Jehova Getuigen loochenen de Zoon!

Jehova Getuigen loochenen de Zoon! Nu kan ik mij heel goed voorstellen dat (aankomend) Jehovah’s Getuigen (JG) die dit lezen, meteen denken of roepen dat dit niet zo is. Dat ik onwaarheid verkondig, als ik dit zo opschrijf. Ik heb begrip voor die eerste reactie, omdat ik nog niet heb kunnen uitleggen waarom ik deze uitspraak doe. Dat ga ik nu doen.

Wat ik niet gezegd heb

Als ik zeg “Jehova Getuigen loochenen de Zoon”, dan is het eerst nodig om vast te stellen wat ik níet gezegd heb. En dat is:

  • dat Jehovah’s Getuigen niet in de Zoon van God zouden geloven, dat doen ze wel;
  • dat Jehovah’s Getuigen niet zouden weten dat Jezus Christus de Zoon van God is; ook dat doen ze wel.

Jehovah’s Getuigen geloven in Jezus Christus, de Zoon van God. Zij erkennen Hem. En toch…, toch zeg ik: Jehova Getuigen loochenen de Zoon!

Hoe de Jehovah’s Getuigen dé Christus en dé Zoon bezien is op basis van wat het wachttorengenootschap daarover leert. Dat komt er op neer dat Jezus door God geschapen is, als eerste in de schepping. Een “soort van biologie”. Dat Hij dus – als Jezus – een voormenselijk bestaan had. Zo leefde Hij als een uniek Wezen. Daarna werd hij getransformeerd naar het “aardse” en in Maria “gelegd”, om te groeien en uit haar geboren te kunnen worden. Het WTG leert dat Jezus bij Zijn doop de Christus (Gezalfde; Messias) werd en dus niet op de dag van Zijn opstanding, zoals de Bijbel leert. (Handelingen 2, 4 en 13). De JG-uitgave “Inzicht” zegt daarover:

… dat Jezus vroeg in de herfst van 29 G.T. tot Johannes kwam en zich liet dopen, waardoor hij de Gezalfde, Messias de Leider, werd.

De Christus blijft in der eeuwigheid

Als dit waar zou zijn – wat het uiteraard niet is – dan zou Jezus Christus, de Gezalfde des Heeren (= Messias) aan het kruis gestorven zijn. De Bijbel leert dit uiteraard niet. Die zegt wat anders, bijvoorbeeld in Johannes 12 : 34:

De schare antwoordde Hem: Wij hebben uit de wet gehoord, dat de Christus blijft in der eeuwigheid; …

Christus blijft in der eeuwigheid. Die zou niet even verdwijnen in de dood. Jezus van Nazareth zou de dood sterven. Daarvoor was hij o.a. in de wereld gekomen, om te kunnen sterven. En dat deed Hij. Christus is de Messias, de Verlosser, de Eersteling van het Nieuwe Verbond. Dat gaat over de Nieuwe Schepping, waarin uiteraard geen dood is. Waar Christus in Zijn positie genoemd wordt, gaat het over de tijd vanaf de opstanding van de Here Jezus. De aanstelling tot Gezalfde, Messias (= Christus in het Grieks) bij zijn doop door Johannes, leert de Bijbel niet. Het is puur een eigen lering van het wachttorengenootschap.

Datzelfde wachttorengenootschap leert dat Jezus Christus na zijn opstanding weer terug naar Zijn Vader Jehovah in de hemel ging. In de hemel zijn Jehovah en Jezus samen, waarbij Jehovah de Allerhoogste God is en Jezus Christus “een god”, leert het WTG. Zij vormen een “twee-eenheid”. Twee Wezens, Die met elkaar samenzijn, samenwerken. Hetzelfde denken en doen, zoals met een biologische vader en zoon het geval kán zijn. Het WTG maakt de Godheid “inzichtelijk” en begrijpelijk voor mensen, maar daarbij leert men iets dat de Bijbel niet zo leert. Met hun zelfbedachte uitleg, doet men de Godheid geweld aan.

