Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet, als gevolg van hun weigering te accepteren dat Hij God is. Op hun website zeggen zij bijvoorbeeld: “Dus aanbidden we Jezus niet, want we geloven niet dat hij de Almachtige God is.” Hoe desastreus het niet aanvaarden van Bijbelse waarheden is, maakt het wachttorrengenootschap (WTG) voortdurend duidelijk. De leiders van deze organisatie sturen hun leden, de Jehovah’s Getuigen (JG), er op uit om wereldwijd te verkondigen dat Christus niet God Zelf is. Dat is een dwaalleer en niet in stand te houden als de Bijbel wordt geopend. Toch houdt men er hardnekkig aan vast. Daarbij enigszins “geholpen” door hun eigen “bijbel”, de Nieuwe Wereldvertaling (NWT).

Wie zich niet onderwerpt aan Gods Woord, maar zonodig een “eigen evangelie” verkondigt, is verstoken van de Heilige Geest. Die kan Zijn werk niet meer doen. God maakt zo iemand niets duidelijk, eenvoudigweg omdat je eerst iets moet aanvaarden om naar de “volgende ronde” te kunnen. Vergelijk het met een wiskundestudent. Voordat deze een diploma in ontvangst kan nemen, heeft hij steeds een bepaalde waarheid moeten aanvaarden om verder te komen. Als die student van de belangrijkste wiskundige basiswaarheden zegt dat hij deze niet accepteert, en er zelf maar een eigen “waarheid” van maakt, dan stopt daar in feite zijn opleiding. De leraar kan er niks mee, de student misschien nog wel. Misschien weet hij ook nog wel volgelingen te krijgen, maar in de praktijk heeft niemand er iets aan.

Het Griekse woord voor aanbidden

Het Griekse woord “prosekunhsan” of (pro·skuʹne·o) wordt op een aantal plaatsen in de NWT vertaald met “aanbidden”. Maar alle teksten waar dit woord in voorkomt en die betrekking hebben op de Here Jezus, op aarde en ná Zijn opstanding, worden vertaald met “hulde”. Het WTG wil de Here Jezus Christus niet aanbidden. Daarom is men krampachtig bezig geweest om hun eigen vertaling aan te passen ten einde dit te “ondersteunen”. Op hun website staat dit artikel, onder de direct al misleidende titels De zienswijze van de bijbel” “Is het juist om Jezus te aanbidden? Want wat volgt is niet de zienswijze van de Bijbel, maar die van het wachttorengenootschap. Kijk het maar na. Het is belangrijk om dit goed in gedachten te houden. Weet dat de geponeerde stellingen niet van God afkomstig zijn.

Ik haal op deze plaats een paar stukken uit dat artikel. Bijvoorbeeld dit gedeelte:

’Maar’, voeren sommigen misschien aan, ’geeft de bijbel niet te kennen dat wij ook Jezus moeten aanbidden? Zei Paulus niet in Hebreeën 1:6: „Alle engelen Gods moeten Hem [Jezus] aanbidden”?’ (Petrus-Canisiusvertaling) Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

De vraag stellen is ‘m beantwoorden… Hier gebruikt men wel de vertaling van “pro·skuʹne·o” met “aanbidden”. Zo staat het in de Petrus-Canisiusvertaling en in ieder geval ook in de vertalingen die de Textus Receptus als basis hebben. Het juist vertalen van dit Griekse woord is een kwestie van begrijpen waar het over gaat. Want het woord wordt ook regelmatig gebruikt in situaties waarbij het duidelijk is dat het niet om aanbidding gaat, maar om respect of in de verhouding tot iemand die boven de ander staat. Je moet dus je Bijbel kennen en al eerder aanvaard hebben dat de Here Jezus Christus God Zelf is. Of je dat nu begrijpt, moeilijk vindt, vreemd vindt, of niet. Dat doet er niet toe; gewoon accepteren wat er gezegd wordt.

In eerste instantie is het niet een kwestie van snappen, maar van accepteren (geloven) dat het is zoals God het zegt. Als we dat gedaan hebben, wordt duidelijk wat we aanvaard (geloofd) hebben. Maar het WTG heeft dit alles niet gedaan. Zij zegt in feite: “Wij geloven niet dat Jehovah, Jezus Christus en de Heilige Geest allen het Ene Wezen Gods zijn. Wij accepteren niet dat het zo moet zijn en dus leren wij het anders aan onze volgelingen.” Het WTG snapt het niet, accepteert het niet. Men maakt er vervolgens biologie van. Daarmee is het helemaal niet meer te begrijpen en klopt het niet meer met Gods Woord. Hun “bijbel” moet dan zoveel mogelijk aangepast worden en zo drijven het WTG en de Jehova Getuigen steeds verder weg van de Waarheid. Het gaat van kwaad tot erger.

