Die was en die is en die komt bij Jehovah’s Getuigen

Die was en die is en die komt, is onderdeel van Openbaring 4 : 8-11 in de Nieuwe Wereldvertaling (NWT), editie 2017, de grijze uitvoering. Deze uitdrukking komt nog een paar keer voor in Openbaring. De vragen zijn dan: Wie is het “die was en die is en die komt”, volgens het wachttorengenootschap (WTG)? En Wie is het volgens de Bijbel? Voor wie snel klaar wil zijn:

De Jehovah’s Getuigen zeggen: die was en die is en die komt, is Jehovah.

Wedergeboren christenen zeggen wat de Bijbel laat zien: dat is de Heere Jezus Christus, de Opgestane dus.

Wie meer wil weten, nodig ik uit om het vervolg te lezen en het e.e.a. zelf te onderzoeken.

Openbaring 4 : 8-11 in de Nieuwe Wereldvertaling

Zo staat Openbaring 4 : 8-11 in de Nieuwe Wereldvertaling, editie 2017:

Elk van de vier levende wezens had zes vleugels, die rondom en aan de onderkant vol ogen waren. En zonder ophouden, dag en nacht, zeggen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is Jehovah God, de Almachtige, die was en die is en die komt.
Telkens als de levende wezens lof, eer en dank brengen aan hem die op de troon zit, hij die voor altijd en eeuwig leeft,
vallen de 24 oudsten neer voor hem die op de troon zit en aanbidden ze hem die voor altijd en eeuwig leeft. Ze werpen hun kronen voor de troon en zeggen:
Jehovah, onze God, u bent het waard de lof en de eer en de kracht te ontvangen, want u hebt alle dingen geschapen en dankzij uw wil zijn ze tot bestaan gekomen en werden ze geschapen.’

Lord, lord, Heere, Heer, heer

Er hoeft geen enkel misverstand over te bestaan Wie volgens de Jehovah’s Getuigen de “die was en die is en die komt” is. Dat is Jehovah. Die gedachte “ondersteunen” ze door in de Nieuwe Wereldvertaling de Naam “Jehovah” in te vullen waar in het Grieks “Kurios” staat. Dat vind je niet terug in de bekende vertalingen. Díe vertalers weten immers dat waar in het Nieuwe Testament “Kurios” staat en God bedoeld is, dat het gaat om de Heere Jezus Christus / Lord Jesus Christ. 

Voor we verder gaan met “die was en die is en die komt”, is het mijns inziens noodzakelijk om op het vertalen met alleen “Jehovah” in te gaan. In het Engels is het Griekse “Kurios” vertaald met “Lord”, als het betrekking heeft op God. Waar een kleine letter aan het begin, dus “lord” staat, gaat het over een mens als heer / meester. 

In het Nederlands van de Statenvertaling wordt “Kurios” vertaald met “Heere”, als uit de context blijkt dat het om God gaat. En dus als het gaat over de opgestane Jezus, die op dat moment tot Christus werd gesteld en de Naam Jehovah ontving (erfde). (zie o.a. Handelingen 2, 4 en 13; Hebreeën 1). Dan staat er de combinatie “Kurios Jezus Christus”, in het Nederlands vertaald met: “Heere Jezus Christus”. Wie daarbij leest “Jehovah Jezus Christus”, doet het goed, want Jezus van Nazareth ontving de Naam Jehovah bij Zijn opstanding, net als de titel Christus (Messias).

Jehovah Jezus Christus

De volledige Godsnaam (hoogste Naam boven alle naam) onder het Nieuwe Verbond, in de Bijbel vanaf Handelingen, luidt dus: Jehovah Jezus ChristusKlik voor een overzicht in de Bijbel online. In de Statenvertaling (SV) staat dan: Heere Jezus Christus. Bijvoorbeeld in Handelingen 16 : 31 en 32 (SV) :

En zij zeiden: Geloof in den Heere (Kurios) Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.
En zij spraken tot hem het woord des Heeren (Kurios), en tot allen, die in zijn huis waren.

