Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes – 2

Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes. Wat vindt het wachttorengenootschap (WTG) van homoseksualiteit? Wat leert men over homo’s en lesbiennes? Hoe worden ze bekeken en behandeld binnen de eigen organisatie? Wat zegt de Bijbel? Wat zegt de Nieuwe Wereldvertaling van de organisatie van Jehovah’s Getuigen? Niet hetzelfde als de Bijbel in ieder geval. Ook met de bijbelteksten omtrent dit onderwerp is flink geknoeid door het wachttorengenootschap.


Dit artikel “Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes” is deel 2 van een vierluik. De vier thema’s zijn:

  1. Homoseksualiteit en Jehovah’s Getuigen
  2. Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes
  3. Homoseksualiteit in de Nieuwe Wereldvertaling
  4. Is praktiserende homoseksualiteit en lesbische liefde zonde?

“Het is verfoeilijk in Gods ogen”

Ik weet nog wel dat mijn eigen vader – lang geleden – flink van leer kon trekken over dit onderwerp. Boos en verontwaardigd dat er mensen waren die “homofilie bedreven”, slingerde hij dan een aantal bijbelteksten de wereld in. 1 Korinthe 6 zat daar steevast bij. “Het is verfoeilijk in Gods ogen. Het staat er toch! Mannen die bij mannen liggen, komen Gods Koninkrijk niet in,” zei hij dan met verheven stem. Ik las dat dan ook wel en kon er toen niet zo goed mee overweg. Had er geen antwoord op. Kon er ook niks tegen in brengen. Wilde dat ook niet, denk ik, hoewel ik toen al vaak genoeg gezien had dat iemand homoseksueel is vanuit zijn of haar natuur. Het zit in de aard. De felheid van mijn vader op dit gebied had ik dus – gelukkig – niet. Achteraf realiseer ik mij dat zijn felheid met name voortkwam uit de repeterende manipulatieve leringen van het wachttorengenootschap. Hij was inmiddels zo geprogrammeerd. Zijn gedachten waren regelmatig volgestopt met hoe verkeerd homofilie wel niet was.

Jehovah Getuige met homofiele gevoelens in 1971

Vanuit de organisatie van Jehovah’s Getuigen wordt homoseksualiteit nog steeds flink bestreden, hoewel men zich een stuk rustiger over de persoon in kwestie uitlaat. De toon is veranderd, de boodschap niet. Het homo zijn wordt wel enigszins gedoogd, maar het praktiseren zeker niet. Dat wordt nog steeds bestreden. Dat betekent dat men toch ergens erkent dat het in de mens zelf zit. Maar daar moet het dan maar blijven! Het mag er vooral niet uit komen.

Wachttorengenootschap over homo's en lesbiennes

Dat moet voorkomen worden, zo blijkt ook uit een brief van het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen uit 1971. Het is een antwoord op een vraag van een Jehovah Getuige. Die was op de hoogte van homofiele gevoelens van een mede-JG en legde dit voor aan de “autoriteiten” in Nederland. Hoogstwaarschijnlijk met goede bedoelingen. Zo gaat dat bij Jehovah’s Getuigen. Een Jehovah Getuige onderzoekt de Schrift niet zelf, maar gaat te rade bij de leiding van de club waar men zich aan verbonden heeft.

Hierbij de geanonimiseerde brief. De naam en het adres zijn mij bekend. De brief is er ook als PDF. Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes

Bijkantoor Nederland Watch Tower

Geliefde broeder,

Wij hebben met genoegen je waarderende brief over de pioniersdienst gelezen en wij kunnen ons volledig indenken dat jij er nog steeds aan terug verlangt. Je schreef in je brief over een probleem met een vriend van jou die als gedoopte broeder vanaf zijn jeugd met het probleem kampt dat hij zich meer tot mannen aangetrokken voelt dan tot vrouwen. Het schijnt zelfs dat deze verkeerde verlangens eerder toenemen dan afnemen. Je vriend schijnt nu te denken dat hij tot diegenen behoort die in 1 Korinthiers 6:9 worden genoemd en daarom heeft hij in feite de moed opgegeven en is bezig te waarheid te verlaten.

Dit laatste feit toont dus dat hij te weinig geloof in het rantsoenoffer van Jezus Christus aan de dag legt. Jezus Christus is inderdaad ook gestorven voor mannen en vrouwen die door tegennatuurlijke sexuele gevoelens geplaagd worden. Lees hierover maar wat er in 1 Korinthiërs 6:11 staat: “Toch zijn sommigen van u dat geweest. Maar gij zijt rechtvaardig verklaard in de naam van onze Heer Jezus Christus en met de geest van onze God”.

Je vriend zal echter een harde strijd des geloofs dienen te voeren om zich niet door de demonische influisteringen te laten ontmoedigen. Hij moet de omgang zoeken met krachtige, manlijke broeders die hem raad kunnen geven en hij moet iedere omgang met verwijfd aandoende mannen vermijden. Daardoor zouden alleen maar onnodige wisselwerkingen ontstaan. Door hard te studeren en intensief bezig te zijn in de waarheid kan hij zichzelf redden van de ondergang. Breng hem alsjeblieft aan zijn verstand dat dit de laatste jaren voor de “grote verdrukking” zijn en dat het nu beslist niet de tijd is om uit te proberen hoever Jehovah’s geduld en lankmoedigheid gaan.

