Geen masturbatie voor Jehovah’s Getuigen

Geen masturbatie voor Jehovah’s Getuigen. De organisatie van Jehovah’s Getuigen (JG) is meester in het aanpraten van schuldgevoelens en zelfs hele schuldcomplexen. Daarvoor hanteert men uit naam van God – geheel onterecht – regels en wetten. Dan is het voor het wachttorengenootschap (WTG) wel handig om daar bijbelse “ondersteuning” voor te vinden. Men schroomt daarbij niet om bijbelteksten in hun voordeel te manipuleren, zodat ze beter gebruikt kunnen worden om de gewone Jehovah’s Getuigen de wet op te leggen. Alleen dat al is een zware ontkenning van wat de Here Jezus Christus leert. Namelijk dat er onder het Nieuwe Verbond, sinds Zijn opstanding, geen wet meer is, alleen leven uit, onder en in Zijn Genade. Ook Paulus predikt niets anders dan de genade. Hij roept iedere gelovige in Christus op om daaruit te leven en uit niets anders dan dat.

Fascinatie wachttorengenootschap voor onderwerp sex

De fascinatie van het wachttorengenootschap voor het onderwerp sex en wat daar zoal bijhoort is groot. Kijk het maar na in hun lectuur en de video’s. Het onderwerp komt vaak aan de orde. Alles natuurlijk bedoeld “om de organisatie rein te houden en Jehovah te behagen”. Uiteraard is dat alles verworden tot het puur opleggen van de wet aan de volgelingen, want die moeten wel gewoon doen wat de organisatie zegt. Zelfs als het gaat om een onderwerp waarvan de Bijbel niks negatiefs zegt. Maar waarover de hoge heren van het wachttorengenootschap toch een eigen – dwingend opgelegde – mening hebben gevormd. Ik heb het in dit artikel over zelfbevrediging, masturberen.

Wie weten wil wat de organisatie van Jehovah’s Getuigen te melden heeft over het onderwerp zelfbevrediging of masturberen kan het zelf bekijken via deze link naar de website van de organisatie. Er is ook nog een apart artikel over masturbatie en homosexualiteit. Ik haal er slechts twee stukken uit:

Het wachttorengenootschap over geen masturbatie voor Jehovah’s Getuigen

Masturberen is een geestelijk ongezonde gewoonte die iemand egoïstisch maakt en zijn geest verderft. Bovendien kan iemand die masturbeert anderen als seksobjecten gaan bezien — alleen maar als een middel om seksuele bevrediging te krijgen. Seks wordt losgekoppeld van liefde en wordt verlaagd tot een automatisme dat tijdelijk plezier geeft en seksuele spanning verlicht. Maar die verlichting is alleen tijdelijk. In plaats van de lichaamsdelen te doden ‘als het gaat om seksuele immoraliteit, onreinheid, onbeheerste hartstocht’, worden ze door masturberen juist geprikkeld (Kolossenzen 3:5).

De eigenlijke vraag is dus niet hoe nadelig masturbatie voor het lichaam zou kunnen zijn, maar welke geestelijke schade er het gevolg van is. Het is waar dat de woorden „masturbatie” en „zelfbevrediging” niet in de bijbel staan, maar hoe moet je de geïnspireerde raad van de apostel Paulus in Kolossenzen 3:5 begrijpen? Tot degenen die Gods goedkeuring niet willen verliezen, zegt hij: „Doodt daarom [Prikkelt niet] uw lichaamsleden die op de aarde zijn ten aanzien van hoererij, onreinheid, seksuele begeerte, schadelijke verlangens en begerigheid.” In tegenstelling tot hoererij is masturbatie iets wat iemand alléén doen kan, maar is het daarom niet onrein? Of is het net zo goed toegeven aan of beheerst worden door „seksuele begeerte”?