Er staat dus niet: “Geloof in Jehovah”, maar “Geloof in Jehovah Jezus Christus”. Als het WTG consequent was geweest dan had men het ook zo moeten vertalen. Men wil immers zo graag de Naam van Jehovah “herstellen” in de Bijbel… De Nieuwe Wereldvertaling maakt er echter iets anders van. Het gebruikt hier de vertaling van “Kurios” met “Heer”, dus zonder “e” aan het eind. Dat is in de betekenis van Meester, waarschijnlijk. In ieder geval niet in de betekenis van God, want dat is nu juist wat het WTG wil vermijden. Voor de Jehovah’s Getuigen is de opgestane Here Jezus Christus níet God Zelf. Handelingen 16 : 31 en 32 in de NWT:

Ze zeiden: ‘Geloof in de Heer Jezus en jij en je huisgenoten zullen gered worden.’
Toen maakten ze het woord van Jehovah bekend aan hem en aan iedereen die in zijn huis was.

Ten opzichte van de Statenvertaling staat er nu toch iets vreemds. In de SV wordt opgeroepen tot geloof in de Heere (Jezus Christus) en daarbij wordt gezegd dat het Woord van diezelfde Heere werd bekendgemaakt. Dat is ook volkomen logisch. Het gaat over Eén en Dezelfde. In de NWT moet men in de Heer (Meester) Jezus geloven, maar het woord van Jehovah wordt bekendgemaakt. Dit is niets anders dan slechts een verzinsel van het WTG, bedoeld om hun eigen leer omtrent de Godheid in stand te houden. Bijbels gezien is het niet correct van het WTG om het zo te vertalen.

HEERE in de Statenvertaling

Als er in het Nieuwe Testament een directe aanhaling wordt gedaan uit het Oude Testament, dan wordt “Kurios” gebruikt voor de Naam van Gods uitgedrukte beeld onder het Oude Verbond, namelijk “Jehovah”, of “HEERE” (dus niet “HEER”…) in de Statenvertaling. In de Engelstalige King James vertaling is het ook dan “LORD”, maar dan in hoofdletters.

“Heer”, met een hoofdletter “H”, komt voor in het geval de Heere Jezus Christus aangesproken wordt als “Heer” in de betekenis van “Meester”. En ook “heer” komt voor. Dan gaat het in het Nederlands over een mens als “heer” / “meester” of “meneer”.

Als je het eenmaal weet, is het niet moeilijk meer om het Griekse woord “Kurios” op de juiste manier te vertalen. 

Tot zover het intermezzo omtrent “Kurios” en “Heere Jezus Christus”. Ik hoop ermee aangetoond te hebben dat het WTG onterecht sec de Naam Jehovah invult voor de “die was en die is en die komt”. Maar er is meer over te zeggen. Dat toont aan dat “die was en die is en die komt” niemand anders is dan de Here Jezus Christus. Eerst maar even Openbaring 4 : 8-11 in de Statenvertaling:

Openbaring 4 : 8-11 in de Statenvertaling

En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.
En wanneer de dieren heerlijkheid, en eer, en dankzegging gaven Hem, Die op den troon zat, Die in alle eeuwigheid leeft;
Zo vielen de vier en twintig ouderlingen voor Hem, Die op den troon zat, en aanbaden Hem, Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen voor den troon, zeggende:
Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

Er staat veel in dit kleine stukje. Met betrekking tot ons onderwerp:

  1. De Heere (Kurios) God is de Almachtige;
  2. Hij is Die was, Die is, Die komen zal;
  3. Hij zit op de Troon;
  4. Hij – de Heere – heeft alles geschapen; Hij is de Schepper.

Volgens het wachttorengenootschap gaat het bij punt 1, 2 en 4 over Jehovah. Maar wat zegt de Bijbel?

1) Wie is God de Almachtige in de Bijbel?

