Uitsluiting van Jehova Getuigen door wachttorengenootschap

Uitsluiting van Jehova Getuigen door wachttorengenootschap (WTG). Daarmee is direct het probleem benoemd, want waar iemand eventueel uitsluiten in de Bijbel puur een individuele beslissing is, is dat bij de Jehovah’s Getuigen tot een collectief opgelegde wet geworden. Het wachttorengenootschap is verantwoordelijk voor de ridicule wetgeving omtrent uitsluiting van Jehova Getuigen (excommunicatie) uit hun organisatie.

De inquisitie van het wachttorengenootschap

Als je het niet zelf hebt meegemaakt, dan is het misschien moeilijk voor te stellen hoeveel impact de uitsluiting uit de organisatie van Jehova Getuigen voor alle betrokkenen heeft. In de loop der tijd hebben heel veel mensen er mee te maken gekregen, zowel Jehova Getuigen als niet-JG. Dat heeft veel schrijnende en in-en-in-trieste ervaringen opgeleverd. Onbeschrijfbaar leed zelfs. Ik heb er in ieder geval al veel gehoord en gelezen. Familiebanden en vriendschappen worden zonder pardon uit elkaar getrokken door de regels van het wachttorengenootschap. Die regels gelden – ook weer op straffe van uitsluiting – voor alle Jehova Getuigen.

Ik heb het wel zelf meegemaakt en heb zelf ervaren hoe de inquisitie van het wachttorengenootschap werkt. Aanklagers en rechters komen uit exact dezelfde hoek. Als aangeklaagde mag je niemand meenemen en wat je ter verdediging aandraagt wordt op geen enkel moment inhoudelijk bekeken. Dat wordt daarentegen bijzonder snel aan de kant geveegd. De uitslag staat bij voorbaat al vast. De aangeklaagde moet heel diep buigen voor het WTG en als dit niet naar tevredenheid gebeurt, volgt excommunicatie en wordt de Jehova Getuigen uitgesloten uit de organisatie. Het is een zeer vernederende en onrechtvaardige procedure. Het is niets anders dan de inquisitie van Rooms-katholieke kerk van vroeger. Dat was alleen maar “kerkelijk recht” en had niets met de Christelijke Gemeente van God te maken. Letterlijk vloeit er geen bloed bij deze inquisitie, maar de marteling van de veroordeelde is wellicht veel erger; deze houdt zelfs decennia lang aan.

Consequenties van uitsluiting van Jehova Getuigen door het wachttorengenootschap?

Het geen lid meer zijn van de organisatie van Jehovah’s Getuigen is natuurlijk niet het probleem. Dat is juist in alle opzichten bevrijding. Het probleem is echter dat de individuele Jehova Getuige collectief (het is verplicht dit uit te voeren) wordt opgelegd om niet met een uitgesloten persoon (ook familie en vrienden) om te gaan, niet met ze te eten en die zelfs niet te groeten. Onvoorstelbaar maar waar.

Uitgeslotenen worden als paria’s behandeld door Jehova Getuigen. Niet door iedereen, want er zijn er zeker die zich de uitsluitingswet evenmin snappen en zich niet of niet geheel laten voorschrijven wat men in dit verband moet doen, maar velen zijn zo “strak in de leer” dat ze hun eigen familie de facto dood verklaren. De consequenties van uitsluiting van Jehova Getuigen door het WTG gaan dus heel ver. Kijk eens op de website AVJG voor meer informatie over uitsluiting. Er zijn er meer die over dit onderwerp geschreven hebben.

De onderbouwing van uitsluiting van Jehova Getuigen door het wachttorengenootschap?

Zoals met alle leerstellingen van de Jehovah’s Getuigen, wordt er weer “gewinkeld” in de Bijbel om het extreme uitsluitingsbeeld te verklaren. Het WTG durft zelfs te spreken over “voordelen van de uitsluitingsregeling” om het maar te kunnen verkopen aan de leden die hun eigen vrienden, familie of gezinsleden als zijnde dood moeten behandelen. Lees het artikel “Waarom uitsluiting een liefdevolle regeling is” op de JG-website. In deze uiteenzetting beperk ik mij tot het artikel op de website van de JG, onder de titel: “Uitsluiting uit de gemeenschap“. Daarin worden de volgende vier onderwerpen besproken ter rechtvaardiging van het optreden van het WTG. “Jehovah’s optreden”, “Onder de Mozaïsche wet”, “Het Sanhedrin en de synagogen” en de “christelijke gemeente”.

