Getrouwe en beleidvolle slaaf van Jehova Getuigen

Jehova Getuigen en de getrouwe en beleidvolle slaaf. Waarom gehoorzamen Jehova Getuigen (JG) de regels en leringen van het wachttorengenootschap? Zij geloven dat wat hen geleerd, opgedragen en verboden wordt, afkomstig is van God Zelf, via Zijn “getrouwe en beleidvolle slaaf” en dat is dan weer het besturende lichaam (BL) van de Jehova Getuigen. Maar is dat terecht? Nee, natuurlijk niet.

Wie is dan de getrouwe en beleidvolle slaaf van Jehova Getuigen?

Eerst maar eens bekijken wat de organisatie van Jehova Getuigen bij monde van het wachttorengenootschap (WTG) over dit onderwerp zegt. Op hun website staat daarover onder andere dit artikel in de Wachttoren van 15 juli 2013. Dit is al de nieuwe zienswijze. Voor deze Wachttoren was die namelijk anders. (Zie a.u.b. dit artikel op andere website en ook dit artikel) Waarschijnlijk “nieuw licht” of “voortschrijdend inzicht”, alleen jammer dat je voor de huidige redenering vroeger uitgesloten kon worden… Neem a.u.b. de moeite om het artikel in de Wachttoren van 15 juli 2013 te bekijken. Als niet-JG zult u er zich over verbazen. Ik haal in dit artikel punt 10 aan:

Wie is dan de getrouwe en beleidvolle slaaf? In overeenstemming met Jezus’ patroon om velen via enkele personen te voeden, bestaat de slaaf uit een kleine groep gezalfde broeders die rechtstreeks betrokken zijn bij het bereiden en uitdelen van geestelijk voedsel tijdens Christus’ tegenwoordigheid. Gedurende de laatste dagen hebben de gezalfde broeders die de getrouwe slaaf vormen samen op het hoofdkantoor gediend. In recente jaren is die slaaf het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen. Maar merk op dat hoewel het woord slaaf in Jezus’ illustratie in het enkelvoud staat, het gaat om een samengestelde slaaf. Het Besturende Lichaam neemt dan ook als collectief beslissingen.

Heb je het begrepen?

Aan het eind van het artikel staat onder het badinerende “Heb je begrepen waar het om gaat?“:

In 1919 koos Jezus bekwame gezalfde broeders uit om zijn getrouwe en beleidvolle slaaf te zijn.

Zo dat weten we dan ook! We hebben gelijk maar even “geleerd” over “Jezus’ patroon om velen via enkele personen te voeden”. Het staat er maar even zo tussendoor, maar niet voor niets. Het is de opmaat naar de uitleg dat er in deze tijd maar enkelen (uiteindelijk maar één “slaaf”) zijn waar Jezus exclusief (dus van niemand anders…) gebruik van maakt. En laat die “slaaf” nou net de baas zijn over de Jehova Getuigen. Tsja…, ik heb het niet verzonnen. Dit alles staat er kennelijk opdat er geen vragen meer gesteld zouden worden over waar dat allemaal uit zou moeten blijken. Voor de volgelingen geldt: gewoon accepteren en luisteren naar die “kleine groep gezalfde broeders die rechtstreeks betrokken zijn bij het bereiden en uitdelen van geestelijk voedsel tijdens Christus’ tegenwoordigheid”. Christenen die hun Bijbel kennen, weten gelukkig wel beter.

Jezus is nog niet wedergekomen, ook niet onzichtbaar!

De oplettende lezer en christen, die enige bijbelstudie heeft gedaan, kan hier eigenlijk al stoppen. Die weet namelijk dat “Christus’ tegenwoordigheid” nog niet is aangevangen. Dat is nog toekomst. De wereld wacht op Zijn wederkomst en Zijn verblijven. Dus de verklaring die volgt, kan alleen daarom al niet kloppen! Einde discussie, geen tijd meer aan besteden. Maar dat doen we toch wel, want we willen graag degenen helpen die onder het juk van het WTG leven en ook degenen die een weerwoord willen geven aan de JG.