De Bijbel leert dat de onzienlijke God, de Almachtige God is. Het Wezen Gods kan niet gezien worden. Als Hij zich uitdrukt naar Zijn Schepping dan wás dat onder de Naam en Gestalte van Jehovah. Sinds de opstanding is dat de Naam en Gestalte van de “Here Jezus Christus”. Die “hoogste Naam boven alle naam” (Handelingen 4) is blijvend. Jezus wijst daar alvast naar vooruit aan de vooravond van zijn lijden, dood en opstanding in Matthéüs 28:

En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

Het is een vervulling van oudtestamentische profetieën. Bijvoorbeeld die van Jesaja 9 : 5:

Want een Kind is ons geboren, een Zoon (Erfgenaam) is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

Het is heel simpel: waar in het Oude Testament de Naam Jehovah wordt genoemd, is dat in het Nieuwe Testament: Jehovah Jezus Christus. In het OT ging het om het uitgedrukte Beeld Gods en in het Nieuwe Testament ook. De complete Godsnaam, die wij nu kennen, zal nooit meer verdwijnen. Vanaf de opstanding van de Here Jezus – het aanbreken van het Nieuwe Verbond – zou een mens geloven in de Here Jezus Christus, in de wetenschap dat Hij de Ware God, de Almachtige is.

2) Hij die was, Die is en Die komen zal?

Volgens het bovenstaande is de Heere God, de Almachtige, Degene die was (Jehovah), Die is (Jehovah Jezus Christus) en Die komen zal (Jehovah Jezus Christus mét Zijn Gemeente/Lichaam). Dit laatste moet nog gebeuren. Wie wordt er verwacht uit de hemel om ook op aarde Zijn Koninkrijk te vestigen? De Here Jezus Christus in ieder geval, volgens 1 Thessalonicenzen 4:

Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; …

Daarna zal Hij als Hoofd – met zijn Lichaam, de Gemeente – Zijn voeten zetten op de Olijfberg, ten oosten van Jeruzalem. Wij noemen dat Zijn wederkomst of aanwezigheid (parousia). Dat vertelt Handelingen 1:

Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.

Meer lijkt me op dit moment niet nodig om hierover te schrijven. Zelfs de Jehovah’s Getuigen weten van Zijn wederkomst. Helaas plaatsen ze die onzichtbaar in 1914. Dat is absoluut onbijbels en totaal niet te onderbouwen vanuit de Schrift.

3) Hij zit op de Troon

Wie zit er op de Troon tot in de eeuwigheid? Voor een wedergeboren christen, een gelovige in de Here Jezus Christus, is dat niet moeilijk. Hebreeën 2 zegt:

Maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond …

Heerlijkheid en een kroon horen bij een troon. De Zoon, de Erfgenaam, in die positie gesteld bij Zijn opstanding, ontving die Troon en dus het bijbehorende Koninkrijk. Hebreeën 1 : 8 zegt:

Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.
Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat; daarom heeft U, o God! Uw God gezalfd met olie der vreugde boven Uw medegenoten.

Helaas is deze waarheid verloren gegaan in de NWT, want het WTG moest natuurlijk de Zoon – als zijnde God – zien kwijt te raken. Dat past niet in de Jehovah-getuigen leer. En dus… pas je de tekst in Hebreeën 1 maar aan… Daar staat in de Nieuwe Wereldvertaling:

Maar over de Zoon zegt hij: ‘God is je troon, voor altijd en eeuwig, en de scepter van je Koninkrijk is de scepter van recht.
Je hebt rechtvaardigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat. Daarom heeft God, jouw God, je gezalfd met de olie van vreugde, meer dan je metgezellen.’

Koning der koningen, Heer de heren

Wie op de Troon zit en de allerhoogste positie heeft, is Koning der koningen en Heer der Heren. Paulus zegt in 1 Timótheüs 6:

…., tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus;
Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren;
Die alleen onsterfelijkheid heeft, en een ontoegankelijk licht bewoont; Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen.

Als God Zelf Zich als Koning der Koningen vertoont, dan is dat in de “verschijning” van de Heere Jezus Christus. Want God Zelf kan niet gezien worden. De Jehovah’s Getuigen beamen op hun website dat het Jezus Christus is waar Openbaring 19 over spreekt:

En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen, en Heere der heren.

Dat kan ook niet anders, want Openbaring 17 : 14 zegt:

Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen), en die met Hem zijn, de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen.

Dan zou het toch duidelijk moeten zijn: Er is 1 troon en daarop zit de Allerhoogste, de Almachtige, God Zelf. Koning der Koningen, Heere der heren en nog meer. De Bijbel – het Nieuwe Testament – noemt Hem Heere Jezus Christus. Logisch ook, want het gaat alleen maar over Hem.