Door in het verband met uitsluiting de voorbeelden onder “Jehovah’s optreden” te noemen, plaatst het WTG zich zo maar even op hetzelfde niveau als God. Maar God is als Schepper gerechtigd om te handelen met Zijn schepping zoals Hij het goeddunkt. Dat geldt dus niet voor de mens, hoewel die dat helaas wel heel vaak zo denkt, ook buiten de JG. Een onterecht argument dus in deze discussie.

Vervolgens wordt er een beroep gedaan op “Onder de Mozaïsche wet“. Volledig onterecht, want de gelovige in deze tijd leeft niet onder de wet en zeker niet onder de Mozaïsche wet. Die was onderdeel van het exclusieve verbond tussen Jehovah en het volk Israël. Jehova Getuigen houden zich natuurlijk ook niet aan de wet, alleen wat hen uitkomt, wordt genoemd en dan weer niet volledig, want men doet nu niet meer in de praktijk wat ze schrijven over dit onderwerp: Voor ernstige of moedwillige overtredingen tegen Gods door bemiddeling van Mozes gegeven wet kon men worden afgesneden, dat wil zeggen, ter dood worden gebracht. Afval, afgoderij, overspel, het nuttigen van bloed en moord behoorden tot de overtredingen waarop deze straf stond.

Dat durft het WTG natuurlijk niet aan, maar via een andere route “doodt” men wel. In ieder geval is dit weer een onterecht argument dus in deze discussie.

Waarom het erbij betrekken van “Sanhedrin en de synagogen” nodig is, ontgaat mij geheel. Als wedergeboren kinderen Gods, leden van de Nieuwe Schepping, levend onder het Nieuwe Verbond, hebben wij helemaal niets van doen met deze Joodse instituten. Dan ga je daar toch geen rechtvaardiging uit halen voor beslissingen die zulke grote consequenties hebben? Wij worden niet gevraagd te leven volgens de Joodse leefstijl en regels. Wij zouden daarvan juist afstand nemen om te leven vanuit de Genade. Geen wet, maar Genade! Dat is dé prediking van het Nieuwe Testament. Het is dus wederom een erbij gesleept argument, kennelijk bedoeld om meer importantie aan de eigen verklaring te geven, maar ook deze argumentatie is onterecht.

Wat overblijft is de “christelijke gemeente“, waarbij meteen opvalt dat het WTG hiermee de plaatselijke samenkomst bedoelt. De Christelijke Gemeente is echter het ORGANISME waarvan de Here Jezus Christus het Hoofd is en alle gelovigen sinds Zijn opstanding leden van dat Lichaam zijn. Dit ontgaat het WTG blijkbaar, want men erkent in de praktijk Christus niet als Hoofd, maar zet zich zelf daarvoor in de plaats. Vanuit die positie gaat men de voorbeelden aanhalen. Laten we eens bekijken wat er gezegd wordt: uitsluiting van Jehova Getuigen

WTG: Op basis van de beginselen uit de Hebreeuwse Geschriften autoriseren de christelijke Griekse Geschriften zowel door rechtstreeks gebod als op grond van precedenten de maatregel van excommunicatie of uitsluiting uit de christelijke gemeente. Door deze door God verleende autoriteit uit te oefenen, houdt de gemeente zich rein en bewaart ze een goede positie voor Gods aangezicht. De apostel Paulus gaf op grond van de hem verleende autoriteit de opdracht een incestueuze hoereerder, die de vrouw van zijn vader had genomen, uit te sluiten (1 Kor 5:5, 11, 13). Hij wendde deze autoriteit ook aan toen hij Hymeneüs en Alexander uit de gemeenschap sloot (1 Ti 1:19, 20). Diotrefes daarentegen probeerde anderen kennelijk ten onrechte uit de gemeenschap te sluiten. — 3 Jo 9, 10.

Met veel woorden wordt de eerder genoemde voorbeelden aan het uitsluiten uit de christelijke gemeente gekoppeld. Het wordt zo gesteld dat de JG werkelijk denkt dat de “christelijke gemeente” een onderdeel is van de organisatie van Jehovah’s Getuigen en niet meer dan dat. Direct wordt dat gevolgd door de “conclusie” dat God hen autoriteit verleend heeft om uit te sluiten. Zij stellen zich op het zelfde niveau als Paulus. Hoewel Paulus alleen aangesteld was om hét Evangelie te verkondigen en gelovigen en plaatselijke samenkomsten te versterken. Hij was niet de baas van de gelovigen, zoals het WTG wil doen overkomen.