Het begrip “zoon” bij de Jehovah’s Getuigen

Jehovah’s Getuigen zijn door het wachttorengenootschap geleerd dat Jezus Christus de Zoon is, vanaf zijn “creatie” uiteraard. Vanaf de dag van Zijn verwekking door Jehovah God. Het wordt dus ook langs deze weg gepresenteerd als “biologie”, zoals wij als mensen ook de biologie van vader en zoon (kind) kennen. Het begrip “zoon” heeft op deze manier bij de Jehovah’s Getuigen niet meer betekenis dan: “mannelijke zoon van…” Zo wordt het hen geleerd. Maar in de Bijbel is de eerste en voornaamste betekenis van “zoon”: de erfgenaam, degene die het dubbele deel van de erfenis ontvangt om wat van de overleden vader (en/of voorvader) was voort te zetten, dat uit te bouwen. De biologische variant van vader en kind, is ondergeschikt in de Bijbel. Maak eens een studie van de woorden vader en zoon, dan zal dat zeker duidelijk worden. De begrippen vader en zoon horen bij elkaar in de Bijbel, zijn relationeel aan elkaar verbonden, net als bijvoorbeeld zand en zee. Het gaat met name om de functies (verschil in “activiteiten”) die er zitten in de begrippen “vader en zoon”.

De Here Jezus Christus is niet alleen de Zoon van God. Hij is ook de Zoon van Abraham, de wettige Zoon van Jozef, de Zoon van David en de Zoon des mensen, wat betekent: de Zoon van Adam. In alle gevallen heeft het “zoon-zijn” niks met biologie te maken. Het gaat steeds over erfgenaam zijn, inclusief het Zoon van God zijn.

De Zoon in Handelingen 13 en Psalm 2

De Apostel Paulus zegt in Handelingen 13, (zie ook Hebreeën 1) waarbij hij direct verwijst naar wat al al lang van te voren aangekondigd was in Psalm 2:

Gelijk ook in den tweeden psalm geschreven staat: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.

Voor de Jehovah’s Getuigen is dit een vreemd vers. Hoezo heeft God zijn Zoon “heden” (op die dag van Zijn opstanding, want daar gaat het over in dit Schriftgedeelte) “gegenereerd” (voortgebracht)? Dat was toch al lang zo? Volgens het WTG wel, maar niet volgens de Bijbel. God heeft Zelf in Zijn Woord laten optekenen dat Zijn Zoon, Zijn Erfgenaam op een bepaalde dag in Zijn Heilsplan zou worden aangesteld. Als Eersteling van de Nieuwe Schepping uiteraard en dan kan het maar over één dag gaan. En dat is de opstandingsdag. De dag dat de opgestane Here Jezus, werd aangesteld tot Christus (Messias) om voor altijd te blijven. De dag dat Hij werd aangesteld tot Zoon van God, de Erfgenaam dus, waarbij Zijn Koninkrijk aanving, evenals Zijn Hogepriesterschap. Toen erfde Hij de Hoogste Naam, omdat waar deze Naam voor stond – het Oude Verbond – gestorven was op Golgotha. Die Hoogste Naam aller naam is Jehovah. En zo is de volledige Godsnaam van de Opgestane geworden: Jehovah Jezus Christus.

Omdat ik zelf Jehovah Getuige ben geweest snap ik heel goed hoe vreemd dit alles klinkt voor een Jehovah Getuige. Maar het is niet anders. Wen er maar vast aan, dit is wat de Bijbel leert over dé Christus en dé Zoon. Het blijven accepteren van de dwaalleer van het wachttorengenootschap omtrent de Here Jezus Christus en omtrent de Zoon van God, betekent niets anders dan dat u – in de praktijk – persoonlijk de Christus, namelijk de Zoon, loochent door niet de positie te erkennen die Gods Woord geeft aan zowel de Christus als de Zoon.

Jehova Getuigen loochenen de Zoon!

Dat is niet mijn conclusie. Die kunt u gewoon vinden in wat Johannes genoteerd heeft. In ondermeer 1 Johannes 2, dat een geweldig mooi hoofdstuk is. Het staat vol met uitdrukkingen als “in Hem”, “in de Vader”, “in God” en “in de Zoon”. 1 Johannes 2 : 23 geeft een zeer fundamentele waarheid weer:

Een ieder, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.

