144.000 Jehova Getuigen

144.000 Jehova Getuigen. Hoe zit het daar toch mee? De leer van de 144.000 Jehova Getuigen met een zogeheten “hemelse roeping” is één van de basisleerstellingen van Jehova Getuigen. Het wordt geleerd door het wachttorengenootschap (WTG). Het niet eens zijn met deze leer is niet toegestaan, op straffe van uitsluiting.

De 144.000 en de grote schare

De leer van de 144.000 is direct verbonden met de leer van de “grote schare”. Daarmee zijn er binnen de JG twee klassen gemaakt. De 144.000 is absoluut de topklasse. De leden zijn “gezalfden”. Zij zijn lid van het lichaam van Christus, gaan naar de hemel en maken deel uit van Christus hemelse regering. De paar nog overgebleven uitverkorenen van de 144.000 gebruiken symbolen tijdens het “Avondmaal” van de JG. Hier op aarde staan ze in rangorde duidelijk hoger dan de gewone JG en dat vertaalt zich in posities, aanzien en “baantjes”. De gewone JG hebben dit alles niet. Zij vormen de “grote schare”, degenen waarover de 144.000 zouden moeten regeren. Zij leven (als ze getrouw zijn, zeker is het niet…) straks eeuwig in het paradijs (Gods Koninkrijk) op aarde.

Je zou denken dat zo’n belangrijke leer stevig verankerd zou zijn in de Bijbel. Het zou toch vaak in de boodschap van mannen als Johannes, Paulus en Petrus moeten voorkomen. En Jezus moet er toch ook wel het nodige gezegd hebben over zijn “144.000 mederegeerders”, als het veel later in de geschiedenis zo’n belangrijk thema zou zijn, zoals het WTG wil doen geloven. Maar…, dat is allemaal niet het geval. Over het aantal van 144.000 wordt alleen maar iets over gezegd in het slothoofdstuk van de Bijbel. In het voornamelijk profetische boek Openbaring. Wat daarin staat vanaf ongeveer hoofdstuk 4 is nog toekomst, is profetie. Dat inzicht heeft het WTG niet. Men leert dus iets over de 144.000 in Openbaring dat nu nog helemaal niet aan de orde is. Bovendien leert men het ook nog verkeerd.

144.000 gekoppeld aan “kleine kudde”

Het WTG koppelt de 144.000 naadloos en zonder enige onderbouwing aan de “kleine kudde” waar Jezus het over had toen Hij Zijn discipelen toesprak. Het is opvallend dat er op hun website niet een duidelijke bespreking te vinden is over de 144.000. Het komt wel aan de orde bij andere onderwerpen, maar dan steeds als conclusie, in de zin van “zo is het”. Men stelt gewoon: de 144.000 vormen de hemelse regering van Gods Koninkrijk. Maar dit doet men zonder onderbouwing.

Het blijft dan ook nog steeds bijzonder dat kennelijk niemand vraagt of dit wel zomaar kan. Ik deed dit overigens ook niet, in de tijd dat ik nog bij de JG was. Het was er zo ingehamerd, het was zo een “feit”, dat er niet meer over na werd gedacht. En als dat het geval is, gaat het natuurlijk met het vervolg fout. Wat er dan wordt geleerd is op basis van een verkeerd startpunt en dat kan nooit goed blijven gaan.

We zetten de 4 tekstgedeelten waar het over gaat achter elkaar. Wel geciteerd uit de Statenvertaling, want de Nieuwe Wereldvertaling (NWT) is niet betrouwbaar, dat is een aan de eigen leer aangepaste vertaling.

Openbaring 7 : 4

En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israëls.

Openbaring 14 : 1 en 3

En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.

En zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren.

Lukas 12 : 32

Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.

Lukas 22 : 29 en 30

En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft;
Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls.

Zo, dit is eigenlijk alles wat er staat en daar wordt dan zo’n dragende leer op gebouwd, waar zoveel mensen mee te maken krijgen. Deze twee tekstgedeelten aan elkaar koppelen, zoals het WTG dit doet, is compleet fout. Er wordt in de lectuur veel aan elkaar gekoppeld en dit is een voorbeeld van een koppeling met een grote impact. Deze twee teksten aan elkaar koppelen, zoals het WTG dit doet, is compleet fout. Bizar natuurlijk, zeker als je inzicht krijgt in deze Schriftgedeelten. Gewoon bijbelstudie doen maakt duidelijk waar het over gaat en dat is in ieder geval niet over twee klassen, zoals de JG dat leren.