Volgens de JG leven wij nu wel in “Christus’ tegenwoordigheid”, want zij leren dat Jezus reeds in 1914 onzichtbaar is terugkomen. Een dwaalleer, maar wel een met verstrekkende gevolgen, want men heeft er van gemaakt dat de onzichtbaar wedergekomen Jezus nu in de hemel regeert en van daaruit in 1919 “bekwame gezalfde broeders” uitkoos om exclusief “zijn getrouwe en beleidvolle slaaf te zijn”. Als u het wilt betitelen als onzin, ga gerust u gang, dat doe ik ook.

Getrouwe en beleidvolle slaaf van Jehova Getuigen is gebaseerd op een gelijkenis!

De getrouwe en beleidvolle slaaf van Jehova Getuigen is gebaseerd op een gelijkenis! Dat is de “kleine groep gezalfde broeders” kennelijk ontgaan, want men heeft deze woorden van de Here Jezus aan Zijn discipelen gebombardeerd tot het dogma van slechts één bestaand personage. Beter gezegd tot een “klasse”, want in de praktijk gaat het bij de JG om de getrouwe en beleidvolle slaaf klasse. De JG noemen dat zelf tegenwoordig een “samengestelde slaaf”. In de tijd van oprichter Russel was hij – volgens zichzelf – de “getrouwe en beleidvolle slaaf”. Dat probeert het WTG in de huidige lectuur weg te werken, maar het is toch echt zo. Daar zijn bewijzen genoeg van. Het was president Rutherford die een zeer grote rol speelde bij de wijziging van die stelling. (lees o.a. het boek “30 jaar in de greep der Jehova-getuigen“)

Alleen in twee van de vier Evangeliën (Matthéüs, Markus, Lukas, Johannes) van het Nieuwe Testament komt het begrip “getrouwe en beleidvolle slaaf” (Statenvertaling (SV): “goede en getrouwe dienstknecht”) voor en in deze vorm alleen in Matthéus 25. Allereerst weer bijzonder dat de apostelen en schrijvers van de Bijbelboeken ná de Evangeliën er geen woord over reppen. Dat is toch vreemd als dit in de eindtijd zo’n belangrijk instrument zou zijn, dat exclusief en “rechtstreeks betrokken is bij het bereiden en uitdelen van geestelijk voedsel tijdens Christus’ tegenwoordigheid”? Je zou dan verwachten dat de apostelen de woorden van Jezus nog wel een paar keer benadrukt zouden hebben. Dat doen ze met echte waarheden namelijk wel. Maar natuurlijk wisten de apostelen – en ik denk zowat iedereen – dat dit een gelijkenis was, waarmee Jezus Zijn discipelen over de toekomst informeerde. Alleen de JG weten dit kennelijk nog niet.

Hier volgen de Schriftgedeelten waar het over gaat:

Matthéus 24 (klik voor het hele hoofdstuk in de SV)

43. Maar weet dit, dat zo de heer des huizes geweten had, in welke nachtwake de dief komen zou, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven.
44. Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.
45. Wie is dan de getrouwe en voorzichtige dienstknecht, denwelken zijn heer over zijn dienstboden gesteld heeft, om hunlieder hun voedsel te geven ter rechter tijd?
46. Zalig is die dienstknecht, welken zijn heer, komende, zal vinden alzo doende.

47. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem zal zetten over al zijn goederen.
48. Maar zo die kwade dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen;
49. En zou beginnen zijn mededienstknechten te slaan, en te eten en te drinken met de dronkaards;
50. Zo zal de heer van dezen dienstknecht komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet;

Matthéus 25 (klik voor het hele hoofdstuk in de SV)

14. Want het is gelijk een mens, die buiten ‘s lands reizende, zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over.
15. En den ene gaf hij vijf talenten, en den ander twee, en den derden een, een ieder naar zijn vermogen, en verreisde terstond.
16. Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmede, en won andere vijf talenten.
17. Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die won ook andere twee.
18. Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld zijns heren.
19. En na een langen tijd kwam de heer van dezelve dienstknechten, en hield rekening met hen.
20. En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen.

