Eén Middelaar, maar niet voor Jehova Getuigen

Het wachttorengenootschap (WTG) leert dat Jezus Christus niet direct de middelaar is van alle mensen. Middelaar Jehova Getuigen

Dat was schrikken toen we hoorden dat het WTG leert dat Jezus Christus niet direct de middelaar is van alle mensen. Dat kon toch niet waar zijn want de Bijbel leert toch dat dit wel zo is, was onze eerste reactie. Het was wel waar en het zette ons – achteraf gezien heel gelukkig – hevig aan het denken. De leerstelling die heel expliciet in een boekje uit 1986 stond (niet meer verkrijgbaar) en later in de “Vragen van lezers” in 1989 omstandig werd bevestigd, blijkt een belangrijke leerstelling geworden te zijn van het WTG. Telkens komt het in hun leringen terug als er wordt gesproken over “het Nieuwe Verbond”.

Volgens het WTG werd dit Nieuwe Verbond gesloten met de 144.000 “losgekochten” uit Openbaring. Voor het gemak koppelen ze dat zonder blikken of blozen – en in ieder geval zonder Bijbelstudie – aan de “kleine kudde” uit Lukas 12:32. Het is een rare variant op de “vervangingstheologie” die ook in de kerken gemeengoed is. De kerken – en ook het WTG – stellen zich in de plaats van het letterlijke volk Israël, zonder goed te kijken hoe het nu werkelijk zit.

In ieder geval is de officiële leer van het WTG dat: Middelaar Jehova Getuigen

1) Jezus Christus is de middelaar van de 144.000.
2) De 144.000 de middelaar zijn voor de “grote schare” Jehovah’s Getuigen.

U gelooft het misschien niet, maar dit is echt de officiële lering. De aanhalingen uit de lectuur hieronder bewijzen dat. De leringen zijn nooit herroepen, er wordt ook niet al te veel over gezegd maar de rest van de leringen zijn subtiel doorspekt met de bovenstaande on-Bijbelse en daarom verwerpelijke gedachte. Alvorens die aanhalingen te beschouwen kijken we eerst even naar wat de Bijbel zegt over het middelaarschap van Jezus Christus en daarna wat de Nieuwe Wereldvertaling van Jehovah’s Getuigen zegt. Daar staat namelijk wat anders dan in andere vertalingen en in de Griekse grondtekst staat. Dat laatste is zelfs te bewijzen met een uitgaven van het WTG zelf, de Kingdom Interlinear Translation. De onterechte toevoeging in de vertaling van één woordje (“soorten”) in 1 Timotheüs 2:3-6 is bewust gedaan om het gedeelte te kunnen laten aansluiten bij de doctrines over het gedeelde middelaarschap en de “kleine kudde van 144.000”.

In de Statenvertaling staat het zo: Middelaar Jehova Getuigen

3 Want dat is goed en aangenaam voor God, onzen Zaligmaker;

4 Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.

5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

6 Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd;

In de NWT staat het zo:

3 Dit is voortreffelijk en aangenaam in de ogen van onze Redder, God,

4 wiens wil het is dat alle soorten van mensen worden gered en tot een nauwkeurige kennis van de waarheid komen.

5 Want er is één God en één middelaar tussen God en mensen, een mens, Christus Jezus,

6 die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen – [hiervan] dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis te worden afgelegd.

Het toevoegen van “soorten” bij alle mensen in vers 4 maakt het in de visie van het WTG mogelijk om te kunnen zeggen dat de Mens Christus Jezus alleen rechtstreeks de Middelaar is van de 144.000 en niet die van alle mensen. Want “alle soorten” houdt niet noodzakelijkerwijs alle mensen in. Het sluit aan bij de vele kleurrijke tekeningen van het WTG die allerlei soorten mensen laat zien in Gods Koninkrijk. Maar in het aangehaalde tekstgedeelte staat toch heel duidelijk alleen maar “alle mensen”. Daar draait het in het Evangelie om. Het hele Nieuwe Testament gaat erover dat alle mensen door genade zalig kunnen worden door het geloof van Jezus Christus en door het geloof in Jezus Christus. Het WTG is het op dit punt dus blijkbaar niet met de Bijbelschrijver eens. Het WTG komt met een voor hen “beter evangelie” door er een middelaar tussen te voegen: de door hen zelf verzonnen klasse van 144.000 “geestelijke Israëlieten”. In de praktijk betekent het ook dat de JG gehoorzaam dienen te zijn aan het “overblijfsel” van die 144.000 hier op aarde. De Bijbel leert dat dus allemaal niet en daarmee wordt wat het WTG zegt het woord van mensen met alle gevolgen van dien. De schuin en rood gedrukte tekst is aanvullende tekst van mij.