Bijbelgedeelten in de context lezen

Eén van de oorzaken dat de JG er niets van begrijpen is dat men van het WTG geleerd heeft om alleen maar een paar solitaire teksten te lezen. Maar bijbelgedeelten moet je in de hele context lezen om te weten waarover het gaat. Tot wie het gezegd wordt, in welk tijd, welke typologie er in zit en voor wie iets bestemd is. De context van de bovengenoemde verzen komt niet in aan de orde bij het WTG. Had men dit maar wel gedaan, dan had men zoiets als de twee klassen leer niet verzonnen.

Lees bijvoorbeeld eens heel hoofdstuk 12 van Lukas. Voor het WTG is dit een belangrijk vers, want men haalt hier zelfs hun eigen leer van de “beleidvolle en getrouwe slaaf” vandaan. Volkomen verkeerd natuurlijk, maar daarover meer in een ander artikel.

Dan zegt vers 1: 144.000 Jehova Getuigen

Daarentussen als vele duizenden der schare bijeenvergaderd waren, zodat zij elkander vertraden, begon Hij te zeggen tot Zijn discipelen: ….

De setting (het gaat me nu niet zozeer om wat er gezegd wordt) van Jezus’ woorden in dit hoofdstuk wordt ons in vers 1 uitgelegd. Probeert u het beeld ook zo voor te stellen. Er waren heel veel mensen bij elkaar gekomen, maar Jezus richt zich vooral tot Zijn discipelen. In vers 4 zegt Jezus: “En Ik zeg u, Mijn vrienden“. De monoloog gaat verder tot vers 13. Iemand uit de grote groep stelt een vraag. Die krijgt uitgebreid antwoord. Dan in vers 22 gaat het weer verder met: “En Hij zeide tot Zijn discipelen…” Dit gaat zo door tot vers 54, waarbij Petrus in vers 41 een vraag stelt.

Het decor is dus een groot publiek, maar Jezus spreekt vooral tegen zijn discipelen en het thema is niet bepaald hun aanstelling tot leden van de 144.000. Hun toekomstige positie komt wel aan de orde in dit gedeelte:

22. En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.

Het thema is op dit moment de bezorgdheid over het dagelijkse aardse leven. Dan zegt de Heer in vers 23:

23. Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding.

Daar gaat hij met voorbeelden nog even op door en dan richt hij zich weer nadrukkelijk tot Zijn discipelen, waarbij hij dat kleine groepje afzet tegenover de hen omringende schare, maar ook tegenover de “volken der wereld” in vers 30.

29. En gijlieden, vraagt niet, wat gij eten, of wat gij drinken zult; en weest niet wankelmoedig.
30. Want al deze dingen zoeken de volken der wereld; maar uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft.
31. Maar zoekt het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
32. Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.

De “kleine kudde” (NWT) bestaat hier dus uit niet meer dan de discipelen, die met Jezus optrokken. Aan hen worden beloften gedaan en hen wordt het Koninkrijk in het vooruitzicht gesteld. Ná Zijn dood en opstanding wordt door alle apostelen dezelfde boodschap verteld en opgeschreven in wat wij kennen als het Nieuwe Testament (NT). Namelijk dat wie in de Here Jezus Christus gelooft (= op Hem vertrouwt) het Koninkrijk gegeven wordt.

Later wordt uitgelegd welke “gradaties” daarin zijn. Datzelfde NT maakt duidelijk dat een ieder die tot geloof komt in de tijd tussen de opstanding van de Eersteling Christus en de “opname” van de Gemeente, in de hemel gezet is als lid van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Dat dit een hogere positie is dan wat er ná de “opname” van de Gemeente op aarde leeft, waaronder een hersteld Israël (de 12 stammen), wist Jezus natuurlijk ook al.

Hij zegt daarover tegen Zijn discipelen in Lukas 22:

En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft;
Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls.

De discipelen zouden aanzitten aan “Mijn tafel en in Mijn Koninkrijk”, maar niet alleen dit “klein kuddeken”, óók alle anderen die met de Here Jezus tot Nieuwe Schepping geworden zijn, ingaande na Zijn opstanding en aanstelling tot Christus. (Handelingen 2)

De grote schare is in de hemel én op aarde, de 144.000 alleen op aarde

De kleine kudde van discipelen van dat moment (het groepje waarmee Jezus sprak) zou uitgroeien tot een grote schare, die zich zowel in de hemel als op de aarde bevindt. Dat is anders dan de leer van het WTG. Maar zij kennen de Schrift niet, fabriceren een eigen leer en stellen die boven Gods Woord. Ja, dan krijg je een puinhoop. Dan krijg je een volkomen onterechte koppeling van “kleine kudde” uit Lukas aan de 144.000 uit het profetische, over de eindtijd sprekende, boek Openbaring.

