Laat ons mensen maken

Laat ons mensen maken. Of zoals het in de Nieuwe Wereldvertaling (NWT), de “bijbel” van de Jehovah’s Getuigen (JG) staat: “laten wij de mens maken”. In het artikel “Wat zegt de Bijbel over God en Jezus?” op de website van de Jehovah’s Getuigen, gaat het wachttorengenootschap (WTG) in op Genesis 1 : 26-28. Verzen die zowel in leer van bekende kerken, als in het geval van de Jehovah’s Getuigen maar slecht begrepen wordt. Wat er in de vertaling staat, wordt door beide “partijen” gebruikt om hun leer omtrent de Godheid, omtrent Jehovah en Jezus, te “bewijzen”.

De “drie-eenheidsleer” versus de “Jehovah én Jezus-leer”

De orthodoxie zet de verzen in ten bate van de door haar al lang geleden ontwikkelde drie-eenheidsleer. En dat niet alleen, ook voor het idee dat dé mens, de nakomelingen van Adam en Eva, naar (overeenkomstig) Gods Beeld geschapen zouden zijn. Van dat laatste wijkt het wachttorengenootschap niet af. Maar over de “ons” of “wij” uit Genesis 1 vers 26, hebben ze uiteraard een andere mening. Geen drie-personen-in-één, conform de meervoudsvorm “ons” / “wij”, volgens het WTG. Het zou volgens hen hier om een “gesprek” gaan tussen Jehovah God en Zijn Zoon, Jezus. Jehovah zegt dan tegen Jezus: “laten wij…”

Overigens is, in het verslag van alles wat gemaakt en geschapen wordt in Genesis hoofdstuk 1, de eerste keer dat het zo voorkomt. Logischer zou geweest zijn, de redenatie van het WTG volgend dat Jehovah alles gemaakt heeft “via” Jezus Christus, dat dit tweegesprek aan het begin van het “scheppingsverslag” had gestaan en niet pas “op het einde van de zesde dag”. Waarom pas hier? Daar heb ik nog geen verklaring van gezien.

Jezus een afzonderlijke schepping leert het wachttorengenootschap

In het genoemde artikel van het WTG wordt onder het onderkopje “Jezus een afzonderlijke schepping” heel wat gezegd dat niet klopt met wat de Schrift leert. Maar het WTG wil maar “bewijzen” dat Jezus het eerste (“biologische”) schepsel was van Jehovah. En dan worden er rare dingen geleerd. Bijvoorbeeld in verband met “de wijsheid” in Spreuken 8. Zie daarvoor het artikel op onze andere website (Vlichthus), met als titel “De wijsheid in Spreuken 8”. De aanhangers van de leer der drie-eenheid gebruiken dit hoofdstuk ook voor hun “bewijs” inzake “de drie-personen van de Godheid”. Eveneens ten onrechte.

Via vers 30 komt het WTG tot de lering dat “Jezus, als de „wijsheid” in zijn voormenselijke bestaan” een “meesterwerker aan zijn [Gods] zijde was”. De Statenvertaling heeft op deze plaats “voedsterling” staan, als vertaling van het Hebreeuwse woord “êtsel”. Dat is niet gek gevonden, want volgens Van Dale is een betekenis van dit woord: “een voedsterling der muzen, een dichter.” Het hele hoofdstuk is poëzie. Een dichterlijke beschrijving van wijsheid, waar alles mee begint. Wijsheid voedt de dichter. Wijsheid is de grondslag van Gods Heilsplan, van al Gods Werk.

Achteraf mag je zeker concluderen dat de Here Jezus Christus (de Opgestane) dé Wijsheid is. Maar hier in Spreuken 8 wordt louter het begrip wijsheid besproken. Om dan te leren dat “Jezus, als de wijsheid in zijn voormenselijke bestaan een meesterwerker aan Gods zijde was“, gaat ver buiten de “bevoegdheden” inzake bijbeluitleg. Wat het WTG er van gemaakt heeft, is niet meer dan een dwaalleer.

Kolossenzen 1 : 16

Daar blijft het niet bij, want het artikel gaat verder met: “In overeenstemming met deze rol van meesterwerkman zegt Kolossenzen 1:16 over Jezus: „God heeft door (tegenwoordig staat er “via”) hem alles geschapen in de hemel en op aarde.” Op slinkse wijze probeert het WTG de woorden “Jezus” en “meesterwerkman” te koppelen aan Kolossenzen 1 : 16. Wie niet oplet, denkt dat dit kan. Die denkt dat Jehovah alles gemaakt heeft, maar dan wel via het eerste schepsel Jezus. Uiteraard leert de Bijbel dit niet zo.