Uit het boekje “Het verlangen naar vrede en zekerheid”, bladzijde 10 paragraaf 16

Net zoals het oude Israël via de middelaar Mozes in een verbondverhouding met Jehovah God stond, zo staat ook de natie van het geestelijke Israël, “het Israël Gods”, via een middelaar in een verbondsverhouding met God (Galaten 6:16). Het is zoals de apostel Paulus aan zijn Christelijke medewerker schreef: “Er is één God en één middelaar tussen God en mensen (in de SV staat: “tussen God en der mensen”), een mens, Christus Jezus” (1 Timotheüs 2:5). Was Mozes de middelaar tussen Jehovah God en de mensheid in het algemeen? Neen, hij was de middelaar tussen de God van Abraham, Izak en Jakob en de natie van hun vleselijke afstammelingen. Evenzo is de Grotere Mozes, Jezus Christus, niet de Middelaar tussen Jehovah God en de gehele mensheid. Hij is de Middelaar tussen zijn hemelse Vader, Jehovah God, en de natie van het geestelijke Israël, die beperkt is tot slechts 144.000 leden. Deze geestelijke natie is als een kleine kudde van Jehovah’s met schapen te vergelijken personen. – Romeinen 9:6; Openbaring 7:4. Hier staat het dus zwart op wit en volkomen irreëel gebaseerd op de situatie in Mozes’ dagen.

Op het bovenstaande kwam nogal wat kritiek uit de eigen gelederen. Voor een aantal JG was het de aanleiding de organisatie te verlaten. Pas in 1989 kwam er een officiële reactie op de commotie. Die werd gegeven in een zogenaamde “Vragen van lezers”. Zelf heb ik dat hele verhaal in ’86 en ’89 gemist. Ik was er met m’n hoofd niet zo bij, denk ik. Jammer, want misschien had ik dan al eerder zelf gaan denken.

Uit “Vragen van lezers” Wachttoren 15 augustus 1989

Is Jezus alleen de Middelaar voor met de geest gezalfde christenen of voor de gehele mensheid, aangezien in 1 Timotheüs 2:5, 6 staat dat hij de “middelaar” is die “zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen”?

De Bijbel bevat zowel grondleerstellingen als diepe waarheden, die vast voedsel voor studie vormen. Eén zo’n studie houdt verband met de rol van Jezus Christus als Middelaar. Normaal gesproken is deze studie heel kort. De Bijbel zegt dat Jezus de Middelaar is van alle mensen. De apostel Paulus schreef: “Er is één God en één middelaar tussen God en hier had dus “de” tussen moeten staan mensen, een mens, Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen – hiervan dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis te worden afgelegd.” – 1 Timotheüs 2:5, 6. De laatste zin is volkomen verkeerd vertaald! In het kader van dit artikel past het niet om dat verder uit te leggen, maar kijk er maar eens goed naar.

Om Paulus’ woorden te begrijpen, moeten wij eerst beseffen dat de bijbel twee bestemmingen voor getrouwe mensen uiteenzet: (1) volmaakt leven in een hersteld aards paradijs en (2) leven in de hemel voor Christus’ uit 144.000 leden bestaande “kleine kudde” (Lukas 12:32; Openbaring 5:10; 14:1-3). Wie niet goed oplet gaat hier al fout en leest de rest van het artikel door de “verkeerde bril”. Beide beweringen zijn namelijk niet waar en de tweede is ronduit onzin. Het is dus zwaar misleidend om te zeggen dat “om Paulus’ woorden te begrijpen, wij eerst moeten beseffen… De christenheid leert dat alle goede mensen naar de hemel gaan (dit is onterecht generaliseren om zich te kunnen afzetten), welke on-Schriftuurlijke stelling de algemene zienswijze heeft beïnvloed, zodat Jezus als tussenpersoon voor al zulke mensen wordt beschouwd. Zonder kennis van de bedelingen – die kennen de JG niet – trekken zij in dit kleine stukje diverse verkeerde conclusies. Wat geeft de bijbel echter te kennen?

