Naastenliefde bij Jehovah’s Getuigen

Jehovah’s Getuigen (JG) laten maar wat graag weten dat zij het gebod “heb uw naaste lief” toepassen. Zoek op hun website op naasteliefde en het resultaat is een flinke lijst artikelen over naastenliefde.

Kenmerk van de ware religie

Wie hen aan de deur treft, zal ook te horen krijgen dat de zorg voor de naaste (voornamelijk binnen de eigen groep) heel groot is. Het wordt als een kenmerk van de “ware religie” genoemd. Daarin zou je herkennen dat dit toch wel de organisatie moet zijn die God in deze tijd exclusief gebruikt. En zo wordt het ook ingezet om mensen te interesseren voor het lidmaatschap van de organisatie van Jehovah’s Getuigen.

Het zorgen voor elkaar, saamhorigheid, is een belangrijk onderwerp binnen de organisatie van Jehovah’s Getuigen. In ieder geval op papier, op de website, in de marketing en in theorie. In de praktijk lukt het een stuk minder, zo weten heel veel inmiddels ex-JG, maar ook degenen die Jehova Getuigen zijn, maar daarover niks naar buiten toe kunnen zeggen met het oog op imagoschade en sancties. Ervaringen genoeg op dat gebied. Er zijn zeker ook Jehovah’s Getuigen die vanuit het hart naastenliefde betonen. Hen wil ik met deze pagina niet tekort doen.

Vrijwillig verplicht

Naastenliefde bij Jehovah’s Getuigen is één van de activiteiten die vallen onder de noemer “vrijwillig verplicht”. Daar worden de leden druk mee gehouden. Het van-deur-tot-deur-gaan, congressen en vergaderingen bezoeken, zijn ook  vrijwillig verplichte activiteiten voor de JG. Er moet dus aan meegewerkt worden door de JG, volgens het wachttorengenootschap. Bijvoorbeeld als het gaat om aandacht en zorg voor ouderen en hulpbehoevenden. Niet echt prettig, zo’n aanpak. Veel beter is het als aandacht en zorg voor hulpbehoevenden vanuit het hart komen, vanwege echte compassie en niet omdat het op een soort “lijstje” staat.

Een ervaring met de “naastenliefde” van Jehovah’s Getuigen

Wij kregen het onderstaande memorandum toegezonden voor plaatsing op de website. Het is een authentiek verhaal, hoewel we geen namen noemen om problemen voor betrokkenen te voorkomen. Het is een ervaring met de “naastenliefde” van Jehovah’s Getuigen, opgeschreven door de dochter (geen JG) van een bejaarde Jehovah Getuige. Het moest haar “van het hart”, zoals dat heet. Zij kaart daarnaast nog meer zaken aan en geeft aan dat ze atheïst is geworden. Niet onze keus, maar we plaatsen het toch, omdat dit onderdeel is van het totale memorandum gericht aan de leden van het wachttorengenootschap.

Het gaat ons om haar ervaringen met de vrijwillig verplichte zorg en aandacht voor ouderen en hulpbehoevenden, onder de noemer “naastenliefde”.


Memorandum

Van:       M. van H.
Aan:       de leden van het wachttorengenootschap
Betreft:   Naastenliefde
Datum:   4 november 2017

In mijn 67 jarige leven heb ik heel wat godsdiensten en hun stromingen bestudeerd. Dat leidde tot de conclusie dat voor mij de enige ware godsdienst het atheïsme is. “Onderzoekt alles en behoudt het goede”, 1 Tessalonicenzen 5:21”, is de enige bijbeltekst waarmee ik mij kan verenigen, deze nam ik dan ook letterlijk. Als atheïst heeft men een volkomen vrijheid van denken en handelen, uiteraard  voor zover de wet dat toelaat. Dat veel gelovigen atheïsten zien als een soort tuig van de richel is aan hen, veel gelovigen voelen zich te allen tijde vrij niet gelovigen te be- en veroordelen, het zij zo, ze weten immers niet beter omdat ze dikwijls niet open staan voor andersdenkenden, uitzonderingen daargelaten.