Commentaar op mening Jehovah’s Getuigen over masturbatie

Zo, de eerste zin “Masturberen is een geestelijk ongezonde gewoonte die iemand egoïstisch maakt en zijn geest verderft”, laat aan duidelijkheid niks te wensen over. Zonder ook maar enige onderbouwing wordt hier een kwalificatie afgegeven, die wel tot een schuldcomplex móet leiden bij degenen die dit serieus nemen en denken dat dit klopt, omdat het op een of andere manier van Jehovah afkomstig zou zijn.

Het gaat de JG dus wat minder om het “lichamelijke gevaar” van masturberen, maar meer om de “geestelijke schade”. Die is er in de praktijk niet (over excessen heb ik het niet), maar het WTG weet het kennelijk toch aan te wijzen. Je koppelt gewoon wat aangepaste bijbelteksten en eigen interpretatie aan elkaar en voila…, daar heb je weer een stok om de eigen leden mee te slaan.

Kolossenzen 3 : 5 in de Nieuwe Wereldvertaling en in de Statenvertaling

Het wachttorengenootschap zegt dat de Bijbel niks zegt over masturbatie en zelfbevrediging. Dat is overigens niet waar, zoals verderop duidelijk wordt. Maar daar laat men zich niet door weerhouden. Via een omweg komt men toch tot de veroordeling. Waar men eigenlijk had moeten zeggen: als de Bijbel er niks over zegt, doen wij dat wijselijk ook maar niet… Die omweg is vooral Kolossenzen 3 : 5. Die wordt aangehaald, maar wel nadat eerst heel suggestief de “gedachte-richting” is bepaald: “Tot degenen die Gods goedkeuring niet willen verliezen“. Een JG kan al geen kant meer op. De wet is alweer gegeven. Het sturende “prikkelt niet” wordt, tussen haakjes, ingevoegd om het denken in plaatjes nog wat te stimuleren. Om het nog wat duidelijker te maken wordt het sturende “seksuele begeerte” ingevoegd in de tekst. Dan is het maar meteen duidelijk waar het WTG naar toe wil, hoewel de grondtekst dat zo zeker niet zegt. In de Statenvertaling staat Kolossenzen 3 : 5 zo:

Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, hoererij, onreinigheid, beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.

Tegenover de suggestieve woorden Nieuwe Wereldvertaling, waarbij men maar zo vrij is geweest om “hoererij” met seksuele immoraliteit te vertalen. Onterecht natuurlijk, hoewel ik dat nu niet kan laten zien:

Dood daarom je aardse lichaamsdelen als het gaat om seksuele immoraliteit, onreinheid, onbeheerste hartstocht, schadelijke verlangens en ook hebzucht, een vorm van afgoderij.

De dingen die boven zijn

De apostel Paulus heeft het hier – hij schrijft aan de Korinthiërs – over onze gerichtheid op de “dingen die boven zijn”, op Christus. Onze oude mens is namelijk gestorven, op Golgotha. Een gelovige leeft slechts als wedergeboren Nieuwe Mens. Wie dat beseft zoekt niet de afgodendienst. Die zoekt niet iets anders dan dat. Volgens Paulus zijn de genoemde kenmerken van de “aardse dingen” te vangen onder één noemer, namelijk afgodendienst. Hij noemt een aantal kenmerken, hij noemt er ook heel wat niet. Het is geen volledige lijst, maar een indicatie, gevangen onder het woord “afgodendienst”. Wie de oude mens dient, dient in de praktijk de Heer niet. Dat heet afgodendienst. Zelfs dat mag, een gelovige verliest daarmee niet zijn of haar behoud, maar het is zeker niet de bedoeling van ons leven in Christus.

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter [hand] Gods.
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God.

2 Korinthe 7 : 1 in de Nieuwe Wereldvertaling

Omdat we die beloften hebben, lieve vrienden, moeten we ons reinigen van elke verontreiniging van lichaam en geest, en met ontzag voor God heiligheid perfectioneren.