Na deze verkeerde inleiding, die een niet goed oplettende lezer volkomen de verkeerde kant opgestuurd heeft, gaat men naar de Bijbel kijken. Gek genoeg begint men echter met het opvoeren van een of andere professor. Blijkbaar heeft men tussen al die geleerden iemand gevonden wiens woorden men wel kon gebruiken. Professoren die anders vertellen, worden natuurlijk niet genoemd. In een poging met Grieks, met naslagwerken en moeilijke taal het intellectuele niveau van de betoging te verhogen, bereikt men dat de gemiddelde lezer halverwege de draad kwijt is. En wat doet “de gemiddelde oppervlakkige lezer” dan? Die denkt “het zal wel goed zijn”. Of: “Wat de geleerden zeggen zal wel kloppen”. Vervolgens gaat men weer over tot de orde van de dag. De meer geoefende lezer die echt wil weten hoe het zit, ziet na een paar keer lezen dat het hele betoog eigenlijk niets nieuws verteld. Dat was blijkbaar ook niet de bedoeling. De lering dat Jezus Christus niet de Middelaar is van alle mensen moest overeind blijven, ondanks dat de Bijbel anders leert. De onduidelijkheid en het onbehaaglijke gevoel daardoor is niet verdwenen. Lees a.u.b. niet als “een gemiddelde lezer” oppervlakkig verder.

Het Griekse woord me’si·tes, dat voor “middelaar” wordt gebruikt, betekent ‘iemand die zich tussen twee personen of partijen bevindt’. Het was een ‘veelzijdige technische term uit de hellenistische rechtstaal’. Professor Albrecht Oepke (Theological Dictionary of the New Testament) zegt dat me’si·tes “een van de meest gevarieerde technische termen in het vocabulaire van het hellenistische recht” was.

Maar waarom gebruikt de bijbel een rechtsterm voor Jezus’ rol als Middelaar? Beschouw als achtergrond eens wat Paulus schreef over de Wet die God bij de berg Sinaï aan het daar verzamelde volk Israël gaf: “Ze werd door bemiddeling van engelen door de hand van een middelaar overgebracht” (Galaten 3:19, 20). Die middelaar was Mozes. Hij was de bemiddelaar tussen Jehovah en de natuurlijke natie Israël. Waartoe diende hij als tussenpersoon? Opdat er een verbond, of wettig contract, tussen God en de natie gesloten kon worden. Betekent dit dat er bij Jezus’ rol als Middelaar een specifieke wettelijke betekenis betrokken is? Ja. Let eens op Paulus’ commentaar in Hebreeën 8:6. Na gesproken te hebben over de tabernakel en andere voorafbeeldingen onder het Wetsverbond, schreef hij: “Jezus [heeft] een uitnemender openbare dienst verkregen, zodat hij ook de middelaar van een dienovereenkomstig beter verbond is, dat wettelijk bevestigd is op betere beloften.” Het ‘betere verbond’ was het nieuwe verbond, dat in de plaats kwam van het door Mozes bemiddelde verbond (Hebreeën 8:7-13). Het nieuwe verbond was “wettelijk bevestigd”. Het legde de basis op grond waarvan sommige van Christus’ volgelingen, te beginnen met de apostelen, “toegang” kunnen verkrijgen “tot de heilige plaats”, de hemel zelf. – Hebreeën 9:24; 10:16-19. Let op “sommige van Christus’ volgelingen kunnen ‘toegang’ verkrijgen tot de hemel zelf”. Omdat JG niet weten hoe het zit, gaan zij maar bepalen wie wel of niet “toegang” tot de hemel verkrijgen.

Er zijn ook nog andere aanwijzingen voor de wettige aard van Jezus’ rol als Middelaar van het “nieuwe verbond”. Als commentaar op Gods belofte uit Psalm 110:4 schreef Paulus: “In zoverre is Jezus ook degene geworden die als borg [en’gu·os] van een beter verbond is gegeven” (Hebreeën 7:22). Dit is de enige keer dat het woord en’gu·os in de bijbel wordt gebruikt. In The New International Dictionary of New Testament Theology staat: “De enguos garandeerde dat een wettelijke verplichting zou worden nagekomen.” Derhalve fungeert Jezus als Middelaar van het nieuwe verbond als een wettelijke borg dat “een betere hoop” verwezenlijkt zou worden. – Hebreeën 7:19.