Het feitelijke onderwerp van dit conterfijtsel betreft naastenliefde, een begrip waaraan de weldenkende mens een geheel andere inhoud geeft dan Jehova’s getuigen. Bij de zelfstandig denkende mens komt naastenliefde uit het hart, geheel vrijwillig en onbaatzuchtig, bij de Jehova’s getuigen wordt men er van hogerhand “vrijwillig toe verplicht” en van onbaatzuchtigheid is geen sprake. Bovendien beperkt hun naastenliefde zich tot een select groepje, je zou kunnen spreken van discriminatie en wie uitgesloten is mag creperen.

De naastenliefde van de broeders en zusters van mijn hoog bejaarde moeder, die de deur niet meer uit kan, gaat zo ver dat haar broeders en zusters wel eens in de twee weken op een bepaalde dag op een bepaald tijdstip een uurtje komen praten, niet omdat ze dat zo gezellig vinden, maar omdat het moet. Als het heel koud is of stevig regent komen ze, uitsluitend als ze in de buurt zijn, “spontaan”, dan kunnen ze zich even opwarmen. Verspelen ze hun plaatsje in het duizendjarige rijk en daarmee de kans op een eeuwig leven, wanneer ze niet aan hun verplichtingen voldoen? Tijdens die bezoekjes wordt er gezellig gekeuveld over de inhoud van hun tijdschriften, die ik overal zie rondslingeren. Er worden wat wachttorenteksten bijgesleept met de bijbel in de hand en als ze weer vertrekken mag mijn moeder de knip trekken voor een vrijwillige bijdrage. Een enkele keer komt er ook zo’n kringdienaar met een koffer vol boeken en tijdschriften. Uiteraard is die kringdienaar een man, hij mag natuurlijk niet zonder begeleiding bij een alleenstaande vrouw op bezoek gaan, daarom komt er een tweede man mee (u kent ongetwijfeld de inhoud van de artikelen over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, die nog niet zo lang geleden zijn verschenen in Trouw, toch niet de eerste de beste krant).

Tijdens het bezoek van haar broeders en zusters en/of die kringdienaar wordt er weer een uurtje flink op haar ingepraat en alweer komt bij het afscheid de portemonnaie tevoorschijn. Nadat al die broeders en zusters verplicht op bezoek zijn geweest, is mijn moeder niet alleen een beetje armer, maar ze is dan tevens een aantal dagen nauwelijks  aanspreekbaar. Zelfs het opstellen van een boodschappenlijstje is dan een bijna onmogelijke opgave. Het hersenspoelen gaat door tot het bittere einde. Natuurlijk had ze haar ongelovige man en dochter destijds moeten verstoten, dat dit niet is gebeurd, mede dankzij mijn vader zaliger, werd haar door een enkeling ooit bijzonder kwalijk genomen. Is dat “des Jehova’s”, mensen afzonderen, gezinnen en families uit elkaar rukken?

Die gedwongen naastenliefde is daarnaast  uitermate beperkt, niemand heeft ooit aangeboden een boodschap te doen, (daarvoor zijn we afhankelijk van een bijzonder aardige en attente vrijwilliger), nog nooit heeft er iemand een bloemetje meegebracht of iets lekkers voor bij de koffie of thee, niemand heeft ooit aangeboden de brievenbus leeg te halen (die is ver weg en mijn moeder kan niet ver lopen) of een lastig telefoontje te plegen, om maar enkele voorbeelden te noemen. Het is zo makkelijk om ervan uit te gaan dat mijn man en ik dat allemaal doen, dat doen we waar mogelijk, maar wij hebben ook onze grenzen, mijn man is hartpatiënt en bovendien zijn we zeker geen twintigers meer.

Als ik bij iemand die weinig of niets meer kan op bezoek ga, doe ik dat omdat mijn hart dat ingeeft, niet omdat ik dat moet van een genootschap waarvan ik lid ben. Vragen om een bijdrage komt al helemaal niet in mijn hoofd op, terwijl ik toch over heel wat minder kapitaal beschik dan het Wachttorengenootschap, dat niet alleen god maar tevens de mammon aanbidt. Dat vermogen wordt weliswaar geheim gehouden, maar sinds het internet zijn intrede heeft gedaan worden geheimen met de dag minder geheim. Het zal niet lang meer duren eer de bedragen met negen nullen bekend zullen zijn.

