Het besturend lichaam van Jehova Getuigen

Het besturend lichaam van Jehova Getuigen. Jehova Getuigen (JG) gehoorzamen een “besturend lichaam” (BL). Voor hen is het woord van dat besturend lichaam, onderdeel van het wachttorengenootschap (WTG), namelijk wet. Het staat in de praktijk ook boven Gods Woord de Bijbel, al zullen ze dat natuurlijk niet toegeven. Een JG gehoorzaamt wat het BL zegt en eist, ook als dit afwijkt van de Schrift. Waarom heeft het besturend lichaam van Jehovah’s Getuigen zoveel macht?

Zeggenschap over leden op basis van erkende autoriteit

Een religie die zeggenschap over haar leden wil hebben en houden, doet dat op basis van een erkende autoriteit. Als die er niet is, dat is in het geval van de JG, dan moet je er zelf maar een maken… En dat heeft het WTG gedaan. Men heeft een autoriteit gecreëerd en men weet dat ook nog te verkopen alsof dat uit de Bijbel komt. Knap, maar ook verfoeilijk, want het klopt gewoon niet en men misbruikt Gods Woord voor eigen gewin. Eerst maar eens kijken wat ze zelf voor tendentieuze teksten produceren over dit onderwerp. Wie kennis van de Bijbel heeft, zonder JG-bril, doorziet echter direct het schaamteloos claimen van macht. Op de website van Jehova Getuigen krijg je bij de zoekopdracht “besturend lichaam”, deze opsomming van artikelen.

Wachttoren 1 april 2007: “Loyaal aan Christus en zijn getrouwe slaaf”

In de Wachttoren van 1 april 2007, staat een artikel met als titel “Loyaal aan Christus en zijn getrouwe slaaf”. De leden van JG worden daarmee voor de zoveelste maal via de lectuur in de juiste WTG-denkrichting gebracht. Het begint nog goed in paragraaf 1. Maar wie de organisatie van Jehovah’s Getuigen kent, weet dit dat de praktijk niet strookt met de theorie:

„LAAT u . . . geen ’leiders’ noemen, want één is uw Leider, de Christus” (Mattheüs 23:10). Met die woorden maakte Jezus zijn volgelingen duidelijk dat geen mens op aarde hun leider zou zijn. Hun enige Leider zou hemels zijn: Jezus Christus zelf.

In paragraaf 2 laat het WTG zien dat men werkelijk geen enkel idee heeft waar de eerste hoofdstukken van Openbaring over gaan, maar dat terzijde. In de volgende paragrafen, onder de kop “een getrouwe slaaf”, wordt het beeld verder opgebouwd door maar weer eens “de getrouwe en beleidvolle slaafklasse” op te voeren, want die heeft natuurlijk veel te maken met het besturend lichaam. Paragraaf 5 zegt:

Bij zijn aankomst” in 1918 om de „slaaf” te inspecteren, trof Christus een met de geest gezalfd overblijfsel van getrouwe discipelen aan. Die sinds 1879 door middel van De Wachttoren en andere Bijbelse publicaties geestelijk ’voedsel te rechter tijd’ hadden verschaft. Hij erkende hen als zijn collectieve werktuig, of „slaaf”. En in 1919 vertrouwde hij hun het beheer toe over al zijn aardse bezittingen

Dat “in 1919 vertrouwde hij hun het beheer toe over al zijn aardse bezittingen“, en de verklaring in de volgende paragrafen, is al weer achterhaald. In 2013 kwam er, na vele tientallen jaren, “nieuw licht” op deze zaak, zo blijkt uit dit artikel. Een christen die zijn of haar Bijbel kent, en weet dat Christus nog niet is wedergekomen, moet toch op z’n minst vreemd opkijken bij paragraaf 5. Hier wordt nogal wat gezegd, maar dan wel zonder een enkele bijbelse onderbouwing. Bijvoorbeeld dat Jezus Christus aankwam in 1918 om de “slaaf te inspecteren”. Hoe verzin je het! Of dat er al sinds 1879 “voedsel te rechter tijd” verschaft zou zijn. Ik zou zeggen, lees de werken van Russel nog eens in het licht van die uitspraak. Bijvoorbeeld “The Finished Mistery” van Russel. Concludeer zelf welke classificatie er aan gegeven moet worden.