Elders gebruikt Paulus nog een ander woord dat een wettelijke betekenis heeft, namelijk ar’ra·bon, dat vertaald wordt met “onderpand”. Hetzelfde woordenboek zegt: “Het Gr. woord arrabon . . . is een rechtsbegrip uit de taal van de zakenwereld en de handel.” Merk op hoe Paulus deze wettelijke term gebruikte: “Hij die ons heeft gezalfd, is God. Hij heeft ook zijn zegel op ons gedrukt en ons in ons hart het onderpand van wat komen zal gegeven, namelijk de geest” (2 Korinthiërs 1:21, 22). Maar ook op andere plaatsen waar het woord ar’ra·bon voorkomt, heeft het te maken met Gods zalving van christenen met de geest, waardoor zij als geestenzonen van God een ‘eeuwige beloning of erfenis in de hemel’ ontvangen. – 2 Korinthiërs 5:1, 5; Efeziërs 1:13, 14; zie Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures.

Bent u daar nog? Moeilijk hè? Het wordt nog gekker want de volgende alinea start met een “dus-conclusie” die taalkundig nergens op slaat. Het “dus” zou een samenvatting van het daarvoor gestelde moeten zijn. Die “dus-conclusie” die volgt is volledig onterecht!

Het nieuwe verbond is dus duidelijk geen losse regeling die openstaat voor de gehele mensheid. Het is een zorgvuldig geregelde wettelijke voorziening die verband houdt met God en gezalfde christenen. De voorzienig van het middelaarschap is voor iedereen, voor alle mensen ongeacht het feit dat de meeste mensen niets van die voorziening moeten hebben en er dus geen gebruik van maken.

Dit dient ons te helpen 1 Timotheüs 2:5, 6 te begrijpen. Wat een hoogmoed van de schrijvers! Hier werd de uitdrukking “middelaar” gebruikt nadat het woord vijfmaal in eerder geschreven brieven was voorgekomen. Timotheüs zou dus begrepen hebben dat Jezus’ middelaarschap te maken had met Zijn wettelijke rol in verband met het nieuwe verbond. Hoezo zou Timotheüs begrepen hebben dat ..? Waren de schrijvers er soms bij. Het is misleidend om zo andermans naam te misbruiken. In The Pastoral Epistles, door Dibelius en Conzelmann, wordt erkend dat in 1 Timotheüs 2:5 ‘de term “middelaar” een wettelijke betekenis heeft’, en dat “hoewel in deze passage, in tegenstelling tot Heb 8:6, het [verbond] niet wordt genoemd, men niettemin de betekenis ‘middelaar van het verbond’ moet vooronderstellen, zoals de context laat zien”. Professor Oepke merkt op dat Jezus in 1 Timotheüs 2:5 wordt gepresenteerd als “de advocaat en onderhandelaar”. Weer die professor Oepke, in plaats van Gods Woord.

Een hedendaagse illustratie helpt wellicht dit te verduidelijken, vooral als u geen met de geest gezalfde christen bent. Alweer: wat een hoogmoed! En dan te bedenken dat men hier alleen die paar duizend JG bedoelt die het “overblijfsel van de 144.000 op aarde vormen. Denk eens aan een rechtsgeding waarbij gebruik wordt gemaakt van de diensten van een advocaat. Hij is in zijn functie misschien niet zozeer een advocaat die voor recht pleit als wel iemand die bemiddelt of een wettelijk contract tot stand brengt dat voor beide partijen acceptabel en nuttig is. Natuurlijk bent u niet een van de partijen in dat rechtsgeding, dus in die zin fungeert hij niet als uw advocaat. Toch kan hij een zeer intieme vriend van u zijn die u in andere opzichten waardevolle hulp biedt. Oh, oh wat wordt het werk en de positie van onze Heer hier gekleineerd.

Om de onrust die was ontstaan onder sommige getuigen over bij welke middelaar een “gewone” JG met een aardse hoop nou zou moeten zijn als ie niet bij Christus als middelaar terecht kan, werd denk ik de volgende alinea geschreven. Het is een halfslachtige oplossing geworden. Jezus Christus is niet direct de middelaar maar via zijn middelaarschap tussen God en de 144.000 kunnen Getuigen van dat “werk profiteren” met eeuwig leven op aarde. In de praktijk en in gewoon Nederlands betekent dus dat de “gewone” JG zich moet wenden tot het overblijfsel van de 144.000. Alweer in de praktijk blijkt dat men dit als volgt begrijpt: dat het “besturende lichaam” van het WTG dit is en vervolgens gelooft men alles wat dat clubje mensen zegt.