Mattheus 22:39 zegt “heb uw naaste(n) lief gelijk uzelf”. Op jullie eigen website lees ik een paar regels verderop de volgende blaartrekkende zinnen, mijn nekharen gaan ervan overeind staan. Let wel, ik zeg niet dat jullie die regels hebben geschreven.

Hoe laat de bijbel zien hoe belangrijk liefde is?

Toen aan Jezus werd gevraagd wat het grootste gebod in de Wet was antwoordde hij “gij moet Jehova, uw god, liefhebben met geheel uw hart en ziel en met geheel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede, hieraan gelijk [???] is dit: “Gij moet uw naaste liefhebben als uzelf”.

Men moet dus volgens de bijbelse leer god als eerste liefhebben, eerst daarna komen de naasten, zij komen op de tweede plaats. Dat “gehele verstand” lijkt mij hier volkomen uitgeschakeld.

Kan dit werkelijk de wil zijn van god, wil hij of zij voortdurend worden aanbeden (gelukkig vinden er in de christelijke stromingen geen wrede slachtpartijen van schapen, geiten en andere dieren meer plaats) en moeten zijn aanbidders hun naasten dan maar een treetje lager op de ladder der naastenliefde plaatsen? Als god een god van liefde is schenkt hij liefde, in plaats van liefde te eisen. In plaats van een liefhebbende god zouden we eerder kunnen spreken van een egoïstische god. Stelt u zich het volgende voor:..

  • Een kind is al enkele uren doodziek, het lijkt er sterk op dat het een acute aanval heeft van appendicitis. Echter, die avond is er in een koninkrijkszaal – het woord alleen al – een bijeenkomst ter ere van Jehova. Trouw als de gehersenspoelde ouders zijn gaan ze die avond, met de kinderen, die uiteraard worden meegesleept (het geloof wordt er letterlijk ingestampt, zoals vroeger de woorden- en cijferrijtjes op school) naar de bijeenkomt. Het kind wordt steeds zieker en valt bijna flauw van de pijn, maar het moet de saaie rit uitzitten…
  • Uren na de bijeenkomst besluiten de ouders met het kind naar het ziekenhuis te gaan. Inmiddels is de blindedarm van het kind geknapt. Het is nu geen blinde-darm-ontsteking meer, maar uro sepsis, maar ja, god heeft alle liefde en eer gekregen die hem toekomt.
  • Het kind wordt geopereerd, verliest een aanzienlijke hoeveelheid bloed, maar dankzij de vele hersenspoelingen wordt door de ouders een bloedtransfusie geweigerd. Er is helaas geen tijd meer de rechter in te schakelen. Het kind overleeft de operatie niet, maar ja, er komt natuurlijk een wederopstanding en dan komt alles weer in orde. Tsja, die naastenliefde voor god, die is toch heel belangrijk, het offeren van je eerstgeborene zal hij beslist op prijs stellen…

Mijn opmerkingen zullen u niet tot nadenken stemmen, u mag immers geen eigen wil hebben.

Ik zie religie slechts als een bedenksel van de mens, van een slimme jongen, of van meerdere slimme jongens, die een zekere macht kon(den) verwerven door onverklaarbare zaken zoals aardbevingen, overstromingen, ziekten, onweer en was dies meer zij toe te schrijven aan een hogere macht, zo werd het onverklaarbare verklaard. Het waren zelfs de straffen van god. Soortgelijke straffen volgen ook in de eindtijd die jullie al zo dikwijls hebben voorspeld. (Zie ook de voorspellingen van Nostradamus). Zo kon men de mensen onder de duim houden: “god ziet alles”, er werd gedreigd met de hel, de hemel werd beloofd aan hen die god aanbaden. Het is me bekend dat JG niet geloven in hemel en hel, maar er zijn anderen die daar wel in geloven). Jullie veelbesproken wederopstanding is evengoed nonsens.

Mag ik ervan uitgaan dat u begrijpt wat ik bedoel? Of moet ik refereren aan mijn eerdere opmerking waar het uw eigen wil (en mening) betreft? Ik zit niet op tegenargumenten te wachten; ik kan en zal ze stuk voor stuk pareren.

Het ga u goed.

2 reacties

  1. Frits van Pelt 03/01/2018
  2. Van Staveren 02/03/2018

Voeg uw reactie toe

Translate »