Jehova Getuigen moeten bloed weigeren

Jehova Getuigen moeten bloed weigeren van het wachttorengenootschap (WTG). Weigeren van bloed, zowel het eten als ook bloedtransfusie, is absoluut niet een geheel vrijwillige keuze van een Jehova Getuige. Bloed weigeren is een vast onderdeel van de regels en wetten waaraan Jehovah’s Getuigen zich moeten houden. Op het bij je hebben van een verklaring dat je geen bloed wilt ontvangen, wordt sterk gehamerd. Er is bijna geen ontkomen aan, hoewel er niet fysiek op gecontroleerd wordt.

In mijn tijd als Jehova Getuige dacht ik over dit onderwerp na en vond ik het een opgelegde wet waar ik waarschijnlijk niet aan zou gaan voldoen, als ik er voor zou komen te staan. In ieder geval zou ik mijn kinderen geen bloed weigeren als dat nodig mocht zijn om in leven te blijven. Uiteraard zei ik dit tegen niemand en hoopte ik maar dat dit onderwerp nooit aan de orde zou komen. Dat is gelukkig het geval geweest voor mij, maar helaas voor zovelen niet. Zij werden en worden wel keihard geconfronteerd met de gevolgen van deze verkeerde WTG-lering. Er zijn er velen aan dood gegaan en er is onvoorstelbaar veel leed berokkend aan onschuldige mensen.

Jehovah’s Getuigen gaan dood door weigeren van bloedtransfusie

Het niet eten van een gedood dier met bloed in het vlees, is geen of slechts een klein probleem, daaraan is vrij eenvoudig te voldoen, hoewel het WTG dit ook niet dwingend zou kunnen opleggen aan de JG. Wat wel een groot probleem oplevert is het weigeren van een bloedtransfusie (bloed van een ander mens) bij een levensbedreigende situatie. Ook dan mogen Jehovah’s Getuigen geen bloed nemen. Dat betekent dat er Jehovah’s Getuigen dood gaan door het weigeren van een bloedtransfusie. Dat is nogal wat, daar moet je toch heel goed over nadenken als je zoiets dwingend oplegt aan je volgelingen. Het WTG volhardt echter in deze leer, maar is dat terecht? Nee, zeker niet, zoals we zullen zien. Ze begrijpt het onderwerp niet, trekt verkeerde conclusies en legt de volgelingen een eigen wet op.

Laat ik eerst zeggen dat ik zelf geen bloed eet of drink en liever ook geen bloedtransfusie wil ontvangen, behalve als het niet anders kan. Ik zeg dit echter geheel op grond van medische overwegingen, al weet ik niet eens of die allemaal correct zijn. Jehova Getuigen besteden in hun lectuur overigens veel aandacht aan die medische kant en aan de alternatieven voor bloedtransfusie. Ze gebruiken het als een soort rechtvaardiging van het verbod op bloed. In de zin van: Zie je wel, hoe goed het is om bloed te weigeren? Dat verwart de discussie en haalt de aandacht af van waar het echt om gaat en dat is de volgende vraag:

Heeft het wachttorengenootschap recht om de Jehovah’s Getuigen te verbieden een bloedtransfusie te ontvangen?

Het WTG vindt natuurlijk van wel en de verklaring daarvoor halen ze uit de Bijbel. Daarmee wil men de Jehova Getuigen overtuigen dat het God Zelf is Die dit van hen eist. Alleen als de Jehova Getuige denkt dat dit werkelijk van God komt, zal hij of zij bereid zijn zich te houden aan zo’n drastische wet. Daar maakt het WTG dus gebruik van, beter gezegd: misbruik. Het is volkomen onterecht dat zij iets dat zoveel impact kan hebben probeert te koppelen aan Gods Woord.

Bloed in het Oude Testament en in het Nieuwe Testament

Waar is de lering van het WTG over bloed op gebaseerd? Op een aantal bijbelteksten in het Oude Testament (OT) en twee in het Nieuwe Testament (NT). De volgende teksten komen uit de Statenvertaling (SV). Jehova Getuigen moeten bloed weigeren

Genesis 9 : 4 – Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten.

Aan Noach wordt verteld dat hij voortaan vlees van een dier mag eten, maar dan zonder bloed in het vlees. Het vlees van een dier moest dus uitbloeden. Het is een beeld van het leven dat aan God toebehoort. Er zit geen leven in vlees waar geen bloed in zit. Daarom gaat het hier om de combinatie van vlees en bloed. Als er bloed in het vlees van dier zit, zou men het niet eten. Over “los” bloed en het eten of drinken ervan wordt hier niet eens gesproken. Het gaat puur om de combinatie vlees van een dier en het bloed van dát dier dat er nog in zit, omdat het dier niet uitgebloed is.