In de verzen 13-16 gaat het over “den Zoon Zijner liefde“. Daarvan wordt gezegd (“Denwelke”):

In Denwelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden;
Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene (Grieks: “prōtotokos”, wat “eerste”, “unieke” betekent) aller kreaturen.
Want door Hem zijn alle dingen geschapen (Grieks: gecreëerd, gemaakt), die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

De Zoon Zijner liefde heeft alles geschapen

Het gaat hier dus om de Zoon, die het “eerstgeboorterecht” heeft. Die het Beeld van de onzienlijke God is (o.a. Hebreeën 1) en dat betekent dat we ná de opstanding van Jezus zijn terechtgekomen in deze verzen. Niet vreemd, want ze zijn opgeschreven door de Apostel Paulus. Hij is een wedergeboren lid van de Nieuwe Schepping. Levend, en het Evangelie van de Genade Gods verkondigend, onder het Nieuwe Verbond. Dan kan er ook staan dat alle “alle dingen door Hem en tot Hem geschapen zijn”. De Zoon, aangesteld op de dag van Zijn opstanding (o.a. Handelingen 13, Hebreeën 2), die wij óók kennen (= Dezelfde) als Here Jezus Christus, heeft alles geschapen (door Hem) en ook “tot Hem”. Oftewel “ten behoeve” of “ten dienste” van Hem. Het gaat dus om de creatie van wat genoemd wordt, en dat onder het Nieuwe Verbond.

Het wachttorengenootschap kan het bovenstaande niet zien, omdat men de begrippen Vader en Zoon in de Bijbel niet begrijpt. Men heeft er “biologie” van gemaakt. Vervolgens schroomt men niet in het minst om een wel héél grote dwaalleer over te brengen aan de eigen leden en degenen die dat willen worden. Het artikel zegt:

Het was dus door bemiddeling van (= “via” geworden) deze meesterwerker, zijn jongere partner als het ware, dat de Almachtige God alle andere dingen schiep

Want waar de Statenvertaling (en ook álle andere vertalingen) netjes heeft staan: “alle dingen zijn door Hem”, heeft het WTG er dit van gemaakt: “Alle andere dingen zijn via hem en voor hem geschapen.” In geen enkele grondtekst staat het woordje “andere”. Ook niet in de grondtekst die voor de Nieuwe Wereldvertaling gebruikt is (zie artikel “Jezus Christus is schepsel volgens Jehova Getuigen”). 

Sprak God tot de voormenselijke Jezus in Genesis 1 : 26?

En zo bouwt het WTG zorgvuldig het idee op dat Jehovah God en Zijn Zoon, die dan al Jezus heet, als “jongere partner“, Zijn “meesterwerkman” met elkaar aan het “scheppen” zijn (hoe dat er ook moge uitzien…). En dan – “laat op de zesde dag” – zegt Jehovah tegen Jezus: “Laten wij de mens maken naar ons beeld.” (NWT) De WTG-tekst op de website, waarbij men gelijk ook maar even de Drieëenheid aanpakt,  zegt:

God sprak ongetwijfeld tot deze meesterwerkman toen hij zei: „Laten wij de mens maken naar ons beeld” (Genesis 1:26). Sommigen hebben beweerd dat de woorden „wij” en „ons” in deze uitspraak op een Drieëenheid duiden. Maar als u zou zeggen: ’Laten wij iets voor onszelf maken’, zou normaal gesproken niemand dat opvatten als een aanduiding dat in u verscheidene personen tot één zijn samengevoegd. U bedoelt gewoon dat twee of meer afzonderlijke personen samen aan iets zullen werken. Toen God de woorden „wij” en „ons” gebruikte, sprak hij dus ook gewoon tot een andere persoon, zijn eerste geestelijke schepping, de meesterwerkman, de voormenselijke Jezus.

Sprak God tot de voormenselijke Jezus in Genesis 1 : 26? Volgens het wachttorengenootschap wel. Volgens de Bijbel niet, want die kent helemaal geen “eerste geestelijke schepping, de meesterwerkman, de voormenselijke Jezus”. Dat is een enorme dwaalleer.

