Wet en werken voor Jehova Getuigen

Jehovah’s Getuigen kennen de Genade van Christus niet zoals die bedoeld is. Het is wet en werken voor Jehova Getuigen, waarbij men gretig gebruikt maakt van Jakobus 2. Maar de gelovige is vrij gemaakt van de wet, van elke wet, leert Paulus. Waartoe? Om als wedergeboren kind Gods – als Nieuwe Schepping – De Here Jezus Christus te kunnen dienen (liefhebben) vanuit het hart en in volledige vrijheid en niet omdat het op de een of andere manier opgelegd is.

Vóór de opstanding van de Here Jezus was er alleen de oude mens, de mens in het vlees, geboren uit Adam en dus aards. Hoewel er toen uiteraard ook gelovigen waren, was het in die positie onmogelijk om God te dienen. Dat is nog steeds het geval. De oude schepping (mensenhanden) is niet in staat God te dienen. Terwijl er talloze organisatie en mensen zijn die menen God op hun eigen wijze te moeten dienen, vaak in gebouwen die men “Huis van God” noemt, zegt Paulus in Handelingen 17:

De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;
En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven, en den adem, en alle dingen geeft;

De organisatie van Jehovah’s Getuigen (JG), onder leiding van het wachttorengenootschap (WTG), meent ook God te kunnen dienen als oude schepping. De noodzaak tot wedergeboorte als Nieuwe Schepping kennen zij niet of in ieder geval onvolledig. Het resultaat daarvan is wet en werken voor Jehova Getuigen, vastgelegd in veel regels. De Genade van Christus ontbreekt daarbij; in ieder geval in de dagelijkse praktijk. Het Evangelie van de Nieuwe Schepping, die startte met de opstanding van de Here Jezus, wordt niet gepredikt door Jehovah’s Getuigen. Zij leren en geloven heel wat anders. Maar het WTG had moeten leren dat gelovigen God alleen kunnen dienen als Nieuwe Schepping. Daar is de gelovige deel van en vanuit die Genade zou hij of zij ook leven en dus niet meer uit de eigen werken of uit welke wet dan ook. Paulus leert in Romeinen 7 en 8:

Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.

Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods. wet en werken voor Jehova Getuigen

Gelovigen in de Here Jezus Christus zijn met Hem gestorven én opgestaan en dienen nu in “nieuwigheid des geestes”. Wij zouden opgroeien na onze wedergeboorte tot volwassenheid, betoogt Paulus regelmatig. Niet door de wet op het vlees, maar de door de genade in de Geest, omdat wij met Christus één plant geworden zijn, zoals hij uitlegt in Romeinen 6:

Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding;

Nergens wordt in het Nieuwe Testament over een organisatie gesproken

Het is vooral de Apostel Paulus die het Evangelie van de Genade van Christus verkondigt en oproept om alleen daar uit te leven en te wandelen (o.a. Galaten 5). Nooit heeft Paulus, of een andere schrijver in het Nieuwe Testament, het over een organisatie; alleen Christus (Organisme) is de blijde boodschap. Dat betekent leven uit geloof alleen en dus niet vertrouwen op de eigen werken, zoals het wachttorengenootschap (WTG) wel doet. Met het inbrengen van de eigen wet zegt men in feite dat wat de Here Jezus Christus volbracht heeft (Johannes 19 : 30), waardoor de wet volledig terzijde wet gezet, niet voldoende is. Het WTG voegt daar iets aan toe.

Uiteraard is dit zeer kwalijk. Het is in feite blasfemie (godslastering). Het is onbegrijpelijk dat een organisatie die zich het “kanaal Gods” noemt geen acht slaat op wat Paulus leert omtrent de wet? Weten ze dat niet? Doen ze er gewoon niets mee? Denken ze dat het alleen maar over de Wet van Mozes gaat? Snappen ze niet dat er geen enkele menselijke – aardse – wet meer geldt voor de gelovige? Hebben ze niet door dat ze zelf wet maken en daarmee regelrecht in strijd zijn met het Genadewerk van de Here Jezus Christus?