Over bloedtransfusie wordt hier evenmin gesproken. De JG pareren dat met de mededeling dat het medisch gebruik van bloed toen niet aan de orde was. Maar…, we weten niet eens of dit echt zo is. Er wordt gewoon niet over gesproken. Bloedtransfusie was in die tijd niet aan de orde, maar in deze tijd wel. En dus past het WTG het principe van vlees eten zonder dierlijk bloed zo één-op-één toe op menselijk bloed toedienen via een infuus.

De redenering daarbij luidt als volgt: “Neem als vergelijking eens een man die van de dokter te horen krijgt dat hij zich van alcohol moet onthouden. Zou hij zich daaraan houden als hij geen alcohol meer zou drinken maar het rechtstreeks in zijn aderen liet spuiten?” (Dit komt van de website van Jehovah’s Getuigen). Ik vind het ronduit een belachelijk vergelijk en geheel niet van toepassing. Jehova Getuigen zijn helaas wel gevoelig voor dit argument. Zozeer zelfs dat ze vergeten verder te kijken naar wat de Bijbel te vertellen heeft. Wij doen dit wel, overigens zonder in te gaan op de betekenis van bloed, hoewel die zeker zo interessant is.

Leviticus 3 : 17 – Dit zij een eeuwige inzetting voor uw geslachten, in al uw woningen: geen vet noch bloed zult gij eten.

Leviticus 7 : 26, 27 – Ook zult gij in uw woningen geen bloed eten, hetzij van het gevogelte, of van het vee. Alle ziel, die enig bloed eten zal, die ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden.

Leviticus 17 : 12, 14 – Daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Geen ziel van u zal bloed eten; noch de vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert, zal bloed eten. – Want het is de ziel van alle vlees; zijn bloed is voor zijn ziel; daarom heb Ik tot de kinderen Israëls gezegd: Gij zult geens vleses bloed eten; want de ziel van alle vlees, dat is zijn bloed; zo wie dat eet, zal uitgeroeid worden.

Leviticus 19 : 26 – Gij zult niets met het bloed eten. Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven, noch guichelarij plegen.

Deuteronomium 12 : 16, 23, 27 – Alleenlijk het bloed zult gijlieden niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.  – Alleen houdt vast, dat gij het bloed niet eet; want het bloed is de ziel; daarom zult gij de ziel met het vlees niet eten; – En gij zult uw brandofferen, het vlees en het bloed, bereiden op het altaar des HEEREN, uws Gods; en het bloed uwer slachtofferen zal op het altaar des HEEREN, uws Gods, worden uitgegoten; maar het vlees zult gij eten.

Deuteronomium 15 : 23 – Zijn bloed alleen zult gij niet eten; gij zult het op de aarde uitgieten als water.

In Leviticus en Deuteronomium wordt de Mozaïsche wet gegeven aan het volk Israël. Het is onderdeel van het verbond dat God – in de persoon van Jehovah – exclusief sloot met het volk Israël. (Dus met alle andere volken en mensen niet!) Hier gaat het overigens weer alleen over de combinatie vlees en bloed. In Leviticus 3 wordt ook van vet gezegd dat dit niet gegeten zou worden.

De Mozaïsche wet geldt niet voor ons!

Omdat de aan het verbondsvolk Israël gegeven wetten niet van toepassing zijn op anderen dan dat volk, hoeven niet-Israëlieten zich niet aan die wetten te houden. Dat doen de Jehova Getuigen overigens ook niet, want bijna alle bepalingen uit de Mozaïsche Wet (dat zijn er veel…) worden niet door de Jehova Getuigen onderhouden. Dat is niet voor de JG, zegt men dan. Maar de bepaling van “geen bloed” moet dan ineens wél in deze tijd onderhouden worden. Dat wordt gebaseerd op Handelingen 15 : 20 en 29, waarmee direct de belangrijkste – en de enige – bijbelteksten in het Nieuwe Testament waar dit gezegd wordt, worden gebruikt door het WTG.

Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.

Namelijk, dat gij u onthoudt van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij; van welke dingen, indien gij uzelven wacht, zo zult gij weldoen. Vaart wel.