Wat Russel en het WTG genoteerd hebben is volledig ontsproten uit de menselijke geest. Voor de geïndoctrineerde JG is dat echter geen probleem meer. Die accepteert wat hier staat als waarheid van boven en dus ook wat volgt vanuit het WTG.

Na dus maar weer eens de aandacht op die “slaaf” gebracht te hebben, beargumenteert het WTG in vers 10:

De zware verantwoordelijkheden van de getrouwe slaaf brengen logischerwijs met zich mee dat er veel beslissingen genomen moeten worden. In de vroege christelijke gemeente traden de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem als vertegenwoordigers op door beslissingen voor de hele gemeente te nemen (Handelingen 15:1, 2). De beslissingen van dat eerste-eeuwse besturende lichaam werden via brieven en reizende vertegenwoordigers aan de gemeenten overgebracht.

En hier hebben we de aanloop naar de naadloze koppeling van het besturende lichaam aan de getrouwe en beleidvolle slaaf. De paragraaf zit vanuit WTG-standpunt bekeken slim in elkaar, want er wordt al direct over “dát eerste-eeuwse besturende lichaam” gesproken. Dezelfde paragraaf besluit met: “De vroege christenen waren blij met die duidelijke richtlijnen. Hun bereidwillige medewerking met het besturende lichaam bevorderde de vrede en eenheid.” En hup, daar is dus het “besturende lichaam”. Uit het niets, en meteen ook maar hoe de vroege christenen tegen dat bestuursorgaan aangekeken zouden hebben.

Het WTG wil het er op laten lijken dat er toen al een vorm van aardse organisatie was. En dat met een leiding in de vorm van een “besturend lichaam”. Wie de moeite neemt om de nieuwtestamentische geschiedenis goed te lezen (zónder JG-bril), te beginnen bij Handelingen, die weet dat dit een onterechte conclusie is. De prediking begon aan de Joden in Jeruzalem, maar niet te lang daarna stelde de Here Jezus Christus (op de weg naar Damascus) persoonlijk Paulus aan om Zijn Genade te prediken. Dat was geen zaak van een”besturend lichaam” in Jeruzalem. De apostel Paulus kreeg zijn instructies nooit vanuit Jeruzalem en kwam ook lange tijd niet in die stad.

In de brief aan de Galaten zegt Paulus dat hij na drie jaar in Jeruzalem kwam om Petrus te bezoeken. Van een vergadering met het “besturend lichaam” is geen sprake. Dat had er wellicht wel moeten staan, als dit werkelijk zo’n belangrijk onderdeel van het Werk Gods in de eerste eeuw zou zijn geweest. Galaten (2) zegt dat Paulus na 14 jaren maar weer eens naar Jeruzalem trok, samen met Barnabas en Titus. Kennelijk moest hij daar weer het nodige vertellen over de “ingekropen dienstbaarheid” (o.a. de prediking dat gelovigen de besnijdenis moesten ondergaan). Die werd kennelijk in Jeruzalem gepredikt en door gelovigen vanuit Jeruzalem meegenomen naar andere plaatsen.

Paulus kwam niet voor instructies naar Jeruzalem, maar om leerstellige zaken te bespreken. Het gaat in het Nieuwe Testament constant over Genade en Wet. Paulus is de Apostel van de Genade en verkondige dat steevast; zelfs in Jeruzalem. Dat was daar kennelijk nodig, maar dat zou heel vreemd zijn als op die plek werkelijk het door Christus geleide “besturende lichaam”, dat “voedsel terechtertijd” aan het uitdelen was, zou zetelen.

De prediking van de opgestane Christus begon dus in Jeruzalem, maar stond niet onder leiding van een “besturend lichaam”. Christus Zelf zond Zijn apostelen (een apostel is de exclusieve benaming voor iemand die rechtstreeks door de zichtbare Here Jezus is aangesteld) de wereld in, beginnende in Jeruzalem, conform Lukas 24 : 46 en 47:

En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.
En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.