“Ons” in Genesis 1 : 26

Hoe zit het dan wel met “Ons” in Genesis 1 : 26 en in Genesis 3 : 22? Zoals zo vaak is het een kwestie van goed lezen en nadenken over taal en over hoe het elders in de Bijbel wordt besproken. En als het nodig is, extra goed naar de grondtekst kijken. In dit geval is dat nodig. De Hebreeuwse taal heeft namelijk niet alle woorden die we wel vinden in de vertaling. Eerst maar even Genesis 1 : 26 in de Statenvertaling:

En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

In het Hebreeuws staan een stuk minder woorden, zo blijkt uit dit overzicht. Eerst het Hebreeuwse woord met daarachter hoe het door ons uitgesproken/gelezen wordt en dan het basiswoord in het Nederlands. Bron: blueletterbible.org.

אֱלֹהִים ‘elohiym  (God)  –  אָמַר ‘amar (sprak)  –  עָשָׂה `asah (maken, produceren)  –  אָדָם ‘adam (Adam)  –  צֶלֶם tselem (beeld)  – דְּמוּת dĕmuwth (gelijkenis)  –  רָדָה radah (heerschappij)  –  דָּגָה dagah (vissen)  –  יָם yam (zee)  –  עוֹף `owph (gevleugelden)  –  שָׁמַיִם shamayim (hemelen)  –  בְּהֵמָה bĕhemah (beesten)  –  אֶרֶץ ‘erets (land = aarde)  –  רֶמֶשׂ remes (kruipenden)  –  רָמַשׂ ramas (kruipen)  –  אֶרֶץ ‘erets (land = aarde)

Zonder extra toegevoegde woorden staat er dan ongeveer dit:

God sprak maken Adam beeld gelijkenis heerschappij vissen zee gevleugelden hemelen beesten land kruipenden kruipen land.

Uiteraard is dit niet te lezen voor ons en daarom maken vertalers er een leesbaar geheel van. Waarvoor dank. Ze voegen in onze taal woorden, begrippen en interpunctie toe. Dat doen ze op basis van wat men begrijpt dat hier bedoeld wordt. Oprecht, naar beste weten en met alle besef dat het om Gods Woord gaat. Ik heb groot respect voor het werk dat de Statenvertalers afgeleverd hebben. Maar dat wil niet zeggen dat het altijd helemaal correct is.

In dit geval denk ik dat de vertalers een aantal toen ook heersende denkbeelden hebben “meegenomen” in hun vertaling. Bijvoorbeeld dat de mens, te beginnen bij Adam, hier geschapen zou zijn als beelddrager van God. Met als doel heerschappij (rentmeesterschap) te hebben over Zijn schepping. Gods schepping dus, die op aarde onder “leiding” van de aardse mens zou staan. Zo wordt het nog steeds geleerd en helaas ook vaak misbruikt voor eigen gewin.

De vertaling met “mensen” is niet goed. Er staat echt “Adam maken”. Eén dus. Opmerkelijk is dat het woord “asah” (maken) genoemd wordt in verband met Adam. Dus niet het woord “bara”, wat “scheppen” (iets nieuws maken wat nog eerder niet was) betekent. Dat wordt in het volgende vers wel gebruikt, maar hier dus nog niet. Hier gaat het om het Plan Gods dat in eerste instantie spreekt over de Tweede Adam, de Here Jezus Christus. De mens Adam, geformeerd uit het “stof der aarde” is een type daarvan, maar uiteraard niet dé definitieve versie van dé Mens. (Psalm 8)

Mensen, geboren uit Adam en Eva, zijn niet Gods beelddragers

De mensen, geboren uit Adam en Eva, zijn geen beelddragers van God, maar van Adam. Dat zegt Paulus in 1 Korinthe 15, als hij vertelt dat wij ook het “beeld des Hemelsen (de tweede Mens – de Heere – uit de hemel) zullen gaan dragen”. Er staat:

En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben…

De mensen, nakomelingen van Adam en Eva, zijn dus niet de beelddrager Gods. En dat is ook helemaal niet moeilijk om vast te stellen. De Tweede Mens, de Tweede Adam is dat wel. Christus is hét Beeld Gods, leert de Bijbel in ieder geval. In 2 Korinthe 4 : 4 zegt Paulus:

… het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.