2 Korinthe 7 : 1 wordt ook een aantal malen genoemd door het wachttorengenootschap. Dwingend ook weer via “moeten”, waar de Statenvertaling met “laat ons” het houdt op een aansporing. Door “elke verontreiniging van lichaam en geest” direct en schaamteloos te koppelen aan masturbatie en zelfbevrediging, legt het WTG iets in de woorden van Paulus wat hij zeker zelf niet gedaan heeft. Dat blijkt namelijk wel uit de verzen 36 tot 38 van hoofdstuk 7 in de eerste brief aan de Korinthiërs. Daar spreekt de apostel namelijk wél over het onderwerp zelfbevrediging.

De JG herkennen dit niet, net zoals verreweg de meesten die dit gedeelte lezen. Dat is niet heel vreemd, want de Statenvertalers hadden kennelijk moeite om het klip en klaar te vertalen. Ze hebben het onderwerp omfloerst beetgepakt en er iets van gemaakt dat inderdaad slecht te begrijpen is. Maar het gaat wel degelijk om zelfbevrediging, zo blijkt als we er wat beter naar kijken.

Paulus beantwoord vragen in 1 Korinthe 7

Paulus spreekt zich ook over dit onderwerp uit. Slechts eenmalig en kennelijk met tegenzin. Maar hij doet het toch, omdat hij antwoord geeft op brieven die hij ontvangen had van de vleselijk ingestelde Korinthiërs. “Aangaande nu de dingen, waarvan gij mij geschreven hebt…” Hij had ze liever Christus en Zijn Genade en diepere Waarheid gepredikt, maar daar kwam hij pas heel laat in z’n brieven aan toe. De gelovigen te Korinthe waren met de aardse zaken bezig i.p.v. de hemelse dingen. De Apostel besteedt er ook niet zoveel aandacht aan. Hij gaat lekker kort door de bocht. Wat te denken bijvoorbeeld van vers 1:

Maar om der hoererijen wil zal een ieder man zijn eigen vrouw hebben, en een iedere vrouw zal haar eigen man hebben.

Daar staat gewoon iets van, in mijn eigen woorden: Opdat niet iedereen naar de hoeren zou gaan, is het beter dat een man een eigen vrouw heeft en andersom evenzo. Paulus geeft in dit hele hoofdstuk de meest ideale situatie aan die een gelovige in het vlees zou kunnen bereiken. Gezien vanuit de verbondendheid met de Here Jezus Christus, onze dienst aan Hem en Zijn Werk in ons. Zo bespreekt hij diverse terreinen. Onder andere dat wie net als hem zonder partner blijft, nadat hij weduwnaar (net als Paulus) of weduwe geworden is, de Heer beter kan dienen dan met een partner. Maar wie dit niet kan opbrengen, beter wel een partner kan vinden. Daar is helemaal niks mis mee.

Nooit legt Paulus een wet op, dat zou hij ook niet kunnen, maar hij adviseert slechts en dan alleen nog omdat hij daar vragen over gekregen heeft. Het is zeker niet zo dat Paulus zelf het initiatief nam om over deze aardse dingen wat te gaan zeggen. Lees a.u.b. het hoofdstuk nog eens vanuit dit gezichtspunt.

1 Korinthe 7 : 36-38 over zelfbevrediging

We beperken ons in dit artikel tot 1 Korinthe 7 : 36-38. Kennelijk had Paulus een vraag van een man gekregen over “ongevoeglijk handelen met zijn maagd”. Hij geeft dus antwoord aan de man in kwestie. Dat een vrouw daar iets uit zou kunnen leren, zal zeker zijn. Maar hier wordt niks algemeen aan mannen en vrouwen opgelegd. In de Statenvertaling staat het volgende:

Maar zo iemand acht, dat hij ongevoegelijk handelt met zijn maagd, indien zij over den jeugdigen tijd gaat, en het alzo moet geschieden; die doe wat hij wil, hij zondigt niet; dat zij trouwen.
Doch die vast staat in [zijn] hart, geen noodzaak hebbende, maar macht heeft over zijn eigen wil, en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren, die doet wel.
Alzo dan, die [haar] ten huwelijk uitgeeft, die doet wel; en die ze ten huwelijk niet uitgeeft, die doet beter.