Soms werpt het werk van een advocaat resultaten af die vele anderen tot voordeel strekken. Dit is het geval met datgene wat Jezus op een wettelijke basis tot stand brengt als Middelaar van het nieuwe verbond. Het brengt datgene voort wat het Wetsverbond niet heeft kunnen voortbrengen, namelijk een hemels “koninkrijk van priesters” (Exodus 19:6; 1 Petrus 2:9). Daarna zullen gezalfde christenen in het Koninkrijk vanuit de hemel met Jezus samenwerken om “alle natiën der aarde” te zegenen. – Genesis 22:18.

Degenen uit alle natiën die de hoop koesteren eeuwig leven op aarde te ontvangen, verheugen zich nu reeds in de voordelen van Jezus’ diensten. Hoewel hij niet hun wettelijke Middelaar is, omdat zij niet in het nieuwe verbond opgenomen zijn (U leest het helaas goed, u als “gewone” JG bent dus niet opgenomen in het Nieuwe Verbond), is hij degene door bemiddeling van wie zij tot Jehovah kunnen naderen. Christus zei: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door bemiddeling van mij” (Johannes 14:6). Allen die leven op aarde zullen verwerven, moeten hun gebeden door bemiddeling van Jezus tot Jehovah opzenden (Johannes 14:13, 23, 24) Dit is helemaal niet zo, zoals het WTG het hier stelt. Jezus fungeert ook als een mededogende Hogepriester die de voordelen van zijn slachtoffer ten behoeve van hen kan aanwenden, zodat zij vergiffenis ontvangen en uiteindelijk redding kunnen verwerven. Wat een moeilijke weg legt het WTG aan, terwijl het allemaal zo eenvoudig is. – Handelingen 4:12; Hebreeën 4:15.

Dientengevolge gebruikt 1 Timotheüs 2:5, 6 “middelaar” niet in de ruime zin van het woord, wat in veel talen gebruikelijk is. Er wordt niet gezegd dat Jezus een middelaar tussen God en de gehele mensheid is. Hoe is het toch mogelijk om zoiets doms te beweren, ook na deze hele uiteenzetting? Men kan toch niet echt denken dat een grote hoeveelheid woorden de simpele waarden opzij kan zetten? Deze verzen hebben veeleer betrekking op Christus als wettelijke Middelaar (of: “advocaat”) van het nieuwe verbond, aangezien dit de beperkte wijze is waarop de Bijbel de term gebruikt. Jezus is ook een overeenkomstige losprijs voor allen die in dat verbond opgenomen zijn, zowel Joden als heidenen, en die onsterfelijk leven in de hemel zullen ontvangen. De apostel Johannes doelde op hen in 1 Johannes 2:2. Maar hij gaf te kennen dat anderen eveneens de voordelen van Christus’ slachtoffer zullen ontvangen: “Hij is een zoenoffer voor onze zonden, echter niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.” Juist ja, voor de gehele wereld, dus ook weer beschikbaar voor alle mensen.

Degenen van “de gehele wereld” zijn allen die eeuwig leven in een hersteld aards paradijs zullen verwerven (dit is onvolledig gesteld). Miljoenen van zulke goedgekeurde dienstknechten van God bezitten thans die aardse hoop. Zij beschouwen Jezus als hun Hogepriester en Koning door bemiddeling van wie zij dagelijks toegang tot Jehovah kunnen verkrijgen. Het lijkt zo of dit de Weg is voor een gelovige, maar wie het onderzoekt ziet goed dat dit niet zo is. Zij verlaten zich op Jezus’ losprijs, die voor hen beschikbaar is, evenals deze beschikbaar zal zijn voor mannen zoals Abraham, David en Johannes de Doper wanneer zij uit de doden worden opgewekt (Mattheüs 20:28). Aldus zal Christus’ slachtoffer tot eeuwig leven leiden voor de gehele gehoorzame mensheid.

Ik heb nog heel wat dingen onbesproken gelaten. Als ik alles moet aanhalen wat het WTG in haar streven naar eigen leerstellingen in dit artikel heeft gezegd, wordt het voor dit moment te moeilijk. Wie het wil weten kan evenwel bij mij terecht.

[Voetnoten] Een bespreking van verbonden staat in De Wachttoren van 1 februari 1989, blz. 10-20. [Illustratie op blz. 31] Hier bij de berg Sinaï trad Mozes als middelaar van het Wetsverbond op [Verantwoording] Pictorial Archive (Near Eastern History) Est.