Direct na de vraag komt het WTG in het artikel met weer een vraag, die ineens de redenatie een andere kant uitstuurt: “Hoe kunnen wij die schriftplaats begrijpen in het licht van wat de bijbel over afgoderij zegt?” Wat volgt zijn de bekende redeneringen van de JG. Daarbij moet je goed moet opletten dat je niet subtiel de verkeerde kant wordt uitgestuurd. Als je de Bijbel niet goed genoeg kent en niet goed kijkt wat er nu eigenlijk beweerd wordt en waar een aangehaalde Bijbelpassage over gaat, dan ga je mee in de verkeerde redenering. Goed opletten dus.

Het WTG gaat verder met voor hen zo bekende: “Eerst moeten wij begrijpen... ” Als dit er staat, dan moet u extra opletten, want het is bijna altijd de opmaat naar eigen leringen brengen en bestaande waarheid wegredeneren. Het wordt gevolgd door: “wat Paulus hier met aanbidden bedoelde“. Het WTG gaat nu uitleggen wat “Paulus bedoelde”, maar wat er werkelijk gebeurt is dat het WTG uitlegt wat ze zelf bedoelt. Het zou dus veel eerlijker zijn om te zeggen “wij denken dat Paulus dit bedoelt”. Maar dat doen ze niet, omdat dit natuurlijk te vrijblijvend is. Daarmee kan het WTG zich niet op de positie stellen van “door Christus aangestelde getrouwe en beleidvolle slaaf, die voedsel terechtertijd” geeft en dat ook als enige doet.

Als je aanmatigend zegt dat je “de waarheid hebt”, dan past de bescheidenheid van “wij denken dat het zo is, maar het zou ook anders kunnen zijn”, niet in dat plaatje.

Het WTG begrijpt zelfs de gelijkenis niet waarin het aanbidden van dé Koning voorkomt

Ik had al eerder opgemerkt dat het van kwaad tot erger wordt als je basiswaarheden niet aanvaardt. Dan begrijp je uiteindelijk niks meer van je Bijbel. In het artikel op de website laat het WTG dat dan ook goed zien. Bijvoorbeeld in dit stukje:

Beschouw eens de gelijkenis die Jezus vertelde van een slaaf die niet in staat was een aanzienlijk geldbedrag aan zijn meester terug te betalen. In die gelijkenis komt een vorm van dit Griekse woord voor, en de King James Version vertaalt dit door te zeggen dat „de dienstknecht daarom neerviel, en hem [de koning] aanbad [vorm van pro·skuʹne·o], zeggend, Heer, wees geduldig met mij, en ik zal u alles betalen” (Mattheüs 18:26; wij cursiveren). Verrichtte die man een daad van afgoderij? Helemaal niet! Hij bracht slechts de soort achting en respect tot uitdrukking die de koning, zijn meester en meerdere, toekwam.

Dit is een gelijkenis en dan moet je toch gelijk weten dat, als de Here Jezus een gelijkenis uitspreekt, het per definitie gaat om het nog verborgen Koninkrijk. De boodschap is in dat geval alleen bestemd voor Zijn discipelen en daarom spreekt de Heer in gelijkenissen. Vers 1 van hoofdstuk 18 zegt: Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen? Hier wordt klip en klaar vooruitgewezen naar het komende Koninkrijk waar de Here Jezus Christus Koning van zou worden op het moment dat hij van tussen de doden uit op zou staan. Vers 23 zegt: “Daarom wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken bij een zeker koning, die rekening met zijn dienstknechten houden wilde“.

Wie denkt u dat hier met de Koning bedoeld wordt? Wie is in de Bijbel dé Koning. Lijkt me helemaal niet moeilijk. Zeker ook omdat met de “dienstknechten” de Joden (als onderdeel van Israël) bedoeld werden en ook die conclusie is eenvoudig, als je tenminste opgelet hebt in de Evangeliën. De Here Jezus was voortdurend bezig te laten zien dat Hij de Messias van de Joden zou zijn. Op Hem zaten ze te wachten. Hij vertelde hen door tekst, tekenen en wonderen dat Hij de “Ik Ben” zou zijn. Dat hij Jehovah, de Naam voor de God van het verbondsvolk Israël, zou zijn. In Johannes 8 : 58 staat: “Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik“. Daar staat eigenlijk “Ik Ben”, verwijzend naar de Naam Jehovah.