Paulus leert o.a. in Romeinen 3: wet en werken voor Jehova Getuigen

Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:
Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen, en over allen, die geloven; want er is geen onderscheid.

Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.

Paulus leert klip en klaar dat een mens gerechtvaardigd wordt door het geloof. Door het geloof ván Jezus en het geloof ín de Here Jezus Christus. En dat alles zónder de werken der wet, en al zeker niet die van de JG. Laten we dat toch alstublieft stevig vasthouden en al wie de wet en de werken wil opleggen deze woorden van Paulus voorhouden.

Door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou

Paulus moet het later nog diverse keren uitleggen hoe het werkt, want kennelijk vervalt de mens nogal graag tot de structuur van de wet en het in eigen kracht proberen rein voor God te staan via eigen werken. Tegen de gelovigen in Galatië zegt hij bijvoorbeeld in Galaten 2, als herhaling van wat hij eerder in Romeinen schreef:

Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus.
Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.
Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.
Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.

De aangehaalde teksten komen uit de Statenvertaling, want in de Nieuwe Wereldvertaling van Jehovah’s Getuigen (NWT), is wat hier staat ernstig verzwakt. Bijvoorbeeld door van “Christus leeft in mij” het veel zwakkere “Christus leeft in eendracht met mij” te maken. Nergens voor nodig en alleen een bedenksel van de vertalers van het WTG. Dat geldt ook voor het wegwerken van het zo belangrijke begrip “genade”. “De genade Gods”, wordt in de NWT: “de onverdiende goedheid van God“. Waarom moet een zo bekend Bijbels begrip wijken voor iets wat veel minder goed uitdrukt waar het om gaat?

Onverdiende goedheid tegenover Genade

De genade Gods is onmiskenbaar onverdiende goedheid van God, maar als je alleen maar het begrip “onverdiende goedheid” hanteert, ontgaat het dat genade wordt betoond aan ter dood veroordeelden, aan zij die zouden sterven zonder die genade. Genade houdt in dat een Hogere Macht leven geeft, zonder dat ervoor gewerkt of betaald hoeft te worden door de veroordeelde. De Bijbel spreekt niet voor niets over de “genadegift”. Paulus zegt o.a. in Romeinen 6:

Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.

Leven uit de Genade van Christus wordt de gelovigen in het Nieuwe Testament vele malen toegewenst, maar er moet ook regelmatig flink aan herinnerd worden. Kennelijk loert het gevaar om toch de wet, de eigen werken en de eigengemaakte godsdienst in te voeren. Paulus zegt daarom in krachtige bewoording in Galaten 3:

O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?
Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?
Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?
Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend;
Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.

Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen.
En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Doch de wet is niet uit het geloof; maar de mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven.
Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.

Geloof en werken in Jakobus 2

De woorden van Paulus zijn de basis. Dat mogen we nooit vergeten, ook niet als we verder in de Bijbel lezen. De waarheid dat elke wet is weggedaan en dat een gelovige louter en alleen rechtvaardig verklaard is op basis van geloof, staat als een huis. Maar als je dat niet volledig accepteert, omdat je dat kennelijk onvoldoende vindt, snap je latere gedeelten in de Bijbel niet goed. Het WTG laat dat bijvoorbeeld zien als het wijst op Jakobus 2. Men maakt daar maar wat graag gebruik van om de Jehovah’s Getuigen aan te sporen tot “goede werken” en wat die werken zijn geeft het WTG natuurlijk in ruime mate aan. Met name daarin schuilt het probleem; het WTG draait de rollen om. Ze maken er hier een moeten van, in de zin dat een Jehova Getuige goede werken móet voortbrengen, anders is het geen gelovige.

