbedachte JG-conclusie niet in de genoemde Bijbelteksten. Daar zijn geen “aanwijzingen in de Schrift” voor te vinden. Wie Bijbelstudie doet en Schrift met Schrift vergelijkt weet dat de titel en naam “Aartsengel Michaël” speciaal wordt genoemd als het gaat om het werk van God aan of met het volk Israël, met name m.b.t. de 2 stammen in de nog in het verschiet liggende “70-ste week van Daniël”. Michaël is een Naam die hoort bij een bepaald werk van God Zelf, van de Here Jezus Christus dus. Net zoals bijvoorbeeld “het Lam” het offer van de Here Jezus Christus – als het Lam Gods – aan het kruishout van Golgotha benadrukt. Het gaat bij zowel Michaël als het Lam, om die Ene, de Here Jezus Christus. Zie het artikel “Michaël geschapen aartstengel bij Jehovah’s Getuigen”.

Openbaring 2 : 18, 19, 23b

Het volgende citaat in Openbaring 2 : 18, 19 en 23b:

En schrijf aan den engel der Gemeente te Thyatire: Dit zegt de Zoon van God, Die Zijn ogen heeft als een vlam vuurs, en Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk:
Ik weet uw werken, en liefde, en dienst, en geloof, en uw lijdzaamheid, en uw werken, en
dat de laatste meer zijn dan de eerste.

… en al de Gemeenten zullen weten dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een ieder naar uw werken.

Hier wordt ons duidelijk door de Zoon van God zelf verteld dat Hij een ieder persoonlijk zal terugbetalen volgens zijn/haar werk. Dat had Jezus al aan zijn discipelen gezegd, toen hij bij hen op aarde was:

Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een ieder vergelden naar zijn doen. (Matthéüs 16 : 27)

De Here Jezus gebruikte de woorden die het OT benut om te beschrijven wat Jehovah zal doen (Jesaja 40 : 10; 62 : 11):

Ziet, de Heere HEERE (Jehovah) zal komen tegen den sterke, en Zijn arm zal heersen; ziet, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.
Ziet, de HEERE (Jehovah) heeft doen horen, tot aan het einde der aarde: zegt de dochter van Sion: Zie, uw Heil komt; zie, Zijn loon is met Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.

Ik, de HEERE (Jehovah), doorgrond het hart, en proef de nieren; en dat, om een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner handelingen. (Jeremia 17 : 10 – vgl. 11 : 20; 29 : 23; Psalm 62 : 12; Spreuken 24 : 12; Romeinen 2 : 6)

Here Jezus Christus beweert Jehovah te zijn

Jezus paste deze woorden toen al op zichzelf toe! En dat terwijl hij op dat moment nog niet eens de Christus was. Hij greep vooruit op de dingen die komen moesten, want die aanstelling (o.a. Handelingen 13) vond pas plaats bij Zijn opstanding. Door dit te doen, beweerde de Here Jezus Christus (geheel terecht) tegenover Zijn gehoor Jehovah te zijn. Die, volgens de profeten, op een dag zou komen om elk individu terug te betalen overeenkomstig wat hij/zij heeft verdiend.

De Heer heeft zijn discipelen persoonlijk geïnformeerd dat de Vader niemand oordeelt, aangezien hij alle oordeel aan de Zoon heeft toevertrouwd (“heeft Hem macht gegeven”; de Vader geeft…, de Zoon ontvangt):

Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven;
En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is. (Johannes 5 : 22, 27)

Here Jezus Christus verklaart dat Hij eeuwig is

Het is daarom glashelder dat Degene die in Openbaring 22 : 13 spreekt als de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde, niemand anders is dan de verrezen glorierijke Here Jezus Christus. Het kan niemand anders zijn. De Here Jezus Christus verklaart hier dat HIJ EEUWIG IS. Omdat Jezus Christus EEUWIG IS, DEMONSTREERT HIJ AAN DE LEZER DAT HIJ NIET GESCHAPEN IS.

De Nieuwe Wereldvertaling is in de aangehaalde teksten onjuist, misleidend. Het is een LEUGEN. Zoals de toevoeging van “Jehovah”, 237 keer in de Griekse Septuaginta, een LEUGEN is. Waarom? Omdat het woord “Jehovah” of “JHWH” in GEEN ENKELE (niet één) bestaand manuscript of transcript voorkomt. Het is er gewoon niet.