Paulus wilde niets liever dan diepere waarheden (de Hemelse dingen) uitleggen, maar hij moest zich meer dan hem lief was uitspreken over aardse zaken, over het vlees. Dat was zeker het geval met de Korinthiërs, die er op een bepaald moment maar weinig meer van begrepen wat dat leven uit Genade (Efeze 3 : 2) inhield. Zij waren veel meer met de “werken van het vlees bezig, in plaats van met de “vruchten van de geest”. Zij leefden “vleselijk”, terwijl ze wel wedergeboren christenen waren. Dat kan dus, hoewel het zeker niet de bedoeling is. Maar dat is geheel de verantwoordelijkheid van de individuele gelovige. Daar gaat zo’n beetje heel 1 Korinthe over.

Paulus komt pas in de laatste hoofdstukken toe aan waar het hem eigenlijk om gaat. Lees met dit in gedachten 1 Korinthe 5 in de Statenvertaling en zie dat Paulus hier raad geeft over specifieke gevallen en zeker geen wet uitvaardigt voor uitsluiting op basis van allerlei zaken die het WTG goed uitkomen.

Zijn uitspraak “Denzulken over te geven aan den satan” gaat niet over uitsluiten, maar is een vaststelling dat wie uit het vlees leeft, i.p.v. uit de Genade, zich in de praktijk onderwerpt aan de satan. Dat verderft het vlees, staat er vervolgens, maar in het geval van een wedergeboren kind van God, heeft dat geen invloed op zijn behoud in de eeuwigheid. Wel op zijn loon en heerlijkheid, maar dat is een ander onderwerp. Daar heeft Paulus het hier niet over, maar wel op andere plaatsen. uitsluiting van Jehova Getuigen

Paulus sloot niet uit, zoals de JG dat doen. Het wordt wel in hun tekst gezegd, maar dat is dus niet terecht. Opletten dus dat u niet meegaat in deze verkeerde gedachten.

WTG: Enkele overtredingen waarvoor men uit de christelijke gemeente gesloten kan worden, zijn hoererij, overspel, homoseksualiteit, hebzucht, afpersing, diefstal, liegen, dronkenschap, beschimping, spiritisme, moord, afgoderij, afval en het veroorzaken van verdeeldheid in de gemeente (1Kor 5:9-13; 6:9, 10; Tit 3:10, 11; Opb 21:8).

Hoewel de lijst niet compleet is, zijn er nogal wat “overtredingen” volgens het WTG. Die treedt overigens lang niet altijd op tegen de dingen die hier genoemd worden. Het is meer hoe het hen uitkomt. Bij de een wel en de ander niet. Om te kunnen uitsluiten trekt men een paar verzen uit verband en weet men eigenlijk niet wat er gezegd wordt. Bijvoorbeeld in 1 Korinthe 6 : 9 en 10, een veel aangehaalde schriftgedeelte door de JG. In het kader van zijn lange verhandeling aan de vleselijk ingestelde gelovigen in Korinthe, zegt Paulus dat “onrechtvaardigen” en hij noemt daarvan een paar voorbeelden, het Koninkrijk niet zullen beërven.

Paulus betoogt dat de gelovige in Christus gerechtvaardigd (geheiligd) is van deze dingen en dat hij of zij dus vanuit die rechtvaardiging zou leven en niet zou teruggaan daar de dingen van voorheen. Want men zou weten dat de genoemde dingen niet voorkomen in het Koninkrijk Gods. Daar zou een gelovige dus niet mee bezig zijn, want met het beoefenen van deze dingen, terwijl men toch behouden is als wedergeboren kind van God, wordt geen erfenis opgebouwd. Naar die erfenis (heerlijkheid) zou een gelovige streven en niet naar bezig zijn met de vleselijke dingen van deze wereld.

Paulus zegt dit alles als raad, als advies, als richting van de gelovige. Dat doet hij regelmatig met nadruk, maar nooit als wet voor de individuele gelovigen en al helemaal niet als collectieve wet voor iedereen. Dat kon hij ook niet doen, want de wet was teniet gedaan, alleen “God liefhebben bovenal…” en dat vanuit het leven uit Genade, is overgebleven, sinds dat het Koninkrijk van de Here Jezus Christus is opgericht op de dag van Zijn opstanding.

Een kind van God (op grond van zijn/haar geloof in de Here Jezus Christus) heeft een levende verhouding met Christus. Hij is één plant met Hem geworden (Romeinen 6 : 5) Christus is in hem en hij is in Christus leert de Paulus in de Bijbel (maar helaas niet in de Nieuwe Wereldvertaling…).