Die conclusie is “een brug te ver”. Men kan een gelovige (behouden als Nieuwe Schepping in Christus) zijn, maar dat niet laten zien in de werken. Dat is niet hoe het bedoeld is, maar het kan wel. Het is jammer en medegelovigen zien er niets van. In de lezing van de JG kan dat dus niet. Als je geen goede werken laat zien, dan ben je geen gelovige. Het wordt op de JG-website zo omschreven:

Laat zien dat u geloof hebt in Jezus’ loskoopoffer. Over Jezus wordt gezegd: „Hij die geloof oefent in de Zoon, heeft eeuwig leven” (Johannes 3:36). Hoe kunnen we laten zien dat we geloof hebben in Jezus? Niet alleen door onze woorden. Zoals Jakobus 2:26 zegt, is „geloof zonder werken dood”. Echt geloof wordt bewezen door „werken”, dus door wat we doen. Eén manier om te laten zien dat we geloof stellen in Jezus, is door ons best te doen om hem na te volgen, niet alleen in wat we zeggen maar ook in wat we doen. — Johannes 13:15.

Jehovah’s Getuigen “oefenen geloof”. Dat staat er natuurlijk niet in Johannes 3 : 36, want “geloof oefenen” bestaat helemaal niet. Een mens gelooft of gelooft niet. Hij gelooft een deel of een deel niet, maar “geloof oefenen” is onzin. Het is een verzinsel van het WTG om mensen maar voortdurend bezig te houden. Blijven oefenen in de zin van je best blijven doen en blijven voldoen aan Gods geboden. Daardoor heb je dan eeuwig leven. Als je geen geloof meer oefent, dan raak je dat kwijt, is de boodschap van het WTG.

Om dat nog wat te benadrukken heeft men in tekst uit Johannes 3 : 36 één bepalend lidwoord weggelaten en dat is “het”. Dat lijkt misschien niet zo belangrijk, maar het geeft het WTG de mogelijkheid om te suggereren dat eeuwig leven alleen mogelijk is als ment “geloof oefent”. Daarvoor heeft men Johannes 17 : 3 nog schandaliger veranderd in hun “bijbel”. In de Statenvertaling staat er in Johannes 3 : 36:

Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven;

Hét eeuwige leven krijg je op basis van geloof. Wat er ook gebeurt, dat kan niet meer ongedaan gemaakt worden, net zomin als iemand zijn of haar aardse geboorte ongedaan kan maken. Je ouders blijven altijd dezelfde. Als men het eeuwige leven wel kwijt zou kunnen raken door eigen falen of wat dan ook, dan zou het al bij voorbaat niet hét eeuwige leven kunnen zijn. Dan had de Here Jezus en de apostelen iets beloofd wat ze niet hadden kunnen waarmaken. Maar gelukkig is daar geen sprake van, want de eenvoudige waarheid is: Die in Christus gelooft heeft hét eeuwige leven. Punt uit, niks meer aan toevoegen en ook niks van afhalen. Op de website van de Jehovah’s Getuigen staat ook nog:

Jakobus zei hier niet — wat in strijd zou zijn met de woorden van Paulus — dat men door werken redding kan verwerven. Hij erkent veeleer dat geloof de basis voor redding is, maar wijst erop dat een geloof dat geen goede werken voortbrengt, niet echt kan zijn.

De zinsnede: “Hij erkent veeleer dat geloof de basis voor redding is, maar wijst erop dat een geloof dat geen goede werken voortbrengt, niet echt kan zijn“, betekent voor een Jehova Getuige waarschijnlijk iets anders dan voor een wedergeboren christen. Die laatste heeft namelijk onthouden dat wat er ook gebeurt, de “rechtvaardig verklaring” en daarmee ons eeuwig leven in Christus, nooit in gevaar is voor een gelovige. Paulus legt dat in Romeinen 8 prima uit.

Maar een JG die de rest van de leringen kent, en geleerd is dat hij “geloof moet oefenen”, denkt, als hij dit leest, dat zijn rechtvaardig verklaring (het WTG heeft het over “redding”) in gevaar is als hij niet de juiste werken (vaak gaat het over de velddienst, van huis tot huis gaan, maar ook vergaderingen bezoeken) laat zien en hij dat “eeuwige leven” om die reden kan kwijt raken. Dat is namelijk constant de verwerpelijke boodschap van het WTG. Maar dát is niet het Evangelie van de Genade van Christus. Dat is de leer van het wachttorengenootschap. Die leert dat wie onvoldoende z’n best doet, wie niet de werken des geloofs laat zien, zijnde de werken die het WTG benoemd heeft, die kan zijn redding verspelen, omdat het geloof “niet echt kan zijn“.