Wie de Zoon loochent, (ontkent; “deny” in het Engels) heeft de Vader niet. Waaruit maar weer eens blijkt dat het waar is wat de Here Jezus zei in Johannes 10 : 30:

Ik en de Vader zijn één.

Ontken je (weiger je te aanvaarden) wie de Zoon van God in de praktijk en in volledigheid is, doe je daar iets aan af, bijvoorbeeld doordat je leert dat de Zoon niet de Naam Jehovah geërfd heeft, zoals het WTG doet, dan heb je dus de Zoon niet én ook de Vader niet. Zo onlosmakelijk zijn Vader en Zoon aan elkaar verbonden. Het is een Eénheid, die niet los van elkaar te maken is. Dat zouden mensen (in de geval het wachttorengenootschap) dan ook zeker niet leren.

Het wachttorengenootschap loochent (ontkent) wat God gesproken heeft omtrent de Zoon en de Christus

Het wachttorengenootschap loochent (ontkent) dat De Vader en de Zoon Eén zijn. Men zegt er dit van: “Jezus bad of zijn discipelen één mochten zijn in denken en streven zoals hij en zijn Vader één waren“. Waarmee het WTG dus zegt dat de Vader en Zoon “één in denken en streven zijn”. Maar de woorden van de Here Jezus gaan veel verder dan dat. Er staat daarom ook “Ik en de Vader zijn één”. De latere verklaring van de JG dat het wat anders betekent dan zoals het er staat, vind ik nergens terug in het Nieuwe Testament. Het WTG ontkent dus wat de Heer gesproken heeft. Men zegt: Er staat wel dat de Vader en de Zoon één zijn, maar dat moet je zo niet zien. Het lijkt er wel op, maar zo is het niet bedoeld.

Een dergelijke gedachte komen we overigens al vroeg in de Bijbel tegen, maar niet bepaald in positieve zin. In Genesis 3 zegt de slang: “Is het ook, dat God gezegd heeft…“, waarna er een soort “maar dat moet je anders zien” kwam. Eva werd daardoor verleid, legt Paulus uit in 1 Timotheüs 2 : 14. De slang heeft Eva door arglistigheid bedrogen, schrijft dezelfde Apostel aan de gelovigen te Korinthe. Dat is geen goed voorbeeld om na te volgen.

Dat Ik in mijn Vader ben

Nogmaals, de Bijbel is heel duidelijk over de Eenheid van de Here Jezus Christus en de Vader. De Here Jezus bidt niet voor niets in Johannes 14 : 20:

In dien dag zult gij bekennen, dat Ik in Mijn Vader ben, en gij in Mij, en Ik in u.

Er zou voor hen een dag komen, “díen dag”, de opstandingsdag, dat de gelovigen rondom de Here Jezus zouden kennen dat Hij ín de Vader is, net zoals zij vanaf dan ín Christus zouden zijn, als leden van Zijn Lichaam. Daarom kan er ook gezegd worden door de Here Jezus: “en gij in Mij, en Ik in u”. Een diepere verbinding en eenheid is er niet. Een duidelijk mindere eenheid, zoals de JG leren met hun verfoeide inbreng van de term “in eendracht met”, is niet mogelijk. En als dat geleerd wordt, is dat een regelrechte dwaalleer. Dat heet “de Zoon loochenen”. Doe dat alstublieft niet. In Johannes 17 : 21-23 ligt de nadruk op dat God ín de Here Jezus is:

Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij één zijn, gelijk als Wij Eén zijn;
Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in één, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

Die “Mij” in de woorden “Gij in Mij”, is natuurlijk de Here Jezus Christus. Maar Hij is ook de Zoon van God. Dat weet een Jehovah Getuige ook. Laat dan alstublieft staan wat er staat. Probeer er geen andere draai aan te geven. Neem afstand van de organisatie die dit bewust wel doet, zoals blijkt uit dit gedeelte in de Nieuwe Wereldvertaling, de eigen “bijbel: van de Jehovah’s Getuigen:

zodat ze allemaal één zullen zijn, net zoals u, Vader, in eendracht met mij bent en ik in eendracht met u ben, dat ook zij in eendracht met ons zijn, zodat de wereld gelooft dat u mij hebt gestuurd.
Ik heb ze de eer gegeven die u mij hebt gegeven, zodat ze één zullen zijn net zoals wij één zijn.
Ik ben in eendracht met hen en u bent in eendracht met mij, zodat ze volmaakt één worden gemaakt.