Ten behoeve van de verspreiding van hét Evangelie werd al vrij snel Paulus aangesteld om dat te verkondigen aan Joden – én anderen – elders op de wereld. Hij deed dit onder meer vanuit Antiochië en Rome. Paulus groeide in die positie, maar de gelovigen in Jeruzalem verdwenen verder van het toneel. Onder andere door de vervolging door de Joden, die hét Evangelie niet bepaald massaal omarmden. Andere boeken (bijv. In het spoor van de discipelen) vertellen de geschiedenis van gelovigen die uit Jeruzalem trokken of verdreven werden. Zij waren op tijd weg, want in 70 A.D. werd Jeruzalem verwoest. Waarschijnlijk ook het “kantoor” van het toenmalige besturend lichaam, hoewel ik hierover nooit iets gelezen heb vanuit het WTG.

Handelingen 15 spreekt niet over een besturend lichaam in de eerste eeuw

Handelingen 15 spreekt niet over een besturend lichaam in de eerste jaren na de opstanding van de Here Jezus Christus. Hoe graag het WTG dat ook wil doen geloven. Het zou hen namelijk geweldig uitkomen als dit wel zo was geweest. In hun lectuur schrijven ze dit regelmatig en ook tijdens de vergaderingen wordt dit verkondigd. En dat allemaal om de koppeling met onze tijd te kunnen maken. De JG moet denken dat er nu weer zo’n “besturend lichaam” is, met dezelfde autoriteit als vroeger. Met speels gemak slaat men een kleine 1900 jaar over, om dan de huidige versie van het “besturend lichaam” te introduceren.

Wie die taak in de vorige 1900 jaar had gehad, wordt nooit vermeld. Kennelijk is er in die lange tijd geen organisatie geweest die “toezicht op het werk des Heren” had en “voedsel terechtertijd” uitdeelde. Dat is toch op z’n minst vreemd. Een zo belangrijk iets, dat “besturend lichaam” heet, verdwijnt al vrij snel in de eerste eeuw, bestaat bijna 1900 jaar niet en dan ineens is deze club er weer. Ik heb dat altijd vreemd gevonden, ook toen ik nog zelf een JG was. Ik weet wel dat dit door het WTG verklaard wordt via “1914“, “de onzichtbare wederkomst van Christus” en de “aanvaarding van Zijn Koninkrijk in de hemel” en wat daar allemaal bij hoort, maar dat zijn drie leringen die alledrie fout zijn. Onderzoek dit alstublieft zelf.

Paragraaf 11 van de eerder aangehaalde Wachttoren zegt onder andere:

Net als in vroegchristelijke tijden bestaat het Besturende Lichaam van Christus’ volgelingen op aarde in deze tijd uit een kleine groep van met de geest gezalfde opzieners. Door middel van zijn „rechterhand”, een symbool van aangewende macht, leidt Christus, het Hoofd van de gemeente, deze getrouwe mannen terwijl ze toezicht houden op het Koninkrijkswerk.

Ziehier de verbinding van vroeger met de huidige tijd. En ook de directe verbinding tussen “besturende lichaam” en Christus. Geheel ten onrechte, maar toch maar weer eens genoteerd. De niet-oplettende JG heeft het alweer geaccepteerd. Als dat eenmaal het geval is, dan is men ook gevoelig voor wat volgt. Dat is onder andere een simplistische voorstelling van hoe dat “lichaam” functioneert. De daarop volgende paragrafen hebben bekende – en JG veelzeggende – onderkopjes: “Gepast respect voor de getrouwe slaaf” en “Loyale ondersteuning”. Dan weet je al waar het heengaat. Onder andere naar dit staaltje indoctrinatie, beginnen met het woordje “dus”, als aankondiging van een conclusie:

Dus als we ons loyaal onderwerpen aan de leiding van de getrouwe slaaf en het Besturende Lichaam, onderwerpen we ons aan Christus, de Meester van de slaaf. Een juist respect tonen voor het werktuig dat Christus gebruikt om zijn aardse bezittingen te beheren, is een van de manieren waarop we ’openlijk erkennen dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de Vader’.