Arche, de bron en heerser

Jezus Christus is dus “arche”, niet in de zin dat Hij het eerste wezen (ding) is dat God heeft geschapen, maar eerder in de zin dat hij de Bron en Heerser is. In dat verband vertelt de apostel Johannes dit in Johannes 1 : 1-4, 9, 10:

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Dit was in den beginne bij God.
Alle dingen zijn door Hetzelve (= het Woord) gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.

Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een ieder mens, komende in de wereld.
Hij
 was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt; en de wereld heeft Hem niet gekend.

Hebreeën 1 : 1-3 en 10-12

God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;
Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;
Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;

En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;
Dezelve zullen vergaan, maar Gij blijft altijd, en zij zullen alle als een kleed verouden;
En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.

De opgestane Here Jezus Christus is hier geïdentificeerd als de actieve Zaakgelastigde van de schepping en dus de Schepper van alle dingen. In Hebreeën 1 : 10-12 wordt “de Heere” (Jehovah Jezus Christus) beschreven als de onveranderlijke Schepper en Onderhouder van het universum door op Hem de woorden toe te passen uit Psalm 102 : 13 en 25-28. Daar, in het Oude Testament, hadden deze woorden betrekking op alleen de Naam Jehovah. Nu, in het Nieuwe Testament, past God (vers 1) ze toe op de Opgestane, de Here Jezus Christus, het uitgedrukte Beeld Gods.

Maar Gij, HEERE! (Jehovah) blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.

Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;
Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.
Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geëindigd worden.

De Here Jezus Christus geïdentificeerd als Jehovah

Zo identificeert de Auteur van de Heilige Schrift de Here Jezus Christus als Jehovah, de Almachtige God. Degene die alles heeft geschapen en in stand houdt! Het is Eén en Dezelfde en dat wordt uitgedrukt in de volledige Godsnaam (sinds Handelingen 2-4): Here (Jehovah) Jezus Christus. Aangezien Hij duidelijk wordt beschreven als de onveranderlijke Schepper en Onderhouder, betekent dit dat Hij Degene is die de Bron en Oorsprong is van de hele schepping. Bovendien, aangezien Hij Degene is die de schepping heeft voortgebracht, is de opgestane Here Jezus Christus ook Degene die regeert over de Nieuwe Schepping, die aanving bij Zijn opstanding! Hij is de “arche” (begin) van Gods schepping. Openbaring 1 : 5, 6:

En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene (= Eerste) uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.
En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

De laatste zin zegt overigens dat Jezus Christus, de Zoon in de verhouding (functies) Zoon / Vader, ons (gelovigen in Christus) tot koningen/priesters heeft gemaakt in dienst van God, Die in dit verband ook de Vader is. Want de erfenis, de aanstelling tot koning/priester (= één), is door God gegeven. Als er sprake is van ontvangen, dan is er ook sprake van geven. Dan moet er een gever zijn. In dit geval, in deze uiteenzetting, is God de Gever en daar hoort in de Bijbel het woord “Vader” bij. Het is Bijbels jargon en gaat in verreweg de meeste gevallen helemaal niet om louter biologie, zoals wij dat kennen. Het gaat om uitdrukking geven aan bepaalde “functies”, die God in Zich heeft. De Vader is de bron en geeft, per definitie. De Zoon (“bouwer” in het Hebreeuws) ontvangt en voert uit. Die verhouding is hier in Openbaring 1 : 6 ook aan de orde.

Openbaring 11, 12

En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren (Kurios) en (= namelijk) van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid. (Openbaring 11 : 15)

En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu is de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden onzes Gods; en (= dat is) de macht van Zijn Christus; want de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor onzen God dag en nacht is nedergeworpen. (Openbaring 12 : 4, 5, 10)

Openbaring 17 en 22

Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is één Heere der heren, en één Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen. (Openbaring 17 : 14 – vgl. 19 : 11-16)

En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den TROON Gods, en des (= “die van het”) Lams.
En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen;
En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn. (Openbaring 22 : 1, 3, 4)

Hier gaat het om één Troon Gods. Er wordt zeker niet over twee Tronen gesproken. God zit op die Troon en van Hem wordt gezegd dat Hij óók het Lam is. In Openbaring 22 komt datzelfde principe weer terug. Ook weer één Troon, waarín God, met hier de nadruk op de “functie” of “hoedanigheid” van het Lam (“staande als geslacht”; Openbaring 5 : 6) is.

Dat het om de Ene gaat, om Degene die ook “Heer de heren” en “Koning der koningen” is, komt uitstekend naar voren in het laatste deel van de verzen 3 en 4. Die staan namelijk in het enkelvoud:

Zijn dienstknechten zullen Hem dienen; En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.