De JG die zich aangesproken voelt wil dit natuurlijk voorkomen en gaat vervolgens proberen om die werken te laten zien. Maar hij doet dat in eigen kracht, het is uiterlijk vertoon, een “toneelstuk”, omdat dit moet. Hij móet iets laten zien en daarmee is het wet. En dat terwijl het Christus zou moeten zijn die in de gelovige en door de gelovige werken des geloofs laat zien. Filippenzen 2 zegt: wet en werken voor Jehova Getuigen

Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen

Geen geloofszekerheid voor de Jehova Getuige

Er is dus helaas geen geloofszekerheid voor de Jehova Getuige. Geen zekerheid van behoud, maar wet en werken voor Jehova Getuigen. Dat is niet de boodschap van het Nieuwe Testament en daarmee is het een dwaalleer.

Het ontgaat de “leraren” van het wachttorengenootschap kennelijk dat er in Jakobus 2 gesproken wordt over vooral de volgende bedeling (huishouden), hoewel we ook in deze tijd nut hebben van wat Jakobus leert. Het gaat hem namelijk om de praktische uitwerking die geloof zou moeten hebben, waardoor wij gelovigen elkaar zouden herkennen. Wie is mijn broeder of zuster? Het antwoord op die vraag is niet alleen een kwestie van zeggen, want dat zou iedereen kunnen doen, het is veel meer laten zien wat er voortkomt uit dat geloof, waardoor het duidelijk wordt of iemand een medegelovige in de Here Jezus Christus is.

Het eerste vers van Jakobus 2 stelt de vraag: “Kan dat geloof hem zaligmaken?” Dat is iets anders dan het “rechtvaardig verklaren” uit de brieven van Paulus. De zaligheid van een gelovige komt ná die rechtvaardiging aan de orde. Ik kan op dit onderwerp helaas nu niet verder ingaan, maar verwijs graag naar een goede Bijbelstudie over de brief van Jakobus (via Vlichthus). Uit die studie heb ik hoofdstuk 2 in een aparte PDF gezet. Neem alstublieft de moeite om deze door te nemen voor een goed begrip van Jakobus 2. Dat is belangrijk, zodat u doorziet dat het WTG dit hoofdstuk gebruikt om de leden het werk te laten doen dat men voorschrijft.

Als iemand zegt dat hij gelooft

Jakobus legt uit dat iemand wel kan zeggen dat hij gelooft in God, maar dat dit zichtbaar zou moeten zijn in de zorg voor onze broeders en zusters, onze medegelovigen in het Lichaam van Christus. Dat principe wordt overigens meermalen herhaald in het Nieuwe Testament. “Eigen volk eerst”. Gelovigen worden opgeroepen om zorg te hebben voor elkaar, zowel geestelijk als lichamelijk. Als eerste goed doen aan de eigen “familie”, wat ook al in het Oude Testemant gold. Daarin is het onderscheid te maken als iemand zegt dat hij gelooft. Doet hij niet goed aan de “broederen”, dan is het waarschijnlijk geen gelovige, maar zeker is dat niet. wet en werken voor Jehova Getuigen

Dus: géén wet en werken voor Jehova Getuigen. God is daarmee niet te dienen! Ik hoop oprecht dat elke Jehova Getuige bevrijd wordt van de eigen wetten en werken van het WTG. De druk die hen hiermee opgelegd wordt is ongekend en nergens voor nodig. De gelovige leeft in Christus alleen en de Heiland leeft in de gelovige. Meer is niet nodig en zeker geen organisatie die dit juist in de weg staat. De gelovige leeft en wandelt in de Genade. Laten we dat vasthouden. Tot slot, ter bemoediging:

Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid. (Romeinen 4 : 5)

Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, … (Handelingen 15 : 11)

En de allerlaatste tekst uit de Bijbel in Openbaring 22:

De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Wet en werken voor Jehova Getuigen

Wet en werken voor Jehova Getuigen

Voeg uw reactie toe

Translate »