—— Middelaar Jehova Getuigen

In het boek “de Grootste mens” (1991) blz. 114 paragraaf 13 + 14 werd het volgende omtrent dit thema door het WTG gepubliceerd:

13 De offerandelijke dood van de Middelaar van het nieuwe verbond, Jezus Christus, wordt ieder jaar door Jehovah’s Getuigen herdacht op de gedenkdag van “het avondmaal des Heren”. Het ongezuurde brood waarvan degenen die in het nieuwe verbond zijn opgenomen, gedurende dat “avondmaal” gebruiken, symboliseert het volmaakte vlees van de Middelaar, en de wijn symboliseert het zuivere, onbesmette bloed, waarin zich volgens de Schrift de waarde bevond van het leven zelf van de Middelaar. – 1 Korinthiërs 11:20-26; Leviticus 17:11.

14 Wanneer degenen die in het nieuwe verbond zijn opgenomen, tijdens “het avondmaal des Heren” van de beker wijn van de Gedachtenisviering gebruiken, drinken zij slechts in figuurlijk opzicht bloed, het bloed van de Middelaar van het nieuwe verbond. Zo eten zij ook in symbolisch opzicht zijn vlees wanneer zij van het ongezuurde brood van de Gedachtenisviering gebruiken. Door dit te doen, geven zij, symbolisch gesproken, blijk van hun geloof in het loskoopoffer van de Zoon van God, de Loskoper van de gehele mensheid.

In het hoofdstuk “Gods nieuwe verbond nadert zijn voltooiing” blz. 104, hoofdstuk 12 van het boekje “Het verlangen naar vrede en zekerheid”, werd het volgende omtrent dit thema door het WTG gepubliceerd:

Het nieuwe verbond, dat in werking treedt krachtens Jezus’ vergoten bloed, vervangt het oude Wetsverbond. Jezus Christus treedt in dit nieuwe verbond op als Middelaar tussen twee partijen – enerzijds Jehovah God en anderzijds de 144.000 – door de geest verwekte christenen. Het verbond voorziet niet alleen in vergeving van zonden, maar maakt het ook mogelijk dat er een hemelse natie van koning-priesters wordt gevormd.

Scheuring

Het WTG neemt overigens al lang het afwijkende standpunt in over de middelaar. In het boek “Verkondigers” (1993), hoofdstuk 28 met als titel “Beproeving en zifting van binnen uit” staat de volgende passage:

Sommigen echter die beleden christelijke broeders te zijn, uitten valselijk de beschuldiging dat het tijdschrift The Watch Tower had ontkend dat Jezus de Middelaar tussen God en de mensen is, dat het de losprijs had verworpen en de noodzaak en het feit van de verzoening had geloochend. Niets hiervan was waar. Maar sommigen die dit zeiden, waren prominente figuren en zij trokken anderen als discipelen achter zich aan. Zij hadden wellicht gelijk in enkele details die zij in verband met het nieuwe verbond onderwezen, maar zegende de Heer wat zij deden? Een tijdlang hielden sommigen van hen vergaderingen, maar daarna hielden hun groepen op te bestaan.

Dit moet ergens in de jaren ’20 geweest zijn, schat ik. Toen ontstond er dus al scheuring omtrent het middellaarschap van Jezus Christus. En terecht, alleen doet het WTG de hele zaak nu af met de opmerking “Sommigen echter die beleden christelijke broeders te zijn, uitten valselijk de beschuldiging…”.

Daar zijn twee dingen op te zeggen:

1) het is onkies om te insinueren dat de “beschuldigers” onterecht zouden belijden christelijke broeders te zijn. Zij waren dat waarschijnlijk wel, alleen waren zij vanaf toen geen leden meer van het WTG.

2) de beschuldiging was niet valselijk maar heel terecht. Dat kon en kan iedereen nu simpel genoeg constateren. De vraag wie de leugen verkondigt lijkt mij daarmee afdoende beantwoord. De vraag of de God van Waarheid de organisatie van JG leidt of niet leidt, is daarmee eveneens helder beantwoord.

Oss, 1999 – Middelaar Jehova Getuigen


2018: Youtube video over dat Jezus Christus niet de Middelaar is van “gewone” Jehovah’s Getuigen


Ook op deze website: Jehovah’s Getuigen aanbidden de Here Jezus Christus niet.

Op zoek naar goede Bijbelstudie? Kijk eens op de website van Stichting Vlichthus.

Middelaar Jehova Getuigen

Middelaar Jehova Getuigen

2 reacties

  1. Peter 02/07/2017
    • Wachttorenkijker 02/07/2017

Voeg uw reactie toe

Translate »