En dan de één na laatste paragraaf:

De andere schapen erkennen dat ze veel voordeel hebben van de ijverige inspanningen van de getrouwe slaaf om hun te rechter tijd van geestelijk voedsel te voorzien. Ze geven nederig toe dat ze zonder de getrouwe en beleidvolle slaaf weinig of niets zouden weten van kostbare Bijbelse waarheden als Jehovah’s soevereiniteit, de heiliging van zijn naam, het Koninkrijk, de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde, de ziel, de toestand van de doden, en de ware identiteit van Jehovah, zijn Zoon en de heilige geest. Uit pure dankbaarheid en loyaliteit geven de andere schapen in deze tijd van het einde liefdevol hun steun aan Christus’ gezalfde „broeders” op aarde.

Het is bijna niet met droge ogen te lezen! Wat een arrogantie over die “kostbare bijbelse waarheden”. De volledige koppeling van het besturende lichaam (WTG) aan Jezus Christus is schaamteloos tot een feit geworden. Welke gelovige wil nu niet zich loyaal onderwerpen aan Christus? Door dat 100% te koppelen aan de zelf gecreëerde “slaaf” en “besturende lichaam”, wil men volledige loyaliteit aan een “kleine groep van met de geest gezalfde opzieners” bereiken. Wat een oneindige macht heeft dat kleine clubje zichzelf toebedacht!

De JG wordt geleerd dat het fout afloopt (dood) als ze niet luisteren naar het besturend lichaam. Jehova Getuigen zijn daar angstig voor, omdat het onderscheid in Gods Woord volledig zoek is geraakt. Zij doorzien het WTG niet en laten toe dat men zo’n absolute macht over hen uitoefent. Ze denken echt dat Christus Zijn werk delegeert aan het besturend lichaam en de getrouwe en beleidvolle slaaf. Dus doet men wat het WTG van het eist en laat men (over het algemeen) na wat verboden wordt. En zet men zich zowel fysiek als materieel in en gelooft men wat er geleerd wordt.

Pas als een JG inziet dat Christus niet de Meester is van het wachttorengenootschap, “de getrouwe en beleidvolle slaaf”, danwel het “besturend lichaam”, dan kan hij of zij bevrijd worden van de slavernij van het besturend lichaam van Jehova Getuigen. Het is onze bede dat u, net als wij, tot de volgende conclusie komt: besturend lichaam van Jehova Getuigen

Het besturend lichaam van Jehova Getuigen is niet aangesteld door Christus!

Het besturend lichaam van Jehova Getuigen is absoluut niet de autoriteit waar u als gelovige naar dient te luisteren. Mag ik daar Paulus tegen over zetten? In dit geval uit het begin van de brief aan Titus, geciteerd uit de Statenvertaling, want in de Nieuwe Wereldvertaling is de essentie van dit schriftgedeelte weer schandalig wegvertaald:

Paulus, een dienstknecht Gods, en een apostel van Jezus Christus, naar het geloof der uitverkorenen Gods, en de kennis der waarheid, die naar de godzaligheid is;
In de hoop des eeuwigen levens, welke God, Die niet liegen kan, beloofd heeft, voor de tijden der eeuwen, maar geopenbaard heeft te Zijner tijd;
Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die mij toebetrouwd is, naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, mijn oprechten zoon, naar het gemeen geloof:
Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.

Gelovigen, ook JG, zullen bij Paulus moeten zijn voor de Woorden Gods. Christus (God, onze Zaligmaker) heeft hem persoonlijk aangesteld om dat te prediken. Paulus spreekt – vooruitziend op wat er voor onzin verteld zou gaan worden – krachtige woorden over dat Evangelie. In Galaten 1 : 8 en 9 zegt hij:

Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.
Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt.

Concludeer zelf of dit zo is met het “evangelie van het wachttorengenootschap”. Inclusief de leer over het besturend lichaam van Jehova Getuigen. De bewijzen spreken voor zich.

Besturend lichaam van Jehova Getuigen

besturend lichaam van Jehova Getuigen

Eén reactie

  1. De Rector 30/03/2017

Voeg uw reactie toe

Translate »