Het laatste boek van de Bijbel, het hoofdstuk met de ontknoping is voor de JG nog steeds een mysterie, zoals blijkt uit de meest vreemde verklaringen die er in de afgelopen 120 jaar over dit bijbelboek geschreven zijn door het WTG. Doe er maar eens onderzoek na en je staat versteld van zoveel onwetendheid.

Het leuke is dat de context van de door de JG zo belangrijk gevonden gedeelten in Openbaring heel goed duidelijk maakt waar het e.e.a. zich afspeelt. Op aarde namelijk en niet in de hemel. Het staat er wel heel duidelijk in de eerste 3 verzen van Openbaring 7:

1. En na dezen zag ik vier engelen staan op de vier hoeken der aarde, houdende de vier winden der aarde, opdat geen wind zou waaien op de aarde, noch op de zee, noch tegen enigen boom.

2. En ik zag een anderen engel opkomen van den opgang der zon, hebbende het zegel des levenden Gods; en hij riep met een grote stem tot de vier engelen, welke macht gegeven was de aarde en de zee te beschadigen,

3. Zeggende: Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.

Dat het WTG de 144.000 in de hemel plaatst is volledig onterecht, want dit hele tafereel wordt nadrukkelijk op de aarde geplaatst. Het is een voortzetting van hoofdstuk 6, waar het ook al over de aarde gaat, zoals het meeste in Openbaring over de eindtijd op aarde gaat. Daarna staat er in vers: 4

4. En ik hoorde het getal dergenen, die verzegeld waren: honderd vier en veertig duizend waren verzegeld uit alle geslachten der kinderen Israëls.

In de verzen 1, 2, en 3 gaat het over de aarde, niet over de hemel, en in vers 4 blijken het 144.000 verzegelden te zijn, al aangekondigd in vers 3. In de volgende verzen, t/m vers 8, wordt dat nader gespecificeerd en daarmee wordt nog meer bevestigd dat de 144.000 op de aarde zijn. Met deze vooruitblik op wat er op de aarde nog zal gaan gebeuren wordt dit gedeelte afgesloten.

Vers 9 begint dan met: “Na dezen zag ik…”. Een nieuw tafereel wordt ons getoond. Het is weer vele jaren verder in de geschiedenis. Het resultaat van de prediking (zoals ons verteld in hoofdstuk 14) van die 144.000 wordt bekend gemaakt. Dit gaat over het begin van de “duizend jaar”. De “setting” is in de hemel én op aarde, rondom de Troon van God. Daarop blijkt het Lam te zitten, want Gods Koninkrijk is dan zowel in de hemel als op de aarde gevestigd.

9. Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen.
10. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.
11. En al de engelen stonden rondom den troon, en rondom de ouderlingen en de vier dieren; en vielen voor den troon neder op hun aangezicht, en aanbaden God,

De “grote schare” staat voor de troon en voor het lam. Op deze plaats in Gods heilsgeschiedenis is dat zowel in de hemel als op aarde en niet alleen maar op aarde, zoals de JG leren. Ik moet het hierbij laten voor deze bespreking, maar ik beveel u van harte de gratis en zonder verplichting te downloaden Bijbelstudie “Openbaring” (PDF) aan.

Het tweede verslag in Openbaring (hoofdstuk 14, met name van 1 t/m 7) bevestigt dat de 144.000 zich op aarde bevinden en daar het Evangelie verkondigen. Dit is nu nog toekomst, maar als dit gebeurt, zetelt de zichtbaar wedergekomen Here Jezus Christus (dat is nu nog niet zo) op Zijn troon (zoals voorzegd) in Jeruzalem (de berg Sion) en van daaruit wordt er gepredikt door de 144.000 letterlijke Israëlieten uit de 12 stammen Israëls.