Jehovah’s Getuigen loochenen ook dat Jezus dé Christus is

Ik begon zowat met: “En toch…, toch zeg ik: Jehova Getuigen loochenen de Zoon!” En dat niet alleen dus. Jehovah’s Getuigen loochenen ook dat Jezus dé Christus is en daarmee zijn zij één van de vele antichristen die er zouden komen. (1 Johannes 2 : 18) In vers 22 zegt deze Apostel:

Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.

Wie loochent (ontkent) dat Jezus de Christus is, loochent (ontkent) in de praktijk ook de Vader en de Zoon. Zo iemand is een leugenaar. Een “antichrist”, wat niets anders betekent dan “in de plaats (anti) van Christus”. Zo iemand is uiteraard niet opvallend tegen, maar heeft in de praktijk iets anders in de plaats van Christus gezet. Het moge duidelijk zijn dat het wachttorengenootschap zich pontificaal op de plaats van Christus heeft verheven door haar leringen boven die van de Here Jezus Christus zelf te plaatsen (zie o.a. wedergeboorte). En door cruciale woorden in de Bijbel te veranderen, te laten verdwijnen en toe te voegen.

Het wachttorengenootschap loochent de positie van de Christus, loochent de positie van de Zoon en is daarmee een van de vele antichristen die dit eveneens doen. Niet altijd op de zelfde wijze, maar wel altijd met dezelfde uitkomst. Namelijk dat de Here Jezus Christus niet op de állerhoogste positie staat.

Het gaat om de erkenning van positie én inhoud

Het gaat er niet om dat wij alleen maar geloven, in de zin van weten, dat Christus bestaat en dat de Zoon bestaat. Het gaat om de erkenning van positie én inhoud van wat ons vertelt wordt via de Zoon en dé Christus. Jakobus schrijft in 2 : 19:

Gij gelooft, dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen (= demonen) geloven het ook, en zij sidderen. 

De demonen geloven ook. Uiteraard kennen zij God, de Schepper. Wie niet? Zij sidderen zelfs. Maar toch… toch loochenen zij de Christus en ontkennen zij dat de Zoon van God tot rechtmatig Erfgenaam gemaakt is van alle dingen. Het is weer Johannes, die zegt:

De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.

Over uitzonderingen lees ik niks. De demonen waarover Jakobus spreekt, willen dat in ieder geval niet erkennen, hoewel ze misschien zelfs wel weten dat het zo is. Het wachttorengenootschap doet in de praktijk niks anders. Dat gelooft ook niet dat “álle dingen in de handen van de Zoon zijn”. Dat er bóven Hem niets is. Dat er geen andere Naam is om zalig te worden. (Handelingen 4 : 12) Het wachttorengenootschap leert namelijk de volledig onbijbelse leer dat Jehovah bóven de Here Jezus Christus staat en dat Jehovah de Ware God is, de Allerhoogste. Dit leert de Bijbel zo niet. Wie het zo zegt, verkondigt een halve waarheid. Maar een halve waarheid is en blijft een hele leugen.

De Here Jezus in Filippenzen 2

Het is geen kwestie van alleen maar zeggen: “Ik geloof in Jehovah en Jezus”, zoals Jehovah’s Getuigen het zullen zeggen. Als dat vergezeld gaat van de ontkenning dat Christus, de Zoon, de Hoogste is, De Allerhoogste dus, God Zelf, en dat is echt wat er aan de hand is, dan heeft die verklaring geen nut. Paulus leert in Filippenzen 2 over de Here Jezus, die voor een korte tijd vernederd was:

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;
Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.