Zijn er dan twee tronen in de hemel?

Wie de leringen van het wachttorengenootschap beziet, komt tot de conclusie dat er twee tronen in de hemel moeten zijn. Eén waarover we net gesproken hebben en één voor Jehovah, want die is immers ook Koning volgens het WTG. Niet alleen in het Oude Testament, maar ook sinds de opstanding van de Here Jezus. Dit artikel op de website jw.org zegt bijvoorbeeld:

 Sinds wanneer in moderne tijden is de roep „Uw God is koning geworden!” gehoord? Sinds 1919. In dat jaar hield J. F. Rutherford, de toenmalige president van het Wachttorengenootschap, op een congres in Cedar Point (Ohio, VS) een bezielende lezing met als titel „Toespraak tot de medewerkers”. In de lezing, gebaseerd op Jesaja 52:7 en Openbaring 15:2, werden alle aanwezigen aangemoedigd het predikingswerk te gaan verrichten. Zo begonnen er ’lieflijke voeten’ op „de bergen” te verschijnen. De gezalfde christenen als eersten en later ook hun metgezellen uit de „andere schapen” trokken er vol ijver op uit om het goede nieuws te prediken dat Jehovah Koning geworden was (Johannes 10:16). Hoe was Jehovah Koning geworden? In 1914 gaf hij opnieuw uiting aan zijn koningschap toen hij zijn Zoon, Jezus Christus, als Koning installeerde in het pas opgerichte hemelse koninkrijk. En Jehovah gaf nogmaals uiting aan zijn koningschap in 1919 toen hij „het Israël Gods” uit Babylon de Grote bevrijdde. — Galaten 6:16; Psalm 47:8; Openbaring 11:15, 17; 19:6.”

Tsja…, en hier hebben we ineens twee Koningen, op een of andere wijze… Er staat toch heel duidelijk dat Jehovah Koning was geworden in 1914. Van welk Koninkrijk dan? En waarom pas in 1914? Over de laatste vraag staat genoeg op deze website. Is Jehovah in 1914 Koning geworden van het Koninkrijk, dat zowel de hemel als de aarde omvat? Is vervolgens Jezus Christus toen als Koning over het hemelse Koninkrijk begonnen? Zoiets staat hier wel. Als ik gewoon lees wat hier staat dan is:

  1. Jehovah de Koning, sinds 1914. In bijna 19 eeuwen daarvoor was hij het kennelijk niet…
  2. Jezus Christus – sinds 1914 – de Koning over het hemelse deel van het Koninkrijk Gods…, of zoiets…

Maar goed te volgen is het niet…

De “twee-koningen-leer” van het wachttorengenootschap

Ik bedoel het zeker niet oneerbiedig, maar zoals het er nu staat is het een soort zetbaas-constructie. Jezus Christus is wel Koning, maar toch ook weer niet de Hoogste, want er staat nog een Naam boven. Hoe dat er ook moge uitzien… Hoe is dat te rijmen met wat het NT leert over dat de Here Jezus Christus de allerhoogste positie bekleedt en de hoogste Naam boven alle naam ontvangen heeft? Wat mij betreft is dat niet in overeenstemming met elkaar te brengen. Het is simpelweg onzin wat het WTG verkondigt op dit gebied.

Het is weer heel eenvoudig: De Koning van Gods Koninkrijk, dat aanving op de dag van Zijn opstanding, is de Here Jezus Christus. Dat Koninkrijk is gestart in de hemel en is nu daarin nog verborgen. In deze tijd worden gelovigen aan dat Koninkrijk toegevoegd. Wanneer Christus wederkomt (dat is nog niet gebeurd) werkt Hij vanaf dan aan de uitbreiding van dat Koninkrijk vanuit de hemel op de aarde. Gelovigen worden dan aan het aardse deel van het Koninkrijk Gods (er is maar één Koninkrijk) toegevoegd.

De door het wachttorengenootschap uitgevonden “twee-koningen-leer”, en dat vanaf 1914, is absoluut onbijbels. Wij hebben slechts één Koning en dat is de Here (Jehovah) Jezus Christus. In dit verband verwijs ik naar 2 Korinthe 5:

Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.
En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.

Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.

God, de Onzichtbare, heeft een Nieuwe Schepping gemaakt en dat ín Christus, de Zichtbare. Het Koningschap onder de volledige Godsnaam “Here Jezus Christus” hoort daar in die Nieuwe Schepping uiteraard ook bij. Openbaring 11 (SV) zegt:

En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en (= namelijk) van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.
En de vier en twintig ouderlingen, die voor God zitten op hun tronen, vielen neder op hun aangezichten, en aanbaden God,
Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

Wie zit er op dé Troon? Wie Zal als Koning heersen? Wie aanbidden de “24 ouderlingen” (de Gemeente)? God toch? Wie is dat, volgens dit gedeelte: Christus! Wie wordt er gedankt? Die als Koning heerst. Heere God Almachtig, want van Hem zijn de koninkrijken der wereld. Hij is Koning der koningen. De Heere Jezus Christus.

4) Hij is de Schepper

Wie is volgens de Jehovah’s Getuigen de Schepper van alle dingen? Jehovah God, is hun antwoord. In ieder geval Jezus Christus niet, want die is volgens het WTG het eerste schepsel (“biologisch” gezien) van Jehovah. Jehovah zou dan via Jezus Christus alle andere dingen geschapen hebben. Bijbels weer niet te onderbouwen. Ook niet via de door het WTG aangehaalde Kolossenzen 1 : 16 en 17. Het woordje “andere” staat totaal niet in de Griekse grondtekst, maar wel in de grijze Nieuwe Wereldvertaling. In de zwarte editie stond dit woord nog tussen aanhalingstekens, zodat de lezer kon zien dat het door de vertalers ingevoegd was. In grijze NWT is men een stap verder gegaan. Oei…, oei…, wat een geknoei.

Wat zegt de Bijbel over wie de Schepper is? Dat is in het geheel niet moeilijk. De Ware God is de Schepper van alles. Genesis 2 : 4:

Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.

God, de Onzienlijke, is de Schepper van an het oude en ook van het Nieuwe. Zoeken we het antwoord in het Oude Testament, dan wordt ons daarbij op tal van plaatsen de Naam Jehovah getoond. Logisch want onder Die Naam had God Zich bekendgemaakt. Bijvoorbeeld in Jesaja 40:

Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, …

Vragen we hetzelfde in het Nieuwe Testament, dan krijgen we de volgende antwoorden. Paulus zegt in Efeze 3 : 9:

En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;

En in Kolossenzen 1 : 16:

Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, …; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

Het blijft God Die alles geschapen heeft. Er is ook maar Één God. Zoals door heel de Schrift duidelijk te herkennen is, daar kun je gewoon niet omheen, is de opgestane en tot Christus gestelde Here Jezus Christus, de uitdrukking (wat te zien is) van het Wezen Gods. Voor de opstanding was dat Jehovah.

Tot zover de vier punten uit Openbaring 4 : 8-11, inzake die was en die is en die komt.

De openbaring ván Jezus Christus

Over Wie gaat het laatste boek van de Bijbel? Openbaring is de openbaring ván Jezus Christus. Het is zowel de openbaring door Hem gegeven, maar ook die over Hem gaat. Hij staat centraal, want Hij is de Naam boven alle naam. Het is dus niet zoals het WTG wil doen geloven in Openbaring 1 : 1 in de Nieuwe Wereldvertaling dat Jezus Christus de boodschapper is en dat het in hoge mate alleen om de sec “Jehovah God” gaat, alsof dat Iemand anders is. Als je dit beseft dan is het geen enkel punt om te verstaan wie “die was en die is en die komt”. In de Statenvertaling komt deze uitdrukking op nog drie plaatsen voor in Openbaring:

Openbaring 1 : 4

Johannes aan de zeven Gemeenten, die in Azië zijn: genade zij u en vrede van Hem, Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven geesten, die voor Zijn troon zijn;

Naar deze tekst verwijst het WTG ook, bij de behandeling van Openbaring 4 : 8-11. Het leuke is dat we hier de combinatie “genade en (= namelijk) vrede” als toewensing krijgen. Die komt vele malen voor, volgens dit overzicht. Met name Paulus gebruikt dit in zijn brieven:

Genade zij u en (= namelijk) vrede van God onzen Vader, en (= namelijk) den Heere Jezus Christus.