We zúllen beelddragers Gods worden, maar dan alleen omdat wij ín Christus zijn. Deel zijn van Zijn verheerlijkt Lichaam. Maar Christus (de Opgestane) is de Enige Beelddrager Gods, waarover al in Genesis 1 werd geschreven.

De Majesteitsmeervoudsvorm

De vertalers zijn ergens ook tot de conclusie gekomen dat de steunwoorden “Ons” (bij “maken”) en “zij” (bij mensen) noodzakelijk waren om vers 26 leesbaar te maken. Maar deze woorden staan er dus niet op die manier in het Hebreeuws. Ze zijn het resultaat van de interpretatie van de Statenvertalers. Dat zouden we ons wel realiseren voor we wat hier staat tot absolute waarheid verheffen. Voordat deze tekst tot anker gemaakt wordt voor de drie-eenheidsleer of de “Jehovah-in-gesprek-met-Jezus-leer” van de Jehovah’s Getuigen.

Wellicht komt de vertaling in vers 26 voort uit het begrip omtrent het woord voor God “אֱלֹהִים ‘elohiym“. Op de website advocaal.nl staat daarover dit:

God (El in mannelijk meervoudsvorm). Elohim is een meervoudsvorm, omdat deze God Zich op verschillende manieren, in verschillende hoedanigheden, aan Zijn schepping geopenbaard heeft. Hoedanigheden die Hij gebruikt heeft om Zijn doel te bereiken. 

en:

Deze vier hoedanigheden van de Godheid: Elohim, Geest, Jehovah en Jezus, hebben de 5e voortgebracht, namelijk de Christus: de HEERE (= Jehovah) Jezus Christus, de Eersteling van een volkomen nieuwe schepping, waarin gerechtigheid blijft. (2 Petrus 3 : 13)

De vertalers zouden de Majesteitsmeervoudsvorm, die wij kennen in onze taal (Wij, de Koning der Nederlanden) voor “Elohim” (God) toegepast kunnen hebben in dit vers. Ik weet het niet en van de “Statenvertaling met kanttekeningen” word ik niet wijzer.

Genesis 1 : 27

En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

Taalkundig is dit eigenlijk een vreemd vers. Ik bedoel, dat er eerst staat “God schiep (enkelvoud en niet meer “Wij”, zoals in vers 26) de mens”. De lezer wordt hier evenwel op het spoor gezet van “de mensheid”, te beginnen bij Adam. Zo wordt het doorgaans ook begrepen en dat vinden we terug in het laatste deel van het vers: “man en vrouw schiep Hij ze”.

Maar eerst volgt op “schiep den mens”, de tekst “schiep Hij hem” (enkelvoud, mannelijk). Als het “de mensheid” was geweest, zoals op z’n minst wordt gesuggereerd, had hier moeten staan “schiep hij hen“. Dán had het besluit kunnen zijn: “man en vrouw schiep Hij ze” (meervoud i.v.m. man en vrouw). Hier staat “schiep” (Hebreeuws: “bara”) ook weer in het enkelvoud. Dus niet Jehovah en de “eerste geestelijke schepping, de meesterwerkman, de voormenselijke Jezus”, die “samen aan iets werken”, volgens het wachttorengenootschap, maar God schiep, leert de Bijbel. De Naam Jehovah wordt hier overigens nog niet genoemd. Die Naam komt aan de orde in Genesis 2, in Adam’s verslag van de eerste gebeurtenissen. (Zie het boek “Ontdekkingen over Genesis.)

In Genesis 1 vers 26 ligt de nadruk op het Plan Gods en vers 27 beschrijft het begin van de uitvoering van dat Plan. Dat, wat mij betreft, “gestalte” kreeg bij de opstandig van de Here (Jehovah) Jezus, toen Hij werd aangesteld tot Zoon en Christus. Dit heeft niks te maken met enige “biologische” verwekking van “Jezus in zijn voormenselijke bestaan“.

Wanneer kwam Eva in de wereld?

De vertaling “man en vrouw schiep Hij ze”, ziet er in het Hebreeuws zo uit: זָכָר zakar (man; mannelijk)  –  נְקֵבָה nĕqebah (vrouw; vrouwelijk)  –  בָּרָא bara’ (scheppen).