Trouwen en huwelijk is geslachtsgemeenschap

De algemene gedachte is dat het hier zou gaan om een vader die z’n dochter wel of niet ten huwelijk geeft, of zoiets. Taalkundig is dat erg vreemd, hoewel de gebruikte woorden in de Statenvertaling ons wel op het verkeerde been zetten. Dat wordt al een stuk beter als we bepaalde woorden wat beter bekijken en ze durven te benoemen zoals ze bedoeld zijn in de grondtekst. De woorden “trouwen” en “huwelijk”gaan in de Bijbel – als het om het aardse niveau gaat – over het algemeen om geslachtsgemeenschap. Bijvoorbeeld in Lukas 17 : 27:

Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot den dag, op welken Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen.

Hij zondigt niet, zegt Paulus

Het woord “maagd” (een vrouwelijk woord) gaat niet over een meisje dat nog geen sex gehad heeft, maar over maagdelijkheid. Die gaat bij de mens op een bepaald moment (“over den jeugdigen tijd“) voorbij. Daarom zegt de apostel Paulus ook “en het alzo moet geschieden”. Het is onvermijdelijk. Die “het” slaat terug op wat de vraagsteller acht ongevoeglijk te zijn, maar waarvan Paulus zegt dat dit niet ongevoeglijk of verkeerd is. Paulus concludeert dat het verlangen naar sex een volkomen normale drang in de natuurlijke mens is en als iemand dit met zichzelf doet, bijvoorbeeld omdat hij (nog) geen partner heeft, zegt hij: “hij zondigt niet”. Hij moet maar doen wat hij wil. Het is niet belangrijk, het is een zaak van de aardse mens. En elk mens is anders. Daar wil ik mij niet mee bemoeien. Maar er is een vraag over gesteld en dus geef ik antwoord. Zoiets…, in mijn eigen woorden.

De macht over zijn eigen wil

Daarna zegt Paulus dat degene die wél de “macht heeft over zijn eigen wil” en zo zijn maagdelijkheid wil bewaren, en dus niet masturbeert in onze woorden, ook goed doet. Vervolgens wil hij er nog wel iets aan toevoegen, dat past in zijn beschouwingen in dit hoofdstuk en in de Korinthe-brieven. Dat heeft alles te maken met dat wie het kan zo min mogelijk afgeleid zou worden van het leven in Christus. Dat is altijd het beste voor de mens. Maar niet omdat het moet, zeker niet. Paulus stelt het vooral zo tegenover de aardse gerichtheid die hij bij gelovigen zo vaak aantreft. Maar nogmaals: het is geen wet!

Paulus trekt dan een conclusie, zo blijkt uit het woordje “Alzo”. Het “ten huwelijk uitgeeft” in vers 38 slaat dus terug op “handelt met zijn maagdelijkheid“, op “het” uit “het alzo moet geschieden” en ook op “trouwen” in “dat zij trouwen” in vers 36. Het gaat in onze vertalingen omfloerst (onduidelijk dus) om de seksuele handelingen waarvoor wij het de Nederlandse woorden masturbatie, masturberen of zelfbevrediging kennen. De Duitstalige vertaling van Luther heeft voor het “trouwen” in vers 36: “er lasse sie freien”. Kennelijk dacht hij ook dat het om een man en vrouw ging, hoewel dat ook in de Duitse taal een onzinnige tekst oplevert. Toch gebruikt hij wél de juiste woorden: “laat ze gemeenschap (seksueel) met elkaar hebben”.

In het kader van het gericht zijn op de Here Jezus Christus zegt Paulus vervolgens: “die dat doet, doe wel en die dat niet doet, doet beter.” Maar in dat laatste geval moet je wel de macht over je eigen wil hebben, beredeneert Paulus.