Het WTG heeft de Here Jezus Christus op de tweede positie geplaatst

Het punt is dat het wachttorengenootschap niet leert wat hier staat. Ze zeggen misschien van wel, maar het gaat om de praktijk. Het WTG heeft de Here Jezus Christus op de tweede positie geplaatst. Hier staat “dat Jezus Christus de Heere zij“. “Heere” is de vertaling van “Kurios”, waarmee in het Nieuwe Testament God wordt aangeduid. Hier wordt de volle, volledige, Godsnaam genoemd: Jehovah (Here) Jezus Christus. Dus inclusief “de Naam welke boven allen naam is“. Voor Hem zou (en zal) alle knie zich buigen. Hij staat op de eerste plaats en de gelovige zou dat erkennen en dat ook verkondigen.

Wie dit beseft, kan toch niet langer de WTG-loochening van Christus en van de Zoon verdedigen of zich daarbij aansluiten? Dat is “… de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden“, zoals Paulus het noemt in Romeinen 1. Waar hij ook zegt:

Als die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven den Schepper, Die te prijzen is in der eeuwigheid, amen.

Door dit te doen eert en dient men het schepsel, het aardse en niet de Schepper. Door de leringen van het wachttorengenootschap te aanvaarden, boven de leringen van de Bijbel, eert en dient de Jehovah Getuige het “schepsel”. Zo iemand dient niets anders dan de mens, want het wachttorengenootschap is uit de aardse mens en meer niet.

Gij hebt de woorden des eeuwigen levens

Wie zowel de Vader als de Zoon niet heeft, wandelt in de praktijk niet met Hem. Aan het einde van Johannes 6 wordt verhaald over de discipelen die niet langer meer met Jezus wandelen, vanwege hun ongeloof waar de Here Jezus hen mee confronteerde. Zij wisten dus Wie de Here Jezus fysiek was, zagen en spraken Hem ook, maar geloofden – erkenden – Hem in de praktijk toch niet als de nog te openbaren Messias (Christus) en Zoon (Erfgenaam) van de levende God. Dat betekende geen samenzijn (wandel) met de Here Jezus. “Dan kan de Vader niet geven dat je tot Mij (de Zoon) komt”, deelde hij de ongelovigen mee. En dan vraagt Jezus aan “de twaalven”: “Wilt gijlieden ook niet weggaan?” Bij monde van Simon Petrus luidt het antwoord: “Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.” Ja, waar moet een gelovig anders heen gaan dan tot de Here Jezus Christus? Er is toch niemand anders die de “Woorden des eeuwigen levens” in Zichzelven heeft. Het wachttorengenootschap in ieder geval niet. Johannes had al gezegd:

Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven;

Wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods

Wij zouden ons dus – net als “de twaalven” – wenden tot “den Zoon”. Zij erkenden Hem op de allerhoogste positie die hij kort daarna zou gaan innemen. Laten we het vervolg van het statement van “de twaalven” dan ook vanuit ons eigen hart nazeggen:

En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.

Als je weet en erkent (bekend) dat Hij – dé Christus, dé Zoon van God – onze Zaligmaker en God Zelf is, zoals Paulus zegt in o.a. Titus 1:

… naar het bevel van God, onze Zaligmaker; …
Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en (namelijk) den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.

dan loochen (ontken) je de Zoon niet. Dán heb je óók de Vader, de Gever, want dat is de “functie” van de Vader in de Bijbel. Dán ontvang je van God dat eeuwige leven waar de mens om vraagt als de Naam des Heeren wordt aangeroepen. Als we een beroep doen op de Eersteling van de Nieuwe Schepping, de Here Jezus Christus.

Een dringend verzoek

Mag ik u als Jehovah Getuige, of studerend met Jehovah’s Getuigen, of anders geïnteresseerd in de Woorden Gods, dringend verzoeken om voor u zelf persoonlijk te onderzoeken of u de Zoon, de Christus, wel of niet loochent in de praktijk? Er hangt zoveel van af…

Johannes is in dit artikel al vaak aan het woord geweest. Het is passend om hem te laten afsluiten met de woorden in 1 Johannes 4:

Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
En wij hebben het aanschouwd, en getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot Zaligmaker der wereld.
Zo wie beleden zal hebben, dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.
En wij hebben gekend en geloofd de liefde, die God tot ons heeft. God is liefde; en die in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.


Jehova Getuigen loochenen de Zoon!

Jehova Getuigen loochenen de Zoon!

Geef een reactie

Translate »