Wij hopen dat je erin mag slagen je vriend te behouden voor de waarheid. Indien hij echter blijk geeft van het feit dat hij overgegaan zou zijn tot het beoefenen van homosexualiteit, zul je ieder contact met hem afbreken en het comité van jullie gemeente daarover inlichten. Wij hopen werkelijk niet dat het zover zal komen en het is onze oprechte wens dat Jehovah hem zal willen helpen bij het vinden van de weg terug tot Hem.

Wat opvalt aan de brief

Wat valt er op aan deze brief? Dat is best veel wat mij betreft. Het “… broeder vanaf zijn jeugd met het probleem kant dat hij zich meer tot mannen aangetrokken voelt dan tot vrouwen”, bevestigt dat deze gevoelens van nature in deze persoon zitten. Ze zijn er niet gekomen van vieze boekjes lezen. Dat de seksuele verlangens toenemen is heel normaal als je in de bloei van je leven bent. Het is verbazingwekkend dat de schrijver van de brief dit vreemd lijkt te vinden.

Dan wordt 1 Korinthe 6 : 9 genoemd, waarbij het voor de goede verstaander gaat om de zinsnede dat “mannen die bij mannen liggen niet het Koninkrijk Gods zullen beërven“. Overigens betekent dit in het jargon van de JG dat een praktiserende homo of lesbienne Gods Koninkrijk – zij noemen dat het paradijs – niet in gaat. Het ontgaat de JG daarbij volledig dat hier niet over ín gaan wordt gesproken, maar over “beërven”. Dat is toch wat anders. “In gaan” is niet hetzelfde als de “erfenis ontvangen”. Wie de Bijbel kent, weet dat een gelovige – op grond van zijn geloof in de Here Jezus Christus – direct ingegaan is in dat Koninkrijk, dat nu nog alleen in de hemel is. Of en wat hij zal erven op de Dag van Christus, wordt pas later duidelijk.

Op de een of andere manier ontgaat het de briefschrijver dat Paulus zegt, tegen gelovigen: “… maar gij zijt rechtvaardig verklaard …” en dat dit niet gevolgd wordt met “maar dat is niet meer zo als je homoseksualiteit praktiseert”. Gewoon een kwestie van goed lezen en uiteraard begrijpen dat een gelovige onvergankelijk leven heeft verkregen en alleen uit genade leeft en niet uit wet.

Geloof zou te weinig kunnen zijn…, onzin natuurlijk

Er staat: “Dit laatste feit toont dus dat hij te weinig geloof in het rantsoenoffer van Jezus Christus aan de dag legt.” Als je zo’n zin opschrijft, geef je aan dat geloof te meten zou zijn op een schaal, “zichtbaar” voor anderen. Geloof zou dan te weinig kunnen zijn…, onzin natuurlijk. De Here Jezus betaalde voor dé zonde, voor álles, behalve voor de zonde van ongeloof (zie artikel Zondigen tegen de Heilige Geest). De schuld van ieder mens, de gehele mensheid, is daarmee weggedaan. Wie vervolgens in Hem gelooft (= vertrouwt op; Hem aanroept), wordt wedergeboren tot Nieuw Schepsel. Tot Nieuw Leven. Je gelooft het, aanvaardt het, of je doet dat niet. Met veel of weinig geloof, gekoppeld aan consequenties, heeft dat niks te maken. Wie gelooft, hééft het eeuwige leven als Nieuwe Schepping en wie niet gelooft, blijft in het oordeel dat God over deze oude schepping alreeds geveld heeft. Johannes zegt daarover in hoofdstuk 3:

Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.

Strijden tegen de drang om homofilie te praktiseren

Je vriend zal echter een harde strijd des geloofs dienen te voeren…”, wordt er gezegd. Er wordt dan bedoeld: strijden tegen de drang om homofilie te praktiseren. Strijden, zodat je niet toegeeft aan de gevoelens die er zijn. Helaas is dit volledige eigen interpretatie inzake de “strijd des geloofs”. Bijbels gezien is dit niet te onderbouwen. Geloof in de Bijbel gaat over het aanvaarden van wat God gesproken heeft. Dat kan een strijd zijn, maar nergens wordt een gelovige gevraagd om te strijden tegen welke aardse zonde dan ook. Als er sprake is van strijd is, ziet dat er volgens Paulus in Efeze 6 zo uit:

Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

Het is een geestelijke strijd, niet tegen het vlees. Het enige dat een gelovige dan dient te doen is de gehele wapenrusting Gods aantrekken. (Efeze 6 : 11) De Here Jezus Christus strijd voor ons. Wij zijn dan in Hem “meer dan overwinnaars“. (Romeinen 8 : 37)

Omgang met verwijfd aandoende mannen vermijden

Welke “raad” krijgt de homofiele broeder toebedeeld? “Hij moet de omgang zoeken met krachtige, manlijke broeders die hem raad kunnen geven en hij moet iedere omgang met verwijfd aandoende mannen vermijden.” Tja, ga dit maar eens uitvoeren in de praktijk… Voor de rest zeg ik er maar niks over…