21. En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.
22. En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven dezelve gewonnen.
23. Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren.
24. Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heer! ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt;

25. En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe.
26. Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb.
30. En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

Lukas 12  (klik voor het hele hoofdstuk in de SV)

41. En Petrus zeide tot Hem: Heere! zegt Gij deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen?
42. En de Heere zeide: Wie is dan de getrouwe en voorzichtige huisbezorger, dien de heer over zijn dienstboden zal zetten, om hun ter rechter tijd het bescheiden deel spijze te geven?
43. Zalig is de dienstknecht, welken zijn heer, als hij komt, zal vinden, alzo doende.
44. Waarlijk, Ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijn goederen zetten zal.

45. Maar indien dezelve dienstknecht in zijn hart zou zeggen: Mijn heer vertoeft te komen; en zou beginnen de knechten en de dienstmaagden te slaan, en te eten en te drinken, en dronken te worden;
46. Zo zal de heer deszelven dienstknechts komen ten dage, in welken hij hem niet verwacht, en ter ure, die hij niet weet; en zal hem afscheiden, en zal zijn deel zetten met de ontrouwen.
47. En die dienstknecht, welke geweten heeft den wil zijns heeren, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden.

Ik hoop dat u de moeite hebt genomen om de hele hoofdstukken te lezen en misschien ook die ervoor en erna. De context is namelijk o zo belangrijk bij het lezen van de Bijbel. De Here Jezus sprak vaak in gelijkenissen, bijvoorbeeld in Matthéüs 13. Daarover is een interessante bijbelstudie beschikbaar via Vlichthus, onder de titel “De gelijkenissen van Matthéüs 13“).

Als de getrouwe en beleidvolle slaaf (dienstknecht) zo overduidelijk onderdeel is van een gelijkenis, hoe is het dan mogelijk dat alleen dit onderdeel tot een bestaand “persoon” of zelfs een klasse wordt gemaakt? Waarom alleen deze zo neerzetten en niet de anderen die in de gelijkenissen worden genoemd? Wijs dan ook in onze tijd de “vijf wijze maagden” (Matthéüs 25) aan. Wie zijn dan nu de twee personen (of klassen) die talenten ontvingen in de gelijkenis van de talenten, waarbij er twee beloond werden en één gestraft werd? Ik bedoel: het is toch overduidelijk dat het hier om gelijkenissen handelt.

De door Jezus – Die natuurlijk onmiskenbaar dé Dienstknecht was toen hij op aarde was (Matthéüs 20 : 28) – uitgesproken gelijkenissen in Matthéüs 24 en 25 hebben zeker iets te vertellen, want ze zijn onderdeel van een grote redevoering over Zijn wederkomst en alles wat daarna volgt. En in dat verband wordt er over toekomstige dienstknechten gesproken, maar niet over één, laat staan over een “samengestelde slaaf”. Er staat steeds: “de dienstknecht”, “dezelve(n) dienstknecht(s)” en “de getrouwe…”

Het is heel simpel: Als de Here Jezus niet meer fysiek op aarde is, wie zal er dán een getrouwe dienstknecht blijken te zijn? Als hij straks terugkomt op aarde, wie zal dán er dan een goede dienstknecht zijn. Wie zal dan een onnutte dienstknecht blijken te zijn? Wie zal er iets doen met vijf talenten? Wie met twee? Wie doet er niks met één talent? Dit alles staat er om aan te geven dat het om veel meer personen gaat, door de tijden heen, en niet louter om één en dan ook nog alleen de “getrouwe dienstknecht” in deze tijd. Niemand komt tot zo’n gedachte dan alleen het WTG. Die stampt vervolgens deze verwrongen gedachte keer op keer in de hoofden van haar volgelingen. Wie niet helder is en die indoctrinatie laat gebeuren, denkt al vrij snel dat het ook werkelijk zo is.