In het Nieuwe Testament is de combinatie “genade en vrede”, oftewel “genade, namelijk vrede”, altijd verbonden aan God, de Vader onder het Nieuwe Verbond (Jesaja 9 : 5). Wie dat is, staat er bij: de Heere Jezus Christus. Hier in Openbaring 1, de openbaring ván Jezus Christus, is het niet ineens anders. Ook hier gaat het bij “Hem, Die is, en Die Was en Die komen zal”, over de Heere Jezus Christus en niet over de Naam Jehovah alleen, als zijnde een ander dan de Here Jezus Christus.

Openbaring 1 : 8

Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.

Hier wordt verbinding gelegd tussen Alfa en Omega, Begin en Einde. Dat is de Heere (Kurios) en Hij is ook “die was en die is en die komt”. De Jehovah’s Getuigen kennen deze tekst als:

‘Ik ben de Alfa en de Omega,’ zegt Jehovah God, ‘hij die is en die was en die komt, de Almachtige.’

Zo’n kans voor open doel wilde het WTG niet laten liggen en dus staat hier “Jehovah God”. Op zich niet vreemd, want in het Oude Testament, waar dit uit aangehaald wordt, is het Jehovah Die uitspreekt, dat Hij het Begin en het Einde is. In het Grieks heet dat “Alfa en Omega”. De toevoeging “het Begin en het Einde”, wordt betwist, omdat het in een aantal handschriften niet voorkomt. De NWT heeft het daarom ook niet opgenomen. Geen probleem, want Alfa en Omega zegt genoeg. Het zijn de eerste en laatste letter van het Grieks alfabet. In Jesaja zegt Jehovah (HEERE):

Wie heeft dit gewrocht en gedaan, roepende de geslachten van den beginne? Ik, de HEERE, Die de Eerste ben, en met den Laatste ben Ik Dezelfde. (Jesaja 41 : 4)

Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, en zijn Verlosser, de HEERE der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God. (Jesaja 44 : 6)

Hoor naar Mij, o Jakob! en gij Israël, Mijn geroepene! Ik ben Dezelfde; Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste(Jesaja 48 : 12)

Daar is niets onduidelijks aan. Jehovah is altijd Dezelfde, de Eerste (Begin) en de Laatste (Einde). In het Grieks heet dat Alfa en Omega. Er is geen andere God dan Mij, zegt Hij.

De Here Jezus Christus is de Alfa en Omega, de Eerste en de Laatste

Wie is volgens het Nieuwe Testament de Alfa en Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde? Als Jehovah dat claimt te zijn in het Oude Testament, dan moet dat toch ook zijn in het Nieuwe Testament? Dat zullen de Jehovah’s Getuigen ook bedacht hebben en daarom hebben ze “Kurios” in Openbaring 1 : 8 vertaald met Jehovah. Maar ze hadden iets verder moeten kijken in Openbaring:

Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, …

Wie is hier aan het woord? De context geeft een duidelijk antwoord. Het is de Here Jezus Christus. Lees het hele hoofdstuk a.u.b. in de Statenvertaling. Ik pak er een paar stukken uit:

… van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste der koningen der aarde. …

Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen. 

Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.

Ik, Johannes, … in de lijdzaamheid van Jezus Christus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het Woord Gods, en (= namelijk) om de getuigenis van Jezus Christus.

En ik was in den geest op den dag des Heeren; en ik hoorde achter mij een grote stem, als van een bazuin. Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; …

En ik keerde mij om, om te zien de stem, die met mij gesproken had; en mij omgekeerd hebbende, zag ik zeven gouden kandelaren;

En in het midden van de zeven kandelaren Een, den Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel;

En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij leide Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;

En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.

Wie leeft tot in alle eeuwigheid, maar is ook dood geweest? Daar is maar Eén antwoord op mogelijk: de Here Jezus Christus. De Opgestane Jezus van Nazareth, gesteld tot Christus en bekleed met de Naam Jehovah.