God en Christus op dezelfde wijze aanbeden

In het volgende voorbeeld ziet en hoort Johannes dat élk schepsel de verrezen en verheven Here Jezus Christus aanbidt op exact dezelfde manier waarop God zelf wordt aanbeden. Daarbij gaat het ook weer over het Lam, waarbij niemand twijfelt dat het om de Here Jezus Christus gaat. Openbaring 5 : 8-14:

En als Het dat boek genomen had, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk citeren en gouden fiolen, zijnde vol reukwerks, welke zijn de gebeden der heiligen.
En zij zongen een nieuw lied, zeggende: Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie;
En Gij hebt ons onzen God gemaakt tot koningen en priesteren; en wij zullen als koningen heersen op de aarde.
En ik zag, en ik hoorde een stem veler engelen rondom den troon, en de dieren, en de ouderlingen; en hun getal was tien duizendmaal tien duizenden, en duizendmaal duizenden;
Zeggende met een grote stem: Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.
En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en
(= namelijk) het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.
En de vier dieren zeiden: Amen. En de vier en twintig ouderlingen vielen neder, en aanbaden Dengene, Die leeft in alle eeuwigheid.

Dit toont aan dat de Here Jezus Christus precies dezelfde aanbidding verdient die God zelf ontvangt, precies zoals hij zelf had verklaard toen hij op aarde was. Johannes 5 : 22, 23:

Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven;
Opdat zij allen den Zoon eren, gelijk zij den Vader eren. Die den Zoon niet eert, eert den Vader niet, Die Hem gezonden heeft.

Dit bevestigt dat de Here Jezus Christus niet slechts een schepsel kan zijn, aangezien Johannes Hem scheidt van elk schepsel dat bestaat. Johannes plaatst Hem (de Opgestane, de Zoon) op hetzelfde niveau als God. Waarbij God zich uitdrukt naar Zijn Schepping in zowel Vader als Zoon. Eén in Wezen, want er is slechts Eén Ware God (o.a. Marcus 12 : 32) maar onderscheiden in “functies”, “hoedanigheden”, “toepassingen” of hoe je het ook maar noemen wil. Zoals daar o.a. zijn: Vader, Zoon, Lam, Hogepriester, Koning der koningen, Heer der heren, Messias (Christus), Heilige Geest. En ook de Ware Wijnstok, als één van de talrijke “Ik Ben”.

De verrezen Heer wordt aanbeden

Als Jezus de eerste schepping van God was, dan zou Hij geplaatst zijn náást elk schepsel. Dan zou Hij zich bij die schepselen voegen om alléén God te aanbidden. In plaats daarvan zien we dat de verrezen Heer wordt aanbeden dóór élk schepsel. En dat op precies dezelfde manier waarop God zelf wordt aanbeden.

Nogmaals, wil Jezus van nature ongeschapen zijn, dan moet hij Jehovah zijn, het “uitgedrukte Beeld Gods” in het Oude Testament, ook al was Hij, toen Hij op aarde was, dus vóór Zijn sterven en glorieuze opstanding, niet de Vader of de Heilige Geest. Met die Naam, ontdaan van Heerlijkheid (Filippenzen 2) kwam Jehovah naar de aarde, onder de Naam Jezus (wat betekent “Jehovah redt”) deed Hij Zijn verlossingswerk. Onder die Naam stierf Jehovah aan het kruis. (Romeinen 7; Hebreeën 9) Alzo verzoende God Zélf de wereld met Zichzelf. Dat leert Paulus in 2 Korinthe 5 : 18-20

En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.
Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.

Evenmin als Jehovah een schepsel is, is de Here Jezus Christus een schepsel. Jezus is niet de eerste schepping van God. De uitleg van het wachttorengenootschap inzake Openbaring 3 : 14 is niets meer dan een leugen. Vertrouw daarom niet of niet langer op dit menselijk instituut. Het leidt tot niks. Zeker niet tot het door de Jehovah’s Getuigen in het vooruitzicht gestelde eeuwig leven. Voor onvergankelijk leven moeten we bij die Ene Naam zijn: de Here Jezus Christus. Van enige kerk, organisatie of mens wordt niet gesproken. Alleen over dé Christus. Ik besluit daarom graag met wat Paulus in het vers direct na de vorige twee aangehaalde verzen zegt:

Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.


Is Jezus de eerste schepping van God?

Jezus de eerste schepping van God?

Geef een reactie

Translate »