Leven uit en onder genade

Heb je dat vermogen niet, maak je je er dan vooral niet druk om, is eveneens de boodschap die in zijn woorden ligt. Dat blijkt wel uit wat de Apostel constant predikt, namelijk dat wij niet uit de wet leven, maar uit de Genade en Vrede van Christus, onze Heer en Heiland. Hij zegt o.a. in Romeinen 6 : 14:

…; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

1 Korinthe 7 : 36-38 in de vertaling van Obbink en Brouwer

Dat 1 Korinthe 7 : 36-38 over masturbatie en zelfbevrediging gaat, ontgaat het wachttorengenootschap in z’n geheel. Weten ze het niet of willen ze het niet weten? Omdat men dan geen middel meer heeft om de Jehovah’s Getuigen te onderwerpen aan hun wetten en regels op dit gebied? Ik denk het laatste. Het is namelijk best wel bekend – in ieder geval geweest – dat deze woorden van Paulus over masturbatie gaan. Het gedeelte komt bijvoorbeeld niet voor in de Nederlandse vertaling van “Obbink en Brouwer”, de zogeheten Utrechtse Bijbel, waaruit de NBG’51 is voortgekomen. Brouwer (verantwoordelijk voor het Nieuwe Testament in de Utrechtse Bijbel) zag een vertaling voor dit gedeelte kennelijk niet zitten, vooral niet omdat het een goed gebruik was om in gezinnen de Bijbel te lezen na de gezamenlijke maaltijd. Ook geen goede zaak natuurlijk, maar zo gaan die dingen dus, helaas… We zouden niets verwijderen of aanpassen uit of aan Gods Woord. Ook niet als we ons daarbij op een of andere manier ongemakkelijk voelen.

De genoemde Wikipedia-pagina zegt hierover:

Dat Obbink en Brouwer elkaar volledig vrij lieten in hun vertaalarbeid bleek uit het resultaat: Obbink liet een aantal passages uit zijn vertaling weg, zoals geslachtslijsten, doublures, wettenverzamelingen en bepaalde opsommingen evenals teksten die duiden op geslachtsgemeenschap. Volgens Obbink waren dit soort teksten niet van belang voor de moderne Bijbellezer. Hierdoor kreeg zijn vertaling een wat burgerlijk en kuis karakter. Brouwer voelde de behoefte niet om de tekst te bekorten (behalve in 1 Kor. 7:36-38). 

Conclusie inzake masturbatie voor Jehovah’s Getuigen

Ben je een Jehovah Getuige of ex Jehovah Getuige laat je dan niet langer een schuldcomplex aanpraten door het wachttorengenootschap, omdat je zelfbevrediging en masturbatie niet fout vindt en praktiseert. De apostel Paulus zorgt in ieder geval niet voor dat schuldgevoel. Hij weet wat er in de aardse mens omgaat. Wat er in zijn natuur zit en doet dat daar niet moeilijk over. We zouden ons er niet door laten beheersen. Dat is wel het geval als we er obsessief mee bezig zijn. Het willen voorkomen van zelfbevrediging om “rein voor God” te staan is dat ook.

De Apostel Paulus is werkelijk aangesteld door de Here Jezus Christus. Zijn woorden hebben kracht. Het wachttorengenootschap in de verste verte niet en haar woorden hebben geen kracht. Het zijn eigen “kunstelijk verdichte fabelen”. Laat je dus niet de wet opleggen door deze club mannen die ook graag dit onderdeel van het menselijke leven willen benutten om macht over andere mensen te hebben en te houden. Laat ze niet op basis van een paar niet begrepen woorden je hele leven bepalen! Open alleen Zijn Woord en leef uit Zijn Genade!

Geen masturbatie voor Jehovah’s Getuigen

Geen masturbatie voor Jehovah’s Getuigen

Geef een reactie

Translate »