Het woordje “ze” staat er niet. Dat is de vertaal-interpretatie, berustend op de gedachte dat God hier, in Genesis 1 : 27, Adam en Eva geschapen zou hebben. Het is de vraag of dit ook zo is, hoewel het zou kunnen, als je beseft (op Bijbelse gronden) dat man en vrouw één zijn. De betekenis van scheppen is in eerste instantie “de creatie van iets origineels”. Dat is lang niet altijd materie. Later staat dat Hij de mens Adam formeerde uit de aarde, de grond. Weer wat later komt Eva “ten tonele”. In Genesis 2 : 16 staat dat Jehovah zegt: “Ik zal hem een hulpe maken.” Ook hier vinden we weer het woord עָשָׂה`asah, “maken” dus en niet “scheppen” (“bara”). Genesis 3 : 20 (in het verhaal van Adam) wijst op de “moeder” van ons mensen. De vrouw waar ons aardse leven uit voortgekomen is, waar ieder mens uit voortgekomen is:

Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw Heva, omdat zij een moeder aller levenden is.

Wij mensen zijn voortgekomen uit Adam en Eva, waarbij Adam geformeerd is “uit het stof der aarde”. Eva werd door God gemaakt uit Adam. Als “been van mijn benen, en vlees van mijn vlees”. (Genesis 2 : 23) Ieder mens in het “vlees” is voortgekomen uit de “eerste mens”, die “is uit de aarde, aards,” volgens Paulus in 1 Korinthe 15 : 47. Dit heet de oude schepping. Die is al en zal nog worden weggedaan. Die is en zal worden vervangen door een Nieuwe Schepping, inclusief Nieuwe Hemelen en een Nieuwe Aarde.

God roept een ieder die “in Adam geboren is” deel uit te gaan maken van die Nieuwe Schepping, waarin Christus de Beelddrager Gods is. Die weg is open inmiddels, sinds de opstanding. De mens mag vrijmoedig ingaan op die “versen en levenden weg”. (Hebreeën 10 : 20) Wat een geweldig vooruitzicht geeft dat. Wij zullen in Christus Beelddrager Gods zijn. De Apostel Paulus zegt in 1 Korinthe 15 : 49 namelijk:

En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.

Genesis 1 : 28

De vertaling van vers 28 gaat verder op het pad van “de mensheid” en niet dat van de Tweede Adam. Er staat namelijk dit in de SV:

En God zegende hen, en God zeide tot hen

Maar in de Hebreeuwse grondtekst, die veel minder woorden gebruikt, staat ook nu weer niet “hen” en “tot hen”. Ook dat is weer een toevoeging op basis van interpretatie van de vertalers om het leesbaar te maken. Dat vraagt overigens nog wel om een verklaring van “man en vrouw schiep Hij ze”, aan het eind van vers 27.

“Ze” staat er dus niet. En dat geeft meteen “lucht” om de Hebreeuwse woorden זָכָר zakar en נְקֵבָה nĕqebah te lezen als zijnde “mannelijk en vrouwelijk”. God schiep in de Tweede Adam (Christus) zowel het “mannelijke als het vrouwelijke”. Hij werd daarmee zowel de Vader als de Moeder van “de kinderen Gods” in die Nieuwe Schepping, die begonnen is op de opstandingsdag. Alles in Eén!

Mannelijk en vrouwelijk

De verhouding “mannelijk staat tot vrouwelijk” komen we vaker tegen in de Bijbel. In ieder geval met betrekking tot de Gemeente. Waarbij het Hoofd – Christus – het Mannelijke is en Zijn Lichaam – de Gemeente – het Vrouwelijke is ten opzichte daarvan. Het gaat om verhoudingen die God in Zijn Schepping heeft gelegd. In het laatste deel van Efeze 5 legt Paulus dit goed uit, waarbij hij in vers 32 zegt:

Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente.

De apostel grijpt terug op Genesis 1 : 27 en past dat toe op Christus (de Tweede Adam) en de Gemeente, die ín Hem is.

Genesis 1 : 26 en 27 gaat over de Tweede Adam

Genesis 1 : 26 en 27 spreken in eerste instantie over de Tweede Adam, de hemelse Adam. Hij kreeg later in de Nieuwe Schepping gestalte; in de Here Jezus Christus. Toen het Nieuwe Verbond aangevangen is. Wat hier beloofd wordt aan déze Adam, kán pas uitgevoerd worden in de Nieuwe Schepping en niet in de tijdelijke herschepping (restitutie), waarin Adam en Eva gezet zijn. In tweede instantie – een lagere toepassing – zijn deze verzen tot aan het einde van hoofdstuk 1 ook van toepassing op Adam, die een éénheid vormde met Eva.