Van dit laatste hebben de JG geen weet, omdat men alles wat het letterlijke volk Israël betreft “vergeestelijkt” heeft en dus geen rekening meer houdt met wat God beloofd heeft aan Israël. Dat is funest voor zowat al hun uitleggingen van de Bijbel en de profetie. In de praktijk betekent dit dat het aardse Israël (ik bedoel niet de huidige staat) geen enkele rol meer speelt bij de JG. Helaas is dit ook volledig onterecht, want de Bijbel leert iets heel anders en dat op vele plaatsen. Het is de moeite waard om dat goed te onderzoeken. Openbaring 14 zegt:

1. En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.
2. En ik hoorde een stem uit den hemel, als een stem veler wateren, en als een stem van een groten donderslag. En ik hoorde een stem van citerspelers, spelende op hun citers;
3. En zij zongen als een nieuw gezang voor den troon, en voor de vier dieren, en de ouderlingen; en niemand kon dat gezang leren, dan de honderd vier en veertig duizend, die van de aarde gekocht waren.

4. Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam.
5. En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor den troon van God

Het laatste “voor den troon van God” staat niet in de Nieuwe Wereldvertaling.

6. En ik zag een anderen engel, vliegende in het midden des hemels, en hij had het eeuwige Evangelie, om te verkondigen dengenen, die op de aarde wonen, en aan alle natie, en geslacht, en taal, en volk;
7. Zeggende met een grote stem: Vreest God, en geeft Hem heerlijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, Die den hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft.

Ik kan mij goed voorstellen dat dit niet meteen de eenvoudigste “kost” is voor een JG die dit voor het eerst leest. Ik kan mij dat voorstellen, omdat ik het zelf ook heel moeilijk vond in het begin. De JG-leer zit er dan nog zo ingestampt, dat het tijd kost om er van los te komen. De JG-bril moet af en iemand moet wedergeboren worden om de Heilige Geest toegang te geven. Pas dan wordt de Schrift duidelijk. Anders gaat gewoonweg niet. Er moet moeite voor gedaan worden, maar dat is gelukkig niet tevergeefs. De beloning is groot. Achteraf blijkt het allemaal niet zo moeilijk te zijn. Het is moeilijk gemaakt door religie, ook door de JG.

144.000 Jehova Getuigen

Er is op internet nog veel meer te vinden over dit onderwerp. Bijvoorbeeld een berekening over hoe het aantal van 144.000 tot stand is gekomen en waarom het langs die route niet kan kloppen. Kijk ook eens op deze website. De website van jwfacts.com besteedt uitstekend aandacht aan de “144.000 gezalfden”. Daar worden grafieken vertoond over het aantal JG dat jaarlijks van de “symbolen van het Avondmaal” gebruik maakt en ook de leer over de gezalfden tot 2007 komt goed aan de orde. Onderzoek ook deze dingen en betrek ze bij uw eigen overwegingen of het waar is of niet waar is wat het WTG over de 144.000 Jehova Getuigen leert.

De 144.000 is de bruid van Christus volgens het wachttorengenootschap

Het wordt nog vreemder. Hoewel WTG de 144.000 als leden van het Lichaam van Christus ziet, menen ze ook dat de 144.000 als groep de bruid van Christus is. In hun uitgave “Gods Koninkrijk regeert” (blz. 51) staat dit:

Al jaren vóór 1914 begrepen ware christenen dat 144.000 trouwe volgelingen van Christus met hem in de hemel zouden regeren. Ze zagen in dat dit een letterlijk aantal was en dat het samenstellen van de groep in de eerste eeuw was begonnen.

Wat gingen toekomstige leden van Christus’ bruid beseffen over hun toewijzing op aarde?

Maar welke taak hadden die toekomstige leden van Christus’ bruid terwijl ze nog op aarde waren? Ze zagen in dat Jezus de nadruk had gelegd op de prediking en dit werk in verband had gebracht met een oogsttijd.

Het Lichaam van Christus is de Man en dan is datzelfde Lichaam niet eveneens de bruid, waarmee Die Man zou huwen. Dat moet een ander zijn en christenen die hun Bijbel goed kennen weten dat dit het het tot geloof gekomen Israël (12 stammen) zal zijn. Dit zal in de toekomst gebeuren, na de wederkomst van Christus, die dus niet in 1914 was, zoals de JG onterecht beweren.

144.000 Jehova Getuigen

144.000 Jehova Getuigen

144.000 Jehova Getuigen

2 reacties

  1. Frans Cobben (in Halsteren) 15/10/2016
  2. wilm Edelbroek 26/01/2017

Voeg uw reactie toe

Translate »