Wie heeft de sleutels van het dodenrijk en de dood? Het wachttorengenootschap geeft het antwoord:

“Aangezien de hemelse Jezus Christus de sleutels van de dood en van Hades bezit,” …

Zelfs via het WTG is de conclusie eenvoudig dat Johannes ziet wie de Spreker is van deze woorden en dus ook vanIk ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste”. Het is de “Zoon des mensen” (Erfgenaam van Adam); de Here Jezus Christus.

Openbaring 21 : 6 en 22 : 3

Via “Alfa en Omega” komen we in Openbaring 21, waar Alfa en Omega, wordt uitgelegd als Begin en Einde. Dat is niets anders dan “Eerste en Laatste”.

En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.

Wie is Hij Die sprak, in Openbaring 21 : 6? Het antwoord staat al in vers 5:

En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.

Wie zat / zit er op de Troon? We hebben eerder gezien dat dit de Here Jezus Christus is (Hebreeën 1), Degene waarover Openbaring handelt en dat niet alleen, de hele Bijbel spreekt over de Christus, want in Hem doet God Zijn werk.

Openbaring 22 : 13

Tot slot van dit gedeelte Openbaring 22 : 13, de laatste verzen van de Bijbel:

Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.

In de Nieuwe Wereldvertaling staat het net iets anders, maar de betekenis verandert niet. Wel jammer van het weglaten van hoofdletters:

Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.

Wie is de “Ik” in Openbaring 22 : 13? Het antwoord staat weer in de context:

En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon (de Gemeente; Zijn Lichaam) is met Mij, …
Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.

Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster.

Dit alles is geheel in lijn met de rest van Openbaring. Maar het wachttorengenootschap ziet dat uiteraard anders. Dat doet een zeer vreemde poging om het weg te redeneren. Men zegt over vers 20:

… en in het laatste deel van vers 20 spreekt onmiskenbaar Johannes zelf.

Dat gaat dan over dit stukje: “Amen. Ja, kom, Heere Jezus!” Maar dat het grootste stuk van vers 20 door de “Ik” wordt uitgesproken, noemt het WTG niet.

Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom, Heere Jezus!

De “Ik” is niemand anders dan de Here Jezus Christus. Net zoals in het hele hoofdstuk, dat besluit met:

De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

De laatste woorden van de Here Jezus

Dit zijn de laatste woorden van de Here Jezus. Het zijn woorden met de belofte van Zijn wederkomst. Met die onwankelbare hoop in Christus besluit de Bijbel. We hebben de betere beloftenissen van het Nieuwe Verbond, zegt Hebreeën 8 : 6. We hebben de beloftenissen van de heerlijkheid van Christus, die geopenbaard zal worden. Titus 2 : 11-14:

Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.
En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;
Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;
Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Onze zalige hoop is de verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en Zaligmaker. De Eerste en de Laatste. Die Ene, Die altijd geweest is en zal zijn. Bekend onder de Naam Jehovah en sinds de opstanding en aanvang van het Nieuwe Verbond, bekend als Here (Jehovah) Jezus Christus. In afwachting daarvan leven wij in Zijn genade. Wij kennen Christus, Die gezeten is op de troon der genade en zien Hem (hebben deel aan…) met eer en heerlijkheid gekroond. (Hebreeën 2 : 9)

Openbaring 11 : 17

Weer terug naar het hoofdthema: Wie is “die was en die is en die komt”? Er is nog 1 Schriftplaats om nader te bekijken, Openbaring 11 : 17:

Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal! dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

Het is de Here Jezus Christus. Hij blijkt “Die is, en Die was, en Die komen zal!” te zijn. Hij is de Heere God Almachtig! Hij is de Grote Kracht en Koning!

Kom tot persoonlijk geloof in Hem

Kom tot persoonlijk geloof in Hem alleen en vertrouw niet langer op het wachttorengenootschap. Wat men leert is aantoonbaar fout. Het leidt u niet tot Christus en niet naar Zijn Koninkrijk. De beloften van het WTG zijn op niets gestoeld. Alleen op die van mensen. De beloften van de Here Jezus Christus staan vast, want het is God Zelf Die gesproken heeft. Ga tot Hem alleen!


Die was en die is en die komt bij Jehovah’s Getuigen

die was en die is en die komt

Een reactie

  1. Michael 02/04/2019

Geef een reactie

Translate »