Afval en veroorzaken van verdeeldheid in de gemeente

Over “afval en het veroorzaken van verdeeldheid in de gemeente gaat het WTG nog wat verder in. Dat is niet vreemd, want dit is natuurlijk de grootste bedreiging voor het voortbestaan van de organisatie van Jehovah’s Getuigen. Het uitsluiten van mensen die het niet eens zijn met het WTG, onder andere over wat men allemaal leert, is voor hen van groot belang. Als dit niet meer mogelijk zou zijn, dan betekent dit hoogstwaarschijnlijk het einde van de organisatie van Jehovah Getuigen. Het “zuurdesem” zal dan inderdaad z’n werk doen.

Vanuit het gezichtspunt van de JG moet er dus alles aan gedaan worden om dit te voorkomen. Om dit te bereiken koppelt het WTG het afwijken van de leringen van het WTG direct aan de term “afval” uit de Gemeente Gods, maar dat is volledig ten onrechte. De leringen van het WTG komen aantoonbaar niet overeen met wat bijvoorbeeld de Apostelen ons geleerd hebben.

Afvallen van de leringen van het wachttorengenootschap komt helemaal niet overeen met afvallen van de leringen uit de Bijbel! Laat u niet bedotten door het WTG. Dus door het WTG uitgesloten worden uit de “christelijke gemeente”, de Gemeente van Christus, kan helemaal niet. Uitsluiten uit de organisatie kan wel, maar dat heeft voor God geen enkele waarde. De organisatie bestaat voor God niet, alleen het ORGANISME, het Lichaam van Christus. Dat zouden ook andere Jehova Getuigen zich realiseren, zodat zij zich niet collectief de onmogelijke uitsluitingsregels laten opleggen.

U hebt een eigen geweten gekregen, dat gevormd wordt door het geestelijke leven uit Genade. U dient altijd zelf te onderzoeken wat er tegen iemand ingebracht wordt en wat u daar zelf van vindt en mee wenst te doen. Helaas maakt het WTG u daar niet op attent. In tegendeel, men heeft van de uitsluiting een niet te controleren procedure gemaakt, aan het oog van de volgelingen onttrokken, waarbij de uitslag dwingend geldig is voor iedereen. Dat is bizar. Het is ook niet in overeenstemming met de “de beginselen uit de Hebreeuwse Geschriften” waar men zo graag naar verwijst. Rechtspraak in het oude Israël was openbaar.

Aan de raad van de Here Jezus in Matthéüs 18 houdt de organisatie zich al evenmin. Zoals gezegd, men past de “regels” rond uitsluiting van Jehova Getuigen toe op de manier die hen het beste uitkomt. Wie dat weet, weet ook dat hij of zij zich niet aan die willekeur dient te onderwerpen.

Conclusie over uitsluiting van Jehova Getuigen

Dat het wachttorengenootschap mensen uitsluit uit de eigen organisatie kan, want het is een aardse organisatie en organisaties hanteren nu eenmaal hun eigen regels. Dat het WTG dit doet met de Bijbel in de hand is echter verwerpelijk. Voor God telt het in ieder geval niet.

Dat Jehovah’s Getuigen collectief wordt opgelegd om niet met een uitgesloten persoon (ook familie en vrienden) om te gaan en die zelfs niet te groeten, is een zeer grove schending van de positie waarin een Jehova Getuige het WTG plaatst (als aangesteld door God). Dit moet stoppen! U kunt daaraan beginnen door de uitsluitingsregeling van het WTG niet of niet langer te volgen. Dat is wel lastig, want grote kans dat u hiervoor zelf uitgesloten gaat worden. Dat is dan geheel ten onrechte, volgens de Bijbel, maar niet voor niets. Het kan het begin zijn van uw nieuwe leven, een leven zonder het juk van het wachttorengenootschap. En, als u het goed doet, een leven uit de Genade van onze Here Jezus Christus. De hier al vaker aangehaalde apostel Paulus zegt het zo in Romeinen 16:

De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen. uitsluiting van Jehova Getuigen

Uitsluiting van Jehova Getuigen

Uitsluiting van Jehova Getuigen

3 reacties

  1. Sjaak steensma 11/01/2017
    • Wachttorenkijker Wachttorenkijker 11/01/2017
  2. Trudi de Waal 29/01/2017

Voeg uw reactie toe

Translate »