De Joden begrepen dit in ieder geval, zo blijkt uit het volgende vers. “Zij namen dan stenen op, dat zij ze op Hem wierpen. Maar Jezus verborg Zich, en ging uit den tempel,…” Voor de Joden was het pure blasfemie. En dat notabene in hun tempel, dat Jezus zich “Ik Ben” noemde, dat Hij zei Jehovah te zijn. Zoals vaker, wilden zij Hem daarvoor ter dood brengen.

Mijn punt is dat het WTG helemaal kwijt is – of nooit geweten heeft – waar deze gelijkenis over gaat. Als ze dat wel geweten had, dan was het eenvoudig geweest om de concluderen dat pro·skuʹne·o terecht vertaald is met “aanbidden” in Matthéüs 18 : 26 in de Statenvertaling. Het gaat daar uiteindelijk om de Here Jezus Christus Zelf. Die zou dus aanbeden worden, omdat Hij God Zelf is en daarom het volste recht heeft om aanbeden te worden.

Leuk vind ik dat het WTG een argument gebruikt, dat als een boomerang terugkeert en hen vloert. En dat gebeurt ook met de andere twee voorbeelden die ze aanhalen in dat artikel. In het geval van Jozef is het een type van de Here Jezus Christus en de 12 stammen Israëls (is nog toekomst) en dus is het daar ook terecht vertaald met “aanbidden”. De “wijzen uit het Oosten” wisten heel goed wie de jonge Jezus was, zo blijkt uit o.a. dit artikel.

Jehovah’s Getuigen maken van “aanbidden” “hulde” als het hen goed uitkomt

Jehovah’s Getuigen maken van “aanbidden” het woord “hulde” als het hen goed uitkomt. Zoals in Hebreeën 1 : 6 (NWT) “ zegt hij: „En al Gods engelen moeten hem hulde brengen.” En dat is het geval als het aanbidden van Jezus weggeredeneerd moet worden. Het artikel gaat na de foutieve uitleg over “aanbidden” verder met: “Is Jezus waardig die hulde te ontvangen? Absoluut”. Wie het eerdere betoog geaccepteerd heeft, zit nu ineens met het woord “hulde”, dat uiteraard geen aanbidding in zich heeft, maar dat was dan ook de bedoeling van het WTG.

Erger is dat het WTG via het inruilen van “aanbidding” voor “hulde”, de Godheid van Christus wil laten verdwijnen uit de gedachten van wie dit leest. Oh ja, men probeert Hem in het vervolg van het artikel nog wel op een zeer hoge plaats te zetten en alle eer te geven, maar niet meer op de állerhoogste plaats, terwijl Hij in de Bijbel wel zo wordt geplaatst. Er is geen hogere Naam en de Naam van de Here Jezus Christus is uitermate (buiten de maat) verhoogd, leren Handelingen 4 en Filippenzen 2:

En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;

Wij zouden de Here Jezus Christus niet net zoals anderen “hulde brengen”, maar Hem aanbidden, dat veel verder gaat. Dit is eenvoudige Bijbelse waarheid, alleen helaas niet meer gezien door het WTG en de Jehovah’s Getuigen. Omdat men probeert de Godheid van de Here Jezus Christus te ontkennen en zelfs uit de Bijbel te verwijderen. In hun Redeneren boekje, bedoelt om aan de deur antwoorden te geven, noteert het WTG onder het kopje Jezus Christus: “Hij is de op één na hoogste persoon in het universum.” Dat is dus anders dan in Handelingen wordt gezegd.

“Een God die exclusieve toewijding eist”

De één na laatste alinea in het artikel op de website van de JG laat dan eindelijk waarheid zien:

De bijbel geeft echter duidelijk te kennen dat onze aanbidding — in de zin van religieuze verering en toewijding — uitsluitend aan God geschonken moet worden. Mozes beschreef hem als „een God die exclusieve toewijding eist”. En de bijbel geeft ons de vermaning ’Degene te aanbidden die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft’. — Deuteronomium 4:24; Openbaring 14:7. 

Dat klopt helemaal. God heeft dit gesproken. Hij is er nooit van afgeweken en zal dat ook nooit doen. Het Nieuwe Testament wijkt daar ook geen millimeter vanaf. Het legt alleen uit dat sinds de opstanding van Jezus van Nazareth, Déze is aangesteld (conform de profetie in Psalm 2) tot de Here Jezus Christus. Het is weer Petrus, nu in Handelingen 2, die dit verklaart:

Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt. 

Wat al voorzegd was, wat de Jezus van Nazareth aan de Joden predikte, wat Hij aan Zijn discipelen vertelde, werd uitgevoerd op de dag van de opstanding. Er is dus maar één God, die wij zouden aanbidden. Dat wordt ruim verteld in het Oude Testament en dus ook in het Nieuwe Testament. Het zou vreemd zijn als het daar ineens anders was. In Deuteronomium 6 : 4 wordt al gezegd (Statenvertaling):

Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!