Maar er is nog meer: “Door hard te studeren en intensief bezig te zijn in de waarheid kan hij zichzelf redden van de ondergang.” Zo, dat het maar duidelijk is… Studeren in de lectuur van het wachttorengenootschap en intensief bezig zijn met vergaderingen en vooral langs de deuren gaan, bedoelt men. Dat heet “in de waarheid zijn”, maar dat is het natuurlijk niet. Wat hier gezegd wordt is zeer pretentieus en totaal fout. Dat “hij zichzelf kan redden van de ondergang”. Welke ondergang? Men heeft het over zijn ondergang bij Armageddon. De briefschrijver meent dat iemand die toegeeft aan homofiele gevoelens niet door Gods oordeel bij Armageddon heen zal komen. Daarmee treedt hij ernstig buiten zijn boekje. Hij volgt in ieder geval niet de apostel Paulus. Die zegt namelijk nergens dat een gelovige – wat hij ook doet – zijn onvergankelijk leven als wedergeboren kind van God kan kwijtraken. Zijn aardse gerichtheid, zijn focus op het vlees, op de oude mens, kan wel degelijk nadelig van invloed zijn op het loon (erfenis) van een gelovige. Maar van “ondergang” is geen enkele sprake.

Uit Naam van God angst aanjagen

Breng hem alsjeblieft aan zijn verstand dat dit de laatste jaren voor de “grote verdrukking” zijn en dat het nu beslist niet de tijd is om uit te proberen hoever Jehovah’s geduld en lankmoedigheid gaan”. Ook hieruit blijkt weer dat men bij de JG totaal onbekend is met de principes van het Nieuwe Verbond. Daarnaast doet men waar het wachttorengenootschap heel goed in is: uit naam van God angst aanjagen op basis van feitelijke onwaarheden. In feite spant men God voor het eigen karretje om de leden van de organisatie binnen de poorten te houden en aan de organisatieregels te laten voldoen.

Het venijn zit in de staart! Mocht de man in kwestie namelijk niet luisteren, dan wordt degene aan wie de brief geschreven is dwingend opgelegd wat hij moet doen. “Indien hij echter blijk geeft van het feit dat hij overgegaan zou zijn tot het beoefenen van homosexualiteit, zul je ieder contact met hem afbreken en het comité van jullie gemeente daarover inlichten.

Kiezen voor de vriend of voor de organisatie?

Er wordt geen enkele keuze gelaten. Hij moet de verklikker zijn, of hij nu wil of niet. Dus geen enkel contact meer en ervoor zorgen dat hij overgeleverd wordt aan de plaatselijke “autoriteiten”. Die zullen er dan voor zorgen dat hij “berouw” toont en politiek correcte antwoorden geeft dat hij het nooit meer zal doen. Of ze gooien hem buiten de groep (uitsluiting), met alle consequenties (mijden door andere JG) van dien. De ontvanger van de brief weet, dat als hij niet doet wat hier staat, hij zelf voor een committee dient te verschijnen. De kans is dan groot dat uit de organisatie gezet wordt. Kiest hij voor de vriend of voor de organisatie? Waarbij die organisatie het wil doen voorkomen of hij kiest tussen de vriend en Jehovah. Uiteraard is dit een regelrechte leugen.

Waar staat dat in de Bijbel?

Dan de laatste woorden: “… het is onze oprechte wens dat Jehovah hem zal willen helpen bij het vinden van de weg terug tot Hem.” Huh? Dus… als je actief homofiel (of lesbisch) bent, ben je volgens het wachttorengenootschap kennelijk van God afgeweken en moet Hij je helpen om tot Hem terug te keren. Waar staat dat in de Bijbel? En dan met name in het Nieuwe Testament, omdat dit geldt vanaf de opstanding van de Here Jezus Christus en het ingaan in het Nieuwe Verbond? Inderdaad, het staat nergens. Wat er staat is dat een gelovige – die voor de eeuwigheid behouden is – en leeft uit de oude mens (wet, religie, aardse zaken) in plaats van de Nieuwe Mens in Christus, er goed aan zou doen zich te concentreren op dat Nieuwe Leven. Men zou zich niet door het aardse – dat reeds voorbijgegaan is – laten beheersen, maar de Genade Gods zou in ons leven heersen. Waarom concentreren op dat wat vergankelijk is, terwijl je het onvergankelijke leven hebt ontvangen?

Een gelovige staat in Christus rein voor God

Laat de Here Jezus Christus Zijn werk aan ons doen. Dat kan alleen maar in de Nieuwe Mens. Nogmaals: God ziet niet aan wat de oude mens doet. Hij ziet alleen het in Christus gereinigd hart in de Nieuwe Mens, levend onder het Nieuwe Verbond. Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes


Het vierluik gaat verder in artikel 3, met als titel: Homoseksualiteit in de Nieuwe Wereldvertaling


2. Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes

Wachttorengenootschap over homo’s en lesbiennes

Voeg uw reactie toe

Translate »