Het is misschien een vreemd voorbeeld, maar ik gebruik het toch maar. Als iemand naar een bepaald gebied gaat om daar rond te reizen en vooraf zich afvraagt: waar vind ik dan een benzinepomp? dan is toch niet de eerste gedachte dat het om slechts één pomp gaat? Dat zou misschien achteraf kunnen zijn, maar dat is niet wat deze uitspraak in eerste instantie betekent.

Een ander voorbeeld: Als je vraagt: wie is toch de goede schilder in de provincie Noord-Holland? dan is dit toch niet direct beperkt tot slechts één persoon of tot een “schilderscollectief”? De bedoeling van zo’n vraag is om alle goede schilders in die provincie in beeld te krijgen. Dat zou er slechts één kunnen zijn, maar daar gaat niemand vanuit. Veel reëler is de verwachting dat het om meerdere personen gaat, waarbij de mate van wat als “goed” gekwalificeerd wordt, kan verschillen.

Er zijn vele goede dienstknechten geweest, ze zijn er nu en ze zullen er zijn

De gelijkenis van de goede dienstknecht spreekt over de tijd ná de dood en opstanding van de Here Jezus. Gelukkig zijn er sindsdien vele goede dienstknechten geweest, de individuele apostelen voorop. De voornamelijk solitair optredende Paulus noemt zichzelf in Romeinen 1 : 1 een “dienstknecht van Jezus Christus” en zo zijn er meer. Die goede dienstknechten hebben geestelijk voedsel uitgedeeld en veel daarvan kunnen we gelukkig vinden in de Bijbel, Gods Woord aan diegenen die in Hem geloven.

Het is overigens aan te bevelen om de 64 Bijbelteksten in het Nieuwe Testament te bekijken waar het woord “dienstknecht” in voorkomt.

Er zijn evenzo veel “boze dienstknechten” geweest in de geschiedenis vanaf de opstanding van de Here Jezus. Ook die lieten niet lang op zich wachten. Ze zijn er nu ook en zullen er zijn in Zijn wederkomst. Boze dienstknechten kunnen personen zijn, maar ook “verenigingen” daarvan; een groep dus. Ik ben maar zo vrij om te wijzen op wat zich “besturend lichaam van Jehovah’s Getuigen” noemt. De bewijzen daarvoor zijn talrijk.

Conclusie van dit verhaal over de getrouwe en beleidvolle slaaf

Om af te sluiten nog een keer conclusie van dit verhaal over de getrouwe en beleidvolle slaaf:

  • De Here Jezus Christus is nog niet wedergekomen en van “Zijn tegenwoordigheid” is nu dus geen sprake.
  • Derhalve is de organisatie van Jehova Getuigen, in de vorm van het besturende lichaam, niet door Jezus aangesteld in 1919 als (deel)vervulling van de gelijkenis over de “getrouwe en beleidvolle slaaf”.
  • Derhalve is het besturende lichaam van Jehova Getuigen niet het exclusieve kanaal dat Gods Woord verkondigt.
  • Derhalve heeft wat het besturende lichaam allemaal zegt, oplegt en verbiedt, geen enkele Gods-autoriteit. Het is eenvoudigweg níet van God afkomstig. Het bestaat uit louter gedachten van mensen en dient ook zo beoordeeld te worden.
  • De “getrouwe en beleidvolle slaaf” (dienstknecht) is geen klasse, ook niet louter één persoon, maar slaat op alle gelovige dienstknechten ná de opstanding van de Here Jezus, die de Woorden Gods doorgegeven hebben aan wie het horen wil.
  • Ook straks in de wederkomst van Christus (Zijn Parousia) zullen er weer goede en getrouwe dienstknechten zijn, die dán zorgen voor geestelijk voedsel terechtertijd.

Laat u alstublieft niet wijsmaken dat het besturende lichaam van de organisatie van Jehovah’s Getuigen door Jezus aangesteld is tot die ene getrouwe en beleidvolle slaaf!

Een interessant en tot nadenken stemmend artikel over dit onderwerp staat op de website “In de waarheid”.

 

Voeg uw reactie toe

Translate »