“Enig” betekent “Eén”. In Jesaja 43 staat dit: Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

Gijlieden zijt Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn knecht, dien Ik uitverkoren heb; opdat gij het weet, en Mij gelooft, en verstaat, dat Ik Dezelve ben, dat voor Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zalJehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.

Het is daar gericht aan Israël. De Joden wisten dat de HEERE (Jehovah) hun Heiland was en dat er “dat voor Mij geen God geformeerd is, en na Mij geen zijn zal”. Zij wisten dat ze Hem zouden aanbidden. In Psalm 95 staat: Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

Komt, laat ons aanbidden en nederbukken; laat ons knielen voor den HEERE, Die ons gemaakt heeft.
Want Hij is onze God, en wij zijn het volk Zijner weide, en de schapen Zijner hand …

Uit diezelfde Schriften en uit de prediking van Jezus van Nazareth hadden zij kunnen weten dat “dezen Jezus” tot Here (Jehovah) en Christus gemaakt zou worden. Ze geloofden dat niet en na Zijn dood aan het kruis en Zijn opstanding geloofden zij het nog niet. Zij geloofden als groep nog steeds niet dat die Ene Heer, hun Heiland, hun Jehovah, gekomen was. Dat Hij geleden had voor de wereld en opgestaan tot leven voor wie in Hem geloven. Zij bleven dus verblind en zijn dat nog. Dat duurt tot op de dag dat de Here Jezus Christus met zijn Gemeente Zijn voeten op de Olijfberg zal zetten. Dan zullen zij “Hem aanschouwen die zij doorstoken hebben”. Dat zijn woorden van Jehovah Zelf. Het staat er zo in Zacharia 12:

Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.

Er is geen enkele onduidelijkheid over de Godheid van Christus. En evenmin over Wie Hij is, voor wie alleen de Schrift gelooft. Voor wie het WTG gelooft is dat allemaal wel onduidelijk, als men de WTG-leringen tenminste tot zich door laat dringen. Maar velen doen zelfs dat niet meer. Die kennen hun eigen leringen nauwelijks. Ze horen ze aan, zonder nog na te denken en dat is heel tragisch.

Mag ik u daarom oproepen om het aanbidden van God, van Jehovah, van de Here Jezus Christus, goed te onderzoeken? Bekeert u tot Hem alléén. Of om in de woorden van Petrus in Handelingen 2 te blijven:

… Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

De Apostel Paulus leert dat de Here Jezus Christus God is

De Apostel Paulus leert uiteraard niets anders. Hij zegt o.a. in 1 Korinthe 14 : 25:

En alzo worden de verborgene dingen zijns harten openbaar; en alzo, vallende op zijn aangezicht, zal hij God aanbidden, en verkondigen, dat God waarlijk onder u is.

Het gaat mij hier niet om het verhaal zelf, maar om de conclusie van God aanbidden, God verkondigen door te vertellen dat God onder de gelovigen was, in de tijd van Paulus. Dat is natuurlijk nog steeds zo. Verborgen voor de wereld, maar openbaar voor wie in Hem geloven. Het is de Here Jezus Christus die onder ons is, zo blijkt duidelijk uit vooral de leringen van Paulus. Hij werkt als Heilige Geest aan Zijn Gemeente, conform Zijn belofte, die in Johannes 14 staat:

Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 
Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen, en kom [weder] tot u. …

In Romeinen 9, aan het begin van de uitleg over Israël en de Gemeente, zegt Paulus in vers 5:

Welker zijn de vaders, en uit welke Christus is, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is God boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen. Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

Paulus vertelt op heel wat plaatsen wie God is. In Titus 2 zegt Paulus het zo:

Niet onttrekkende, maar alle goede trouw bewijzende; opdat zij de leer van God, onzen Zaligmaker, in alles mogen versieren.
Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.
Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus;
Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Onze Zaligmaker is Jezus Christus. Wij verwachten Zijn verschijning. Wij verwachten de verschijning van de groten God, namelijk onze Zaligmaker Jezus Christus. De Here Jezus is onze aanbidding waardig. Laat u zich daar niet van afbrengen door de dwaalleer van Jehovah’s Getuigen dat Hij niet aanbeden mag worden, maar:

Aanbidt God. Aanbidt de Here Jezus Christus.


Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

Jehova Getuigen aanbidden Here Jezus Christus niet

Eén reactie

  1. arie hamelink 02/06/2016

Voeg uw reactie toe

Translate »