Ik realiseer mij echt wel dat het bovenstaande voor velen nieuw is en derhalve ook vreemd klinkt. Zover ik het begrijp worden er twee “geschiedenissen” in elkaar verteld. Namelijk die van de schepping van de Tweede Mens (Adam) en tegelijkertijd, die van de stoffelijke Adam. Best lastig om dat te begrijpen, maar achteraf toch ook weer niet. Neem de moeite om het e.e.a. nog verder te onderzoeken. Wellicht dat deze audiostudie “Beelddrager Gods” daaraan een bijdrage levert.

Adam is geformeerd uit “het stof der aarde”

Genesis 2 van af vers 5 is het verhaal van Adam. Dat loopt tot 5 : 1, waar staat: “Dit is (was) het boek van Adams geslacht“. Adam “introduceert” de Naam “Jehovah” (HEERE). De Naam van het uitgedrukte Beeld Gods, dat met Adam en zijn nakomelingen zou gaan “communiceren”. Er staat: “Jehovah God” formeerde de mens uit “het stof der aarde”, uit de grond dus (uit: אֲדָמָה ‘adamah). Daar is wel wat meer over te vertellen, maar in dit verband gaat het mij om “formeerde”. Dat is het Hebreeuwse woord יָצַר yatsar. Waaruit de conclusie is dat onze voorvader Adam weliswaar een unieke creatie is (geschapen), maar vervolgens letterlijk geformeerd is (voortgekomen is) uit de aarde (grond). God, onder de Naam Jehovah (niet “in samenwerking met Jezus”) formeerde – maakte – uit een gevallen schepping Adam, want dat grondwoord staat waar “den mens” staat in de vertaling. God schiep de Tweede Adam, de hemelse, de laatste Adam (1 Korinthe 15 : 45) níet uit het stof der aarde.

“Ons” in Genesis 3 : 22

Dan moet ik het nog kort hebben over het “ons” in Genesis 3 : 22, waar staat (NWT):

Toen zei Jehovah God: ‘De mens is nu als een van ons geworden als het gaat om de kennis van goed en kwaad. …

Uiteraard komt het wachttorengenootschap met de verklaring dat “Jehovah God en Zijn eniggeboren Zoon” de “ons” in Genesis 3 : 22 zou zijn. (Zie Vragen van lezers; Wachttoren 15-10-2003.) Maar ook nu geldt wat eerder geschreven is i.v.m. Genesis 1 : 26. “Ons” is ingevoegd door de vertalers om het de lezer duidelijk te maken waar het – volgens hen – om gaat. In het Hebreeuws staat alleen: אֶחָד ‘echad, direct gevolgd door: יָדַע  yada`.

“Echad” kan nogal wat betekenissen hebben in onze taal, afhankelijk van het gebruik van het woord: (juist, verenigd, d.w.z. één; of (als ordinaal = met betrekking tot een rangorde) eerst: – een, gelijk, alleen, helemaal, en, elke (-iets), per stuk, een bepaalde, (elke), elke (een), elf, elke, enkele, eerste, snelweg, een man, een keer, een, alleen, andere, sommige, samen, (zie bron).

Het woord “yada” wordt vertaald met “of us to know”. Maar “of us” (“van ons”) staat er niet expliciet. Het is een interpretatie van de vertalers. Zij denken dat dit is wat er met minder woorden in het Hebreeuws verteld wordt. Zij hebben er een “lopend geheel” van gemaakt. Geen probleem, als we zelf maar blijven nadenken.

Blijf daarom zelf de Schrift (niet de JG-lectuur) onderzoeken, net zoals de gelovigen te Berea. (Handelingen 17) Het gaf hun niet alleen de nodige kennis van wat God gesproken had, maar ze werden ook nog eens als “edeler” beschouwd. Niet omdat ze zo goed hun best deden of netjes leefden, want daarover gaat het niet. Het was enkel en alleen omdat ze Gods Woord serieus namen en echt en eerlijk wilden weten hoe de dingen in elkaar steken. Gezien vanuit Gods standpunt uiteraard. Dat is een mooi voorbeeld om na te volgen. Dat kan de mens beter doen dan het leren en verkondigen van de vaak wel heel vreemde leringen van het wachttorengenootschap.


Laat ons mensen maken

Laat ons mensen maken

Een reactie

  1. Frits van Pelt 22/02/2020

Geef een reactie

Translate »