Bloed en het verstikte horen bij hier bij elkaar. In vlees dat niet geslacht is, maar verstikt, bijvoorbeeld in een strop of bij de jacht, zit nog bloed. Het gaat dus weer om bloed in relatie tot vlees eten.

Handelingen langzaam lezen

Voor een goed begrip van waarom ineens deze uitspraak gedaan wordt, die vervolgens nergens in het NT wordt herhaald, moet je eigenlijk heel Handelingen langzaam lezen en begrijpen wat er na de dood en opstanding van de Here Jezus allemaal gebeurd is.

Op dit punt in Handelingen wordt het Evangelie van de Opgestane vooral aan de Joden (in Jeruzalem en ver daarbuiten) gepredikt. Die moesten er over het algemeen niet veel van hebben. De boodschappers werden regelmatig ernstig belaagd en ook gedood. Er kwamen ook Joden tot geloof, maar die lieten niet massaal in één klap het verleden vallen. Zij probeerden blijkbaar in die tijd een “mengvorm” te vinden tussen het leven onder de wet van Mozes en het Evangelie van Christus. Dat was uiteraard niet de bedoeling, maar het verleden van de Joden liet zich kennelijk niet zo snel uitwissen.

De apostel Paulus heeft er later veel woorden aan moeten besteden om duidelijk te maken dat een gelovige ná de opstanding van de Here Jezus onder het Nieuwe Verbond valt en dus helemaal niets meer te maken heeft met het Oude Verbond, waaronder de Mozaïsche wet gegeven is aan alléén Israël. Het Oude Verbond (leven onder de Wet) en het Nieuwe Verbond (leven uit de Genade) worden constant tegenover elkaar gezet. In het Nieuwe Testament, wordt daarbij gewezen op dat de gelovigen van die tijd – en ook wij – louter zouden leven uit de Genade van het Nieuwe Verbond.

De tot geloof in Christus gekomen Joden uit Antiochië blijken hier in Handelingen zelfs nog te worstelen met de besnijdenis (onderdeel van de Mozaïsche wet), zegt Handelingen 15 : 1:

En sommigen, die afgekomen waren van Judea, leerden de broederen, zeggende: Indien gij niet besneden wordt naar de wijze van Mozes, zo kunt gij niet zalig worden.

Dat dit gezegd en geschreven is, wordt later in Handelingen 21 : 25 nog een keer gezegd. Het handelt over precies dezelfde gebeurtenis:

Doch van de heidenen, die geloven, hebben wij geschreven en goed gevonden, dat zij niets dergelijks zouden onderhouden, dan dat zij zich wachten van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij.

De gelovigen uit de heidenen, die dus niet besneden waren, werden in verwarring gebracht door gelovigen uit de Joden. Dan blijkt dat Petrus, Paulus en Barnabas een krachtig pleidooi houden voor alleen het leven onder het Nieuwe Verbond en vertelden wat God aan “grote wonderen en tekenen” aan de heidenen gedaan had door Paulus en Barnabas. Dan staat er dit in vers 13:

En nadat deze zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende: Mannen broeders, hoort mij.

De hier genoemde Jakobus is de oudste broer van Jezus en had daarmee onder de Joden de nodige autoriteit. Hij zal het uiteraard eens geweest zijn met de eerdere sprekers. Maar kennelijk wist hij ook, juist omdat hij Jood is, dat de verandering van leven onder het Oude Verbond naar leven onder het Nieuwe Verbond voor de Joden wellicht allemaal wat te snel ging. Die konden wellicht niet accepteren dat de gelovigen uit de heiden zich niet hielden aan de oude inzettingen waaraan zij zich wel hielden. Dat zorgde voor verdeeldheid. Persoonlijk besluit Jakobus dan tot het volgende (vers 19):

Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere.

Jakobus oordeelt dat de gelovigen uit de heidenen niet “beroerd” (in verwarring gebracht) dienen te worden met het onderwerp besnijdenis. Vervolgens komt hij de gelovigen uit de Joden tegemoet en zegt hij dat hij degenen die voorstander waren van de besnijdenis het volgende zou aanschrijven (vers 20):

… dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.

Er blijven dus nog maar een paar dingen over, waaronder het onthouden van het “bloed in het verstikte”. Dat gaat weer over het eten van niet uitgebloed vlees en niks anders. Dit is dus de enige keer dat er over dit bloedondwerp gesproken wordt in het Nieuwe Testament. Dat gebeurt in de tijd van grote verandering van een zwaar wettisch systeem naar een volledig vrij “systeem”. Zoiets kost tijd. Jakobus begreep dat en kwam met deze tussenoplossing.

