Staat de Naam Jehovah in Jakobus?

Staat de Naam Jehovah in Jakobus? In de Nieuwe Wereldvertaling (NWT) van de Jehovah’s Getuigen (JG) wel. Het wachttorengenootschap (WTG) heeft het daar in geplaatst. De Naam Jehovah staat niet in de oorspronkelijke teksten en daarom vind je het ook niet in andere vertalingen.

Kurios in de brontekst van de Nieuwe Wereldvertaling

Laten we alle verzen in Jakobus, waar het Griekse grondwoord “Kurios” staat, óók in de WTG-uitgave “Kingdom Interlinear Translation” (KIT), eens bekijken. In de brontekst van de NWT staat steeds “Kurios”, nooit Jehovah, te beginnen met Jakobus 1 : 1:

 θεοῦ of God καὶ and κυρίου of Lord Ἰησοῦ Jesus Χριστοῦ Christ

Nogmaals: ook in de brontekst van de Nieuwe Wereldvertaling, de bewerking van Westcott & Hort, komt in het Nieuwe Testament alléén het Griekse “K

urios” voor en nergens het Hebreeuwse Tetragrammaton “JHWH”. Het wachttorengenootschap heeft daar kennelijk geen boodschap aan en plaatst in het Bijbelboek Jakobus toch 10 keer de Naam Jehovah, waar “Kurios” staat.

“Kurios” vertaalt met “Heere”

De Statenvertaling vertaalt het Griekse woord “Kurios” consequent met “Heere”. In geen enkele grondtekst staat iets anders dan dit woord. Het Tetragrammaton – JHWH – is Hebreeuws en komt niet in de grondtekst voor. In plaats daarvan gebruikten de Bijbelschrijvers van het Nieuwe Testament het Griekse woord “Kurios”. Dat betekent “Heer(e)” en krijgt door de context de juiste betekenis. Als het gecombineerd wordt met Christus of Jezus Christus, dan weet de lezer dat het “Heer(e)” in de hoogste betekenis van de Naam is. Vaak staat er dan “Here Jezus Christus”. Dat is in overeenstemming met wat de apostel Petrus vertelde aan het begin van de nieuwtestamentische geschiedenis in Handelingen 2 en 4:

dat God Hem tot [een] Heere (Kurios) en Christus gemaakt heeft, [namelijk] dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.
En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

Jehovah in Oude Testament – Kurios in Nieuwe Testament

Ook als het een aanhaling betreft uit het Oude Testament (OT), waar op die plaats de Naam Jehovah voorkomt, dan is dat in het Nieuwe Testament geschreven als “Kurios”. Het is geen enkel probleem om te weten dat het in het OT om de Naam Jehovah gaat. Maar het is wel een probleem als je in de nieuwtestamentische geschriften “Kurios” op papier verandert in “Jehovah”. Dat zou niemand doen. Dat is in dit geval iets wijzigen (of toevoegen) aan de Schrift op basis van eigen interpretatie en daar wordt ernstig voor gewaarschuwd. Het wachttorengenootschap (WTG) doet dit omdat het de Here Jezus Christus niet als de Enige Ware God erkent. Zij houden het bij sec de Naam Jehovah en gaan daarmee geheel voorbij aan het geïnspireerde Woord Gods. Men gelooft dus niet wat de apostel Petrus in Handelingen 2 en 4 gegeven was uit te spreken.

WTG “corrigeert” de oorspronkelijke schrijvers

In de Nieuwe Wereldvertaling (NWT), de “bijbel” van Jehovah’s Getuigen, tref je in 237 gevallen de bewuste vertaling van “Kurios” met “Jehovah” aan. Het WTG “corrigeert” de oorspronkelijke schrijvers en daarmee de Auteur van de Bijbel. Dat doet men geheel naar eigen inzicht, waar het hen goed uitkomt en waar het mogelijk is. Het kan namelijk lang niet altijd. “Kurios”, komt namelijk veel meer voor dan deze 237 keer. In veel gevallen is het direct duidelijk dat het om de Here Jezus Christus gaat en dan vertaalt het WTG het woord dan ook niet met Jehovah.