Het is zeker niet aan ons om te bepalen of dat wel de beste boodschap was, hoewel de vraag wel opkomt. Wat we wel degelijk ons eerlijk kunnen afvragen is of hier nu nieuwe wetten werden aangekondigd. Wetten waaraan de gelovigen onder het Nieuwe Verbond zich zouden moeten houden. Had het onthouden van vlees met bloed nog steeds of opnieuw de status van wet gekregen met de woorden van Jakobus? Nee, wat mij betreft, want dat zou volledig in strijd zijn met dat leven onder het Nieuwe Verbond. Sinds de opstanding van de Here Jezus (dus ook toen Jakobus sprak) leven wij namelijk onder de Genade en onder niets anders. Paulus zegt daarover onder andere in Romeinen 6 : 14:

… want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

Onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn

Naarmate de tijd vorderde en ook het werk van de Apostel Paulus meer van invloed werd en de Heilige Geest Zijn werk kon doen aan de gelovigen, zal het inzicht van de gelovigen uit de Joden gegroeid zijn en zou een herhaling van de woorden van Jakobus absoluut ongepast zijn. Nogmaals, Paulus heeft daaraan de nodige woorden besteed. Bijvoorbeeld in Galaten 5.

Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.

Paulus komt op het onderwerp “eten van vlees met bloed er in” niet meer terug. Dat doet hij wel op het andere onderwerp dat in dit rijtje wordt genoemd. Namelijk “onthouden van de dingen die door afgoden besmet zijn”. Ook hier gaat het weer om eten, zo blijkt uit zijn verhandeling naar de nogal vleselijk ingestelde Korinthiërs. In 1 Korinthe 8 : 4 staat:

Aangaande dan het eten der dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen ander God is dan een.

Geen ding is onrein in zichzelven

Waar eerder Jakobus nog spreekt “zich te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn”, is Paulus een stuk verder. Hij betoogt dat voor een gelovige onder het Nieuwe Verbond er helemaal geen afgoden bestaan. Eenvoudig omdat deze niet erkend worden door de gelovigen. We erkennen maar Eén God, zegt Paulus. Dus eet gerust van het vlees dat aan de afgoden geofferd is, leert hij. In Romeinen 14 (aanbevolen om te lezen) zegt hij het volgende:

Ik weet en ben verzekerd in den Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelven; dan die acht iets onrein te zijn, dien is het onrein.

Deze boodschap van Paulus is geheel in overeenstemming met het leven onder het Nieuwe Verbond, dat volgens de Here Jezus slechts één “wet” kent (Lukas 10):

En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als uzelven. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geantwoord; doe dat, en gij zult leven.

De Naaste in dit verhaal is de Here Jezus Christus, zoals uit bestudering blijkt. (Zie Vlichthus)

Moet ik mij onthouden van bloed?

Ik hoop dat deze uiteenzetting u helpt bij het eerlijk beantwoorden van de vragen:

Moet ik mij onthouden van het eten van niet uitgebloed vlees van een dier, zoals dat aan Noach werd verteld?

Op basis van de Schrift zou u dit kunnen doen, omdat de instructie gegeven is aan de natuurlijke mens in de oude schepping, maar als gelovige en Nieuwe Schepping in Christus is het niet van toepassing. Van dit moeten doen is derhalve geen enkele sprake.

Van een geheel andere orde is de volgende vraag, want deze gaat niet over de instructies m.b.t. het eten van niet uitgebloed vlees van een dier. Het gaat om nog werkend bloed van een ander mens en dat niet om te eten of drinken, maar om dat te gebruiken in het lichaam van een ander mens.

Moet ik geen bloedtransfusie – dus bloed van een medemens – aanvaarden, ook niet als de situatie levensbedreigend is?

Denk er goed over na en neem als individu een beslissing. Het collectief opvolgen van een bevel is niet de weg die een gelovige in Christus zou volgen. Ook nu geldt: als gelovige en Nieuwe Schepping in Christus hoeven wij ons niet druk te maken over de dingen die de oude mens aangaan. Leef daarentegen in volledige vrijheid onder de Genade van Christus en heb God, in de persoon van de Here Jezus Christus, lief met heel uw kracht en geheel uw verstand.

Nog een artikel over bloedJehova Getuigen moeten bloed weigeren

Jehova Getuigen moeten bloed weigeren

Jehova Getuigen moeten bloed weigeren

Tags:

Voeg uw reactie toe

Translate »