Kurios 14 keer in Bijbelboek Jakobus

We vergelijken de 14 keer in 13 teksten dat het Griekse woord “Kurios” in het bijbelboek Jakobus voorkomt. We zetten de Nieuwe Wereldvertaling (NWT) en de Statenvertaling (SV) naast elkaar. Dan blijkt dat de NWT in 10 gevallen “Jehovah” heeft staan en in 4 “Heer”.

Jakobus  1 : 1

NWT: Van Jakobus, een slaaf van God en (= namelijk) van de Heer Jezus Christus. Aan de 12 stammen die overal verspreid zijn.

SV: Jakobus, een dienstknecht van God en (= namelijk) van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid.

Hier kon het WTG uiteraard niet anders dan “Kurios” met “Heer” vertalen. Het eerste vers noemt de afzender van de brief. Jakobus, die zichzelf een dienstknecht van God noemt. Hij zegt níet: een dienstknecht van God én ook van de Here Jezus Christus. Hij noemt er niet twee, maar Eén! Hij zegt hier: “Van God, namelijk de Here Jezus Christus”. Het woordje “en” is hier geen optelling, maar het zegt nog iets extra over wat ervoor staat. Het zegt dat God de Here Jezus Christus is. Dus God en Christus is voor Jakobus in ieder geval Eén, Dezelfde. Jakobus schrijft het boek in dienst van de Here Jezus Christus.

Jakobus 1 : 7

NWT: Zo iemand moet niet verwachten dat hij iets van Jehovah zal krijgen.

SV: Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere.

Dit vers hoort bij vers 5, waar staat: “En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij [ze] van God begere“. Voor het wachttorengenootschap is God alleen Jehovah en dus moest men hier wel met Jehovah vertalen. Dat kwam hen goed uit. Maar dat staat er dus niet en men had die Naam dus niet zo mogen invoegen. Er staat eerst God en niet Jehovah en daarna Kurios, als aanduiding voor Here Jezus Christus. Voor de lezer, die Handelingen 2 t/m 4 voor waar heeft aangenomen, is dat geen enkel probleem.

Jakobus 1 : 12

NWT: Gelukkig is de man die volhardt onder beproeving, want nadat hij is goedgekeurd, zal hij de kroon van het leven krijgen, die Jehovah beloofd heeft aan degenen die van Hem blijven houden.

SV: Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben.

De vraag is hier van “Wie de kroon des levens ontvangen” zal worden? Het antwoord geeft de Bijbel zelf.

2 Timotheüs 4 : 8: Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.

1 Petrus 5 : 4: En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.

Openbaring 2 : 10: Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.

De “Ik” in het laatste vers is Dezelfde als die in vers 8: “Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is, en [weder] levend is geworden.” Zelfs het wachttorengenootschap erkent dat op deze plaats de Here Jezus Christus aan het woord is, hoewel zij het alleen over “Jezus” hebben. (Zie “Openbaring-boek” op JW-website.)

De “rechtvaardige Rechter”, de “overste Herder”, “Hij die dood is geweest en levend is geworden”, spreken allemaal over de Here Jezus Christus. Romeinen 14 : 9:

Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden heersen zou.

Als je dit weet, dan zie je meteen dat de vertaling met “de kroon van het leven krijgen, die Jehovah beloofd heeft”, fout is. Het staat ook niet in de grondtekst en had hier zeker niet geplaatst mogen worden door het WTG.

Jakobus 2 : 1

NWT: Broeders, het kan toch niet zo zijn dat jullie geloven in onze verheven Heer Jezus Christus en tegelijk sommigen voortrekken?

SV: Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, [den Heere] der heerlijkheid, met aanneming des persoons.

Hier uiteraard geen vertaling door het wachttorengenootschap van het woord “Kurios” met “Jehovah”.

Jakobus 4 : 10

NWT: Verneder je in de ogen van Jehovah, dan zal hij je verhogen.

SV: Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.

Wie is Degene die verhogen zal? Volgens Petrus, in het al eerder aangehaalde 1 Petrus 5, is dat God. In dat zelfde hoofdstuk spreekt Petrus ook over “Christus”, “overste Herder” en “Christus Jezus”. De Here Jezus Christus zal dus verhogen. Logisch ook, want Hem “is alle macht gegeven”, zo zei Hij op de avond van de opstandingsdag: “En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” Daar is toch niks onduidelijks aan?

De Naam Jehovah komt niet voor in 1 Petrus 5. De brieven van Petrus gaan alleen over de Here Jezus Christus, die God is. Petrus eerste woorden zijn: “Petrus, een apostel van Jezus Christus.” Als deze door Christus persoonlijk gezonden apostel een dienstknecht van Jehovah zou zijn geweest, dan had hij dat hier wel direct geschreven. Dan was dit een perfecte plaats geweest om Petrus als “getuige van Jehovah” te introduceren. Maar dat wordt niet gedaan. Petrus maakt zich bekend als getuige van de “Here Jezus Christus”, de opgestane Heer, Die hij persoonlijk goed kende. Hij kon van Hem getuigen, omdat hij de dingen zelf ook gehoord en meegemaakt had.

Jakobus 4 : 15

NWT: In plaats daarvan zouden jullie moeten zeggen: ‘Als Jehovah het wil, zullen we in leven zijn en dit of dat doen.’

SV: In plaats dat gij zoudt zeggen: Indien de Heere wil, en wij leven zullen, zo zullen wij dit of dat doen.

Dit vers kan niet zonder vers 12, waar eerder gezegd is: “Er is één Wetgever, Die behouden kan en verderven.” De Wetgever uit vers 12 is de Heere uit vers 15. Onder het Oude Verbond was dat volgens Jesaja 33 : 22: “Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning. Hij zal ons behouden.” Jehovah dus.

Maar met de opstanding van de Here Jezus is het Nieuwe Verbond ingetreden. De Nieuwe Schepping, waarvan Christus de Eersteling is. Sindsdien worden gelovigen in Hem onder hetzelfde Nieuwe Verbond gebracht. In dat Nieuwe Verbond is de Opgestane Here Jezus Christus alle macht en heerlijkheid gegeven. Hij is dan ook de Wetgever, Die behouden kan. Hij is ook Degene die “wil”. De uitspraak “Indien de Heere wil“, is van toepassing op het Nieuwe Verbond. De Heere (Kurios) van het Nieuwe Verbond is uiteraard de Here Jezus Christus.

Jakobus 5 : 4

NWT: Hoor! Het loon dat jullie niet hebben uitbetaald aan de arbeiders die jullie velden hebben geoogst, blijft roepen. En het hulpgeroep van de oogsters is doorgedrongen tot de oren van Jehovah van de legermachten.

SV: Ziet, het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van den Heere Sebaoth.

Jehovah Sebaoth (= Jehovah der heirscharen / menigten) komt veel voor in het Oude Testament. Jakobus past deze titel toe op de Here Jezus Christus, Die de “Heer der menigten” zal zijn. In vers 3 heeft Jakobus dat al aangegeven als hij de rijken aanspreekt en daarna een tijdsbepaling geeft: “… gij hebt schatten vergaderd in de laatste dagen.” Wie spreekt er in deze “laatste dagen”? Volgens Hebreeën 1 : 1: God, …, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon.

Omdat de schrijver Jakobus weet dat de Zoon, de Here Jezus Christus, de Here Sebaoth oftewel de Heer der menigten, is in deze laatste dagen, die begonnen bij het aanbreken van het Nieuwe Verbond, schrijft hij het woord “Kurios” op. De naam “Jehovah Sebaoth” komt in het Oude Testament zo vaak voor, dat Jakobus die combinatie ook zo had kunnen overnemen, als het ook hier om Jehovah zou gaan. Als Jakobus al ergens de Naam Jehovah had kunnen noemen in zijn hele Bijbelboek, dan was het wel hier. Maar dat deed hij niet! Vergeet niet dat Jakobus een dienstknecht van de Here Jezus Christus is (1 :1). Zíjn boodschap verkondigt hij. En hier zegt de apostel dat Jehovah Sebaoth van het Oude Verbond, onder het Nieuwe Verbond de Here Jezus Christus is.

Jakobus 5 : 7-11

NWT: Heb dus geduld, broeders, tot de aanwezigheid van de Heer. Denk aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare vrucht van de aarde totdat de vroege regens en de late regens komen.
Ook jullie moeten geduld hebben. Houd moed, want de aanwezigheid van de Heer is nabij.
Klaag niet over elkaar, broeders, zodat jullie niet worden veroordeeld. Kijk! De Rechter staat voor de deur.
Broeders, neem een voorbeeld aan de geduldige volharding onder beproevingen van de profeten die in de naam van Jehovah hebben gesproken.
We prijzen degenen die hebben volhard gelukkig. Jullie hebben van de volharding van Job gehoord en hebben gezien hoe Jehovah het heeft laten aflopen, dat Jehovah heel meelevend en barmhartig is.

SV: Zo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de toekomst des Heeren. Ziet, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het den vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen.
Weest gij ook lankmoedig, versterkt uw harten; want de toekomst des Heeren genaakt.

Zucht niet tegen elkander, broeders, opdat gij niet veroordeeld wordt; ziet, de Rechter staat voor de deur.
Mijn broeders, neemt tot een voorbeeld des lijdens, en der lankmoedigheid de profeten, die [in] den Naam des Heeren gesproken hebben.
 Ziet, wij houden hen gelukzalig, die verdragen; gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.

Allereerst kunnen we eenvoudig vaststellen over Wie Jakobus het heeft in vers 7 t/m 9. Het gaat om de nabij zijnde “aanwezigheid van de Heer“. Dat kan niemand anders zijn dan de Here Jezus Christus. Ook in de Nieuwe Wereldvertaling. Meteen daarna: “de Rechter staat voor de deur”. Ook niet moeilijk, lijkt mij. Dan weten we meteen dat de Rechter onder het Nieuwe Verbond de Here Jezus Christus is. Zelfs het wachttorengenootschap erkent dit.

Onder het Oude Verbond, dus vóór de dood en opstanding van de Here Jezus, was Jehovah (HEERE) de Rechter van het volk Israël, waarmee Jehovah een verbond gesloten had. Jesaja 33 : 22 zegt: “Want de HEERE is onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning. Hij zal ons behouden.” Een verbond dat later ontbonden zou worden om plaats te maken voor een Nieuw Verbond. De dood en opstanding van de Here Jezus betekende het einde van dat Oude Verbond en het begin van het Nieuwe.

Jakobus verwijst naar de Rechter onder het Nieuwe Verbond. Hij maakt duidelijk dat de Rechter de Here Jezus Christus is. Door de verwijzing naar de profeten en naar Job in het Oude Testament, koppelt hij Jehovah en Jezus Christus duidelijk aan elkaar. Hij verklaart dat er één Rechter is en dat is Degene die deze taak zal uitvoeren in de “toekomst (aanwezigheid) des Heeren”. Jakobus heeft het nergens over twee Rechters. Jehovah’s Getuigen doen dat wel, maar dat is dus geheel eigen interpretatie en derhalve fout. In hun lectuur/website staat o.a.: “Waarom is het passend Jehovah niet alleen als Koning maar ook als Rechter te bezien? … Maar zijn autoriteit omvat tevens dat hij een Rechter is.

Wie is de Koning der koningen?

Aan Wie is volgens de Bijbel alle macht gegeven? Wie is de “Koning der koningen”, “Heer der Heren”? Dat is de Here Jezus Christus! De Schrift leer het ons zo.

Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus
Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren; (1 Timotheüs 6 : 14, 15)

Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen. (Openbaring 17 : 14)

En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren. (Openbaring 19 : 16)

Wat schrijft de apostel Paulus, een apostel van Jezus Christus, aan Timotheüs over de “Koning der eeuwen”:

Den Koning nu der eeuwen, den onverderfelijken, den onzienlijken, den alleen wijzen God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

In heel hoofdstuk 1 wordt alleen maar over de Here Jezus Christus gesproken, waarbij herhaaldelijk het woord God wordt gebruikt. Dan gaat het niet ineens over een Ander. Vers 1 maakt dat al meteen duidelijk:

Paulus, een apostel van Jezus Christus, naar het bevel van God, onzen Zaligmaker, en (= namelijk) den Heere Jezus Christus, Die onze Hope is,

De vaste hoop van de gelovige is sinds de opstanding de Here Jezus Christus, Die ook hier God en Zaligmaker wordt genoemd. Over Hem heeft Paulus het hier en overal in zijn geschriften. Oók als hij het heeft over de “Koning der eeuwen”. Dat is niemand anders dan de Here Jezus Christus.

Wie is de Rechter?

Wie is de Rechter? Degene die oordeelt, sinds Zijn aanstelling tot Zoon (Erfgenaam) op de opstandingsdag, is de Here Jezus Christus!

Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een ieder vergelden naar zijn doen. (Matthéüs 16 : 27)

Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven; (Johannes 5 : 22)

En nogmaals Romeinen 14 : 9:

Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden heersen zou

Jakobus 5 : 14, 15

NWT: Is iemand van jullie ziek? Laat hij de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen, en laten die voor hem bidden en hem in de naam van Jehovah met olie inwrijven.
Hun gebed uit geloof zal de zieke beter maken, en Jehovah zal hem laten opstaan. En als hij zonden heeft begaan, zal hij vergeving krijgen.

SV: Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.
En het gebed des geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.

Alleen God kan vergeven

Ook in deze laatste verzen van Jakobus met “Kurios”, gaat het wachttorengenootschap in de fout met hun invoeging van “Jehovah”. Los van het simpele feit dat deze Hebreeuwse Naam hier niet staat in de Griekse Geschriften, blijkt ook nu weer, uit de directe en uit de gehele context, dat het om de Here Jezus Christus gaat. Hij zal vergeven, leert het Nieuwe Testament. Die macht heeft Hij. Waarom? Omdat Hij God Zelf is. Alleen God is in staat te vergeven. Dat wisten de Farizeeën ook nog wel. Markus 2: “… Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?” De Here Jezus bestrijdt deze conclusie niet. Het was toen waar en dat is het nog steeds. Daarom zegt de Here Jezus, vooruitlopend op Zijn aanstelling tot Zoon, na deze woorden: “Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven.”

We hadden al vastgesteld dat Hem “alle macht in hemel en op aarde” gegeven is. Alle, betekent ook álle. Daar kan niet mee gesjoemeld worden. De Jehovah’s Getuigen doen dit echter wel, want volgens het wachttorengenootschap – is er toch nog een macht bóven Jezus Christus (de Opgestane). In hun visie is dat Jehovah. Uiteraard is dat nergens in de Schrift terug te vinden. Het is alweer een eigen verzinsel van mensen.

Staat de Naam Jehovah in Jakobus?

Staat de Naam Jehovah in Jakobus? Niet zoals de Jehovah’s Getuigen het in hun eigen Nieuwe Wereldvertaling hebben ingebracht. Aan de andere kant staat deze Naam ook weer wel in Jakobus, maar dan als onderdeel van de volle Godsnaam die wij kennen sinds het aanbreken van het Nieuwe Verbond. Die Naam van de Ene Ware God luidt: Jehovah (Here) Jezus Christus.


Staat de Naam Jehovah in Jakobus?

Staat de Naam Jehovah in Jakobus